wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bijvoeglijk naamwoord (bn)

Total questions: 15

Worksheet time: 4hrs 45mins

Name
Class
Date
1.

Welk bijvoeglijk naamwoord zie je in onderstaande zin?

Het groene autootje scheurde de weg op.

a)

het

b)

groene

c)

autootje

d)

de

2.

Welk bijvoeglijk naamwoord zie je in onderstaande zin?

Het beeldscherm werd ineens zwart.

a)

het

b)

beeldscherm

c)

werd

d)

zwart

3.

Welk bijvoeglijk naamwoord zie je in onderstaande zin?

De belastingdienst verstuurt altijd blauwe brieven.

a)

altijd

b)

blauwe

c)

brieven

d)

belastingdienst

4.

Welk bijvoeglijk naamwoord zie je in onderstaande zin?

Het verlegen meisje durfde niet veel te zeggen.

a)

verlegen

b)

meisje

c)

veel

d)

zeggen

5.

Welk bijvoeglijk naamwoord zie je in onderstaande zin?

Vorige week heb ik een vierkant fotolijstje gekocht.

a)

week

b)

heb

c)

een

d)

vierkant

6.

Welk bijvoeglijk naamwoord zie je in onderstaande zin?

Mijn docent deelde de geprinte werkbladen uit.

a)

docent

b)

de

c)

geprinte

d)

werkbladen

7.

Welk bijvoeglijk naamwoord zie je in onderstaande zin?

De verstuurde e-mail is aangekomen bij de ontvanger.

a)

verstuurde

b)

e-mail

c)

aangekomen

d)

ontvanger

8.

Welk bijvoeglijk naamwoord zie je in onderstaande zin?

De koffie is heet.

a)

de

b)

koffie

c)

is

d)

heet

9.

De nieuwe auto van de buren was gestolen.

a)

nieuwe

b)

auto

c)

van

d)

gestolen

10.

Welk bijvoeglijk naamwoord zie je in onderstaande zin?

Ik voegde een filter toe aan mijn nieuwe post op Instagram.

a)

voegde

b)

filter

c)

nieuwe

d)

post

11.

Welk bijvoeglijk naamwoord zie je in onderstaande zin?

De ronde oranje ramen waren heel hoog.

a)

ronde

b)

ronde oranje

c)

ronde oranje, hoog

d)

hoog

12.

Welk bijvoeglijk naamwoord zie je in onderstaande zin?

Ik heb een geruite trui gekocht.

a)

heb

b)

een

c)

geruite

d)

trui

13.

Welk bijvoeglijk naamwoord zie je in onderstaande zin?

Er was geverfd op de al bekladde muur.

a)

op

b)

al

c)

bekladde

d)

muur

14.

Welk bijvoeglijk naamwoord zie je in onderstaande zin?

Mijn vlugge internet zorgde ervoor dat ik alles kon downloaden.

a)

mijn

b)

vlugge

c)

internet

d)

downloaden

15.

Welk bijvoeglijk naamwoord zie je in onderstaande zin?

De aangebrande aardappeltjes lagen in de pan te verpieteren.

a)

aangebrande

b)

aardappeltjes

c)

te

d)

verpieteren