wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Onbepaald voornaamwoord

Total questions: 15

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het onbepaald voornaamwoord in onderstaande zin?


Niemand wil eten voor mij koken.

a)

Niemand

b)

het eten

c)

mij

d)

koken

2.

Wat is het onbepaald voornaamwoord in onderstaande zin?


Zij had alles gegeven tijdens de wedstrijd.

a)

Zij

b)

alles

c)

gegeven

d)

de wedstrijd

3.

Wat is het onbepaald voornaamwoord in onderstaande zin?


Iedereen kan de opdracht maken.

a)

Iedereen kan

b)

de opdracht

c)

maken

d)

iedereen

4.

Wat is het onbepaald voornaamwoord in onderstaande zin?


We hebben het allemaal wel eens gedaan.

a)

We

b)

hebben

c)

allemaal

d)

gedaan

5.

Wat is het onbepaald voornaamwoord in onderstaande zin?


Tot grote ergernis van de anderen, moest de opgave opnieuw.

a)

ergernis

b)

anderen

c)

de opgave

d)

opnieuw

6.

Wat is het onbepaald voornaamwoord in onderstaande zin?


Ieder mens leert op school lezen en schrijven.

a)

Ieder

b)

mens

c)

leert

d)

op school

7.

Wat is het onbepaald voornaamwoord in onderstaande zin?


Ik heb bij deze winkel wat gekocht.

a)

heb

b)

deze winkel

c)

wat

d)

gekocht

8.

Wat is het onbepaald voornaamwoord in onderstaande zin?


Wij zijn vorige week bij iemand op bezoek geweest.

a)

Wij

b)

vorige week

c)

iemand

d)

geweest

9.

Wat is het onbepaald voornaamwoord in onderstaande zin?


Op het feestje van Piet, kende zij helemaal niemand.

a)

Piet

b)

kende

c)

zij

d)

niemand

10.

Wat is het onbepaald voornaamwoord in onderstaande zin?


Men vindt toch dat het feestje door moet gaan.

a)

Men

b)

toch

c)

het feestje

d)

gaan

11.

Wat is het onbepaald voornaamwoord in onderstaande zin?


Iedereen gaat naar het buurtfeest.

a)

Iedereen

b)

gaat

c)

naar

d)

buurtfeest

12.

Sommige mensen vinden pizza lekker, andere niet.

a)

Sommige mensen

b)

vinden

c)

pizza

d)

andere

13.

Wat is het onbepaald voornaamwoord in onderstaande zin?


Niemand wil mij helpen bij het leren van de moeilijke toets.

a)

Niemand

b)

mij

c)

leren

d)

toets

14.

Wat is het onbepaald voornaamwoord in onderstaande zin?


Ik heb iets gehoord.

a)

Ik

b)

heb

c)

iets

d)

gehoord

15.

Wat is het onbepaald voornaamwoord in onderstaande zin?


Jullie gaan vast wel wat leuks doen tijdens de vakantie.

a)

Jullie

b)

wat

c)

leuks

d)

vakantie