wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2KGT Tekstverbanden en signaalwoorden

Total questions: 20

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?

Mijn tante houdt niet van winkelen, maar mijn moeder vindt het heel erg leuk.

a)

tijd

b)

reden

c)

tegenstelling

d)

opsomming

2.

Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?


Mijn oom is heel erg avontuurlijk. Mijn tante daarentegen is helemaal niet avontuurlijk en wil niet graag nieuwe dingen beleven.

a)

opsomming

b)

volgorde

c)

voorbeeld

d)

tegenstelling

3.

Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?


Ik heb besloten om vanmiddag naar de kapper te gaan, omdat ik mijn haren nu echt te lang vind .

a)

opsomming

b)

tegenstelling

c)

tijd

d)

reden

4.

Welk tekstverband geven de gekleurde woorden aan?


Eerst deed ik mijn pyjama aan en vervolgens poetste ik mijn tanden. Daarna stapte ik in bed en uiteindelijk viel ik weer in slaap.

a)

reden

b)

tegenstelling

c)

tijd

d)

voorbeeld

5.

Welk tekstverband geven de gekleurde woorden aan?


Ik ben geboren in de 20e eeuw. Drie jaren later, in de 21e eeuw, is mijn broertje geboren.

a)

opsomming

b)

tijd

c)

reden

d)

tegenstelling

6.

Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?


Ik zou graag Spaans willen leren spreken, omdat ik vaak naar landen ga waar ze deze taal spreken.

a)

tegenstelling

b)

volgorde

c)

reden

d)

tijd

7.

Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?

Omdat mijn buren een hele mooie en fijne auto hebben , wil ik zo'n zelfde auto.

a)

reden

b)

voorbeeld

c)

volgorde

d)

tegenstelling

8.

Welk tekstverband geven de gekleurde woorden aan?


Mijn moeder wil groenten en fruit kopen. Verder brood en daarnaast wat broodbeleg en tot slot een paar toetjes.

a)

tijd

b)

opsomming

c)

voorbeeld

d)

reden

9.

Welk tekstverband geven de gekleurde woorden aan?


Ten eerste vind ik het heel erg leuk om naar school te gaan en ten tweede leer ik er veel van.

a)

voorbeeld

b)

tijd

c)

reden

d)

opsomming

10.

Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?


De sportdag was goed georganiseerd. Zo werd er genoeg water uitgedeeld en we hadden genoeg rustmomenten.

a)

opsomming

b)

reden

c)

tegenstelling

d)

voorbeeld

11.

Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband opsomming?

a)

ook

b)

eerst

c)

maar

d)

doordat

12.

Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband tegenstelling?

a)

maar

b)

dan

c)

tevens

d)

als

13.

Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband voorbeeld?

a)

omdat

b)

toch

c)

bovendien

d)

zo

14.

Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband (tijds)volgorde?

a)

doordat

b)

eerst

c)

en

d)

bijvoorbeeld

15.

'Ten eerste', 'ten tweede' en 'daarna' geven een opsomming aan.

a)

juist

b)

onjuist

16.

'Ik vind je aardig, maar ik kan je niet helpen'

a)

'Maar' geeft een vergelijking aan

b)

'Maar' geeft een tegenstelling aan

17.

Hoewel ik genoeg geld heb, koop ik die telefoon toch niet.

a)

Dit is een vergelijking

b)

Dit is een tegenstelling

18.

Voorbeelden van signaalwoorden zijn:

a)

Maar, en, toch, daarna, ten slotte.

b)

Dat, doen, daar, het, om, uit.

c)

Juist, deze, hij, die.

d)

Geen van allen.

19.

Welk verband hoort bij: bijvoorbeeld, zo, zoals?

a)

reden

b)

voorbeeld

c)

tegenstelling

d)

opsomming

20.

Welk van de volgende signaalwoorden hoort niet bij een opsommend verband?

a)

bovendien

b)

echter

c)

als laatste

d)

vervolgens