wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voornaamwoorden

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het bezittelijk voornaamwoord in deze zin?

Heb je mijn nieuwe bril al gezien?

a)

je

b)

al

c)

mijn

d)

gezien

2.

Wat is het bezittelijk voornaamwoord in deze zin?

Dat zijn onze jassen.

a)

dat

b)

onze

c)

jassen

d)

zijn

3.

Schrijf de bezittelijke voornaamwoorden op:

Ik heb de spelcomputer van jouw zusje geleend, maar ze wil haar spelcomputer graag terug.

(a)  

4.

Geef de bezittelijke voornaamwoorden:

Mijn kamer is een grote bende, terwil=jl zijn kamer erg schoon is.

a)

mijn, zijn

b)

mijn, zijn, is

c)

mijn

d)

zijn

5.

Benoem de woordsoort:

Zulke boeken leest zij nooit

a)

vragend voornaamwoord

b)

aanwijzend voornaamwoord

c)

wederkerig voornaamwoord

d)

onbepaald voornaamwoord

6.

Benoem de woordsoort:

Heb jij gisteren naar die film gekeken?

a)

onbepaald voornaamwoord

b)

bezittelijk voornaamwoord

c)

aanwijzend voornaamwoord

d)

bezittelijk voornaamwoord

7.

Welke zin hoort bij het wederkerig voornaamwoord?

a)

Hij vergiste zich

b)

Tijdens het koken had ik me gesneden

c)

Tijdens het feestje waren we met elkaar

8.

Welke zinnen horen bij het wederkerend voornaamwoord?

a)

Johan en Pieter verdedigen elkaar.

b)

Ellen en Gea vervelen elkaar

c)

Johan en Pieter verdedigen zich

d)

Ellen en Gea vervelen zich

9.

Benoem de woordsoort:

Wie heeft mijn schoenen gezien?

a)

persoonlijk voornaamwoord

b)

vragend voornaamwoord

c)

bezittelijk voornaamwoord

d)

wederkerend voornaamwoord

10.

Bekijk onderstaande rijtjes: welke bevatten alleen aanwijzende voornaamwoorden?

a)

dat, dit, ginds, datgene, elkaars

b)

diens, degene, datgene, ginds, wier

c)

soortgelijke, degene, zelf, zo'n dezelfde

11.

Heb je je vergist met het maken van die som?

je is een

a)

persoonlijk voornaamwoord

b)

wederkerend voornaamwoord

c)

bezittelijk voornaamwoord

12.

Benoem de woordsoort:

Niemand wil eten voor mij koken.

a)

persoonlijk voornaamwoord

b)

onbepaald voornaamwoord

c)

aanwijzend voornaamwoord

d)

bezittelijk voornaamwoord

13.

Benoem de woordsoort:

We hebben het allemaal wel eens iets kapot gemaakt.

a)

allemaal: telwoord/iets: onbepaald voornaamwoord

b)

allemaal en iets zijn aanwijzende voornaamwoorden

c)

beide woorden zijn aanwijzende voornaamwoorden

d)

beide woorden zijn onbepaalde voornaamwoorden

14.

Benoem de woordsoorten (schrijf de juiste afkorting op):

Ik heb mijn moeder al een tijdje niet gesproken.

(a)  

15.

Benoem de woordsoorten (afkortingen opschrijven):

Niemand wil mij helpen bij het leren van die moeilijke toets.

(a)