wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordschat herhalen H1H5 2KBL

Total questions: 63

Worksheet time: 40mins

Name
Class
Date
1.
Vul het volgende spreekwoord aan:
Als de kat van huis is...
a)
vieren de muizen feest.
b)
drinken de muizen melk.
c)
is het stil.
d)
dansen de muizen op tafel.
2.
Welk spreekwoord hoort bij de volgende betekenis:
Met moeite aan een groot gevaar ontsnappen.
a)
Door het oog van de naald kruipen.
b)
Hij is een wolf in schaapskleren.
c)
Er zijn haaien op de kust.
d)
Hij speelt met vuur.
3.
Wat is de correcte betekenis van het volgende spreekwoord:
De laatste loodjes wegen het zwaarst.
a)
Het is een moeilijke taak.
b)
Er iets aan toevoegen.
c)
Het einde van een taak schijnt moeilijker dan het begin.
d)
Je erbij neerleggen.
4.
Vul het volgende spreekwoord aan:
Blaffende honden...
a)
zijn erg lief.
b)
bijten niet.
c)
zijn ziek.
d)
bijten op een been.
5.
Is dit letterlijk of figuurlijk bedoeld?
Tijdens de spreekbeurt staat Chaima plots met haar mond vol tanden.
a)
letterlijk
b)
figuurlijk
6.
Is dit letterlijk of figuurlijk bedoeld?
Hij struikelde over zijn woorden toen hij iets aan de leerkracht vroeg.
a)
letterlijk
b)
figuurlijk
7.
Is dit letterlijk of figuurlijk bedoeld?
Hij struikelde over de boekentas van Akram toen hij binnen kwam in de klas.
a)
letterlijk
b)
figuurlijk
8.
Is dit letterlijk of figuurlijk bedoeld?
Dries Mertens maakt brandhout van AC Milaan.
a)
letterlijk
b)
figuurlijk
9.

Uit Leef: ""Hij vertelde dat ie zich had gewerkt in het zweet

Geld verdiend als water

Maar nooit echt had geleefd"


Geld als water?

a)

Figuurlijk taalgebruik

b)

Letterlijk taalgebruik

10.

Uit Leef: "Dus pak het leven"

a)

Letterlijk taalgebruik

b)

Figuurlijk taalgebruik

11.

Welk woord heeft een achtervoegsel?

a)

heldendaad

b)

herleiden

c)

voordeel

d)

zichtbaar

12.

Is het onderstreepte woord juist of onjuist gebruikt in de zin?

Het is bijna onmogelijk om achter de schermen te komen: er staat zo veel bewaking.

a)

juist

b)

onjuist

13.

Is het onderstreepte woord juist of onjuist gebruikt in de zin? Contactloos betalen is lastig: je moet steeds je pinpas in de automaat stoppen en je code intoetsen.

a)

juist

b)

onjuist

14.

Welk woord heeft een achtervoegsel?

a)

achteruit

b)

grijsaard

c)

klokhuis

d)

verdelen

15.

Welke woord is een samenstelling?

a)

brandbaar

b)

brandblusser

c)

branding

d)

verbranding

16.

Welk spreekwoord past het best bij de zin?


Tamara struikelde en brak daarbij haar pols.

a)

Al doende leert men.

b)

Een ongeluk zit in een klein hoekje.

c)

Gezelligheid kent geen tijd.

d)

Waar een wil is, is een weg.

e)

Wie wat bewaart, die heeft wat.

17.

Welk spreekwoord past het best bij de zin?


Toen we Risk speelden met de buren, bleek het ineens al middernacht te zijn.

a)

Al doende leert men.

b)

Een ongeluk zit in een klein hoekje.

c)

Gezelligheid kent geen tijd.

d)

Waar een wil is, is een weg.

e)

Wie wat bewaart, die heeft wat.

18.

Welk spreekwoord past het best bij de zin?


Ik maak me nu echt nog niet druk om mijn pensioen!

a)

Een goed begin is het halve werk.

b)

Eén zwaluw maakt nog geen zomer.

c)

Er is geen peil op te trekken.

d)

Wie dan leeft, die dan zorgt.

e)

Wie wat bewaart, die heeft wat.

19.

Welk woord heeft een voorvoegsel?

a)

onverstaanbaar

b)

verstaanbaar

c)

wetenschappelijk

d)

schoonheid

20.

Welke twee voorvoegsels betekenen ongeveer hetzelfde?

a)

wan- en ex-

b)

anti- en inter-

c)

mis- en wan-

d)

on- en her-

21.

'Grillig' betekent:

a)

in het echt

b)

mooi

c)

meestal

d)

veranderlijk

22.

'Voldoen aan' betekent:

a)

passen bij de eisen

b)

te maken hebben met

c)

het mooi zijn

d)

omschrijven

23.

'Doorgaans' betekent:

a)

mooi

b)

meestal

c)

lelijk

d)

slecht

24.

'Wellicht' betekent:

a)

allerbest

b)

misschien

c)

veel

d)

absoluut niet

25.

'Variëren' betekent:

a)

verschillen

b)

langs een touw naar beneden zakken

c)

koppig zijn

d)

positief zijn

26.

'Een keerzijde hebben' betekent:

a)

zorgeloos leven

b)

altijd vrolijk zijn

c)

positief zijn

d)

ook slechte gevolgen hebben

27.
Welk werkwoord herken je bij het volgende woord: 'reactie'.
a)
Reacteren
b)
acteren
c)
Reageren
28.
Welk woord heeft een voorvoegsel?
a)
opnieuw
b)
ongelijk
c)
nieuw
d)
gelijk
29.

Het voorvoegsel on betekent...

a)

niet

b)

opnieuw

c)

met veel

30.

Het achtervoegsel -loos betekent

a)

Met veel

b)

Zonder

c)

Tussen

31.

Het voorvoegsel -inter betekent

a)

Tussen

b)

Elke

c)

Met veel

32.

Het voorvoegsel wan- betekent

a)

Zonder

b)

Niet

c)

Slecht/verkeerd

33.

Van het kastje naar de muur gestuurd worden

a)

Heen en weer lopen

b)

Steeds doorverwezen worden

c)

De regels voor garantie

34.

Buitengewone

a)

Gewone

b)

Niet gewone/bijzondere

c)

Heel gewone/niet bijzondere

35.

Eindeloos

a)

Het einde is in zicht

b)

Zonder einde

c)

Met einde

36.

Wat betekent 'constateert'

a)

flink

b)

vaststelt

c)

aldus

d)

volgens

37.

Wat betekent 'agressie'

a)

incidenten

b)

ging op de vuist

c)

begon te vechten

d)

geweld, een aanval

38.
Wat betekent een boom van een vent?
a)
Iemand die heel sterk is
b)
Iemand die heel erg handig in de tuin is
c)
Iemand die heel groot is
d)
Iemand die groene vingers heeft
39.
Wat betekent "schieten als paddestoelen uit de grond". 
a)
Er komt in korte tijd veel onkruid
b)
Er is een paddenstoelenplaag
c)
Het is een besmettelijke ziekte
d)
Er komen er in korte tijd heel veel bij (bijv. bedrijven)
40.
Wat betekent "doorgaans"
a)
Soms
b)
Meestal
c)
Nooit
d)
Zelden
41.
Wat is het tegenovergestelde van "talloze"
a)
verschillende
b)
veel
c)
weinig
42.
Wat is het tegenovergestelde van "sober"
a)
luxueus
b)
eenvoudig
c)
prettig
43.
Wat is het tegenovergestelde van "spectaculaire"
a)
spannend
b)
saai
c)
romantisch
44.
Figuurlijk of Letterlijk?
Sonja gooide er met de pet naar tijdens de volleybalwedstrijd.
a)
Figuurlijk
b)
Letterlijk
45.
Figuurlijk of Letterlijk?
De indeling van de klassen klopte niet, het regende klachten bij de teamleiders.
a)
Figuurlijk
b)
Letterlijk
46.
Figuurlijk of Letterlijk?
Mijn vriendin gooide met haar pet naar haar broer toen hij vervelend deed.
a)
Figuurlijk
b)
Letterlijk
47.
Wat is een passend achtervoegsel bij breek?
a)
ten
b)
loos
c)
baar
48.

Wat betekent het woord 'impulsaankoop'?

a)

met veel sfeer

b)

mensen voor wie iets bedoeld is

c)

een aankoop zonder na te denken

49.

Wat betekent 'sfeervol'?

a)

met veel sfeer

b)

opnieuw inrichten

c)

niet gepast

50.

Wat betekent 'aanschaffen'?

a)

betalen

b)

kopen

c)

afrekenen

51.

Welk woord bevat een voorvoegsel?

a)

ongezond

b)

gevoelloos

c)

vleesvervanger

52.

Welk woord bevat een achtervoegsel?

a)

gevoelig

b)

hopeloos

c)

onverantwoordelijk

d)

relatie

53.

Welk woord is samengesteld uit twee woorden?

a)

onnodig

b)

miskoop

c)

verzendkosten

d)

herinrichting

54.

Wat betekent het woord 'prioriteit'?

a)

veel waarde hebben

b)

weinig moeite kosten

c)

iets dat belangrijk is

55.

Wat betekent het woord 'onderling'?

a)

met elkaar, samen

b)

nu

c)

gewoon

56.

Geef de juiste betekenis van: Een kat in de zak kopen.

a)

Het er wel voor over hebben.

b)

Aan iedereen laten zien wat je hebt gekocht.

c)

Iets kopen wat erg tegenvalt.

57.

Geef de juiste betekenis: Iets voor een zacht prijsje kopen.

a)

Iets kopen en aan iedereen laten zien.

b)

Iets voor weinig geld kopen.

c)

Iets kopen dat erg tegenvalt.

58.

Welk woord past het beste bij de volgende omschrijving: zonder gevoel.

a)

talentloos

b)

emotieloos

c)

kansloos

d)

hopeloos

59.

Wat is de juiste uitdrukking bij: 'met veel moeite'?

a)

vroeg of laat

b)

uit haar duim gezogen

c)

met vallen en opstaan

60.

Bij welk woord in het woordenboek ga je zoeken bij het woord 'ontstoken'?

a)

ontsteking

b)

ontsteken

c)

ontstoken

d)

ge-ontstoken

61.

Bij welk woord in het woordenboek ga je zoeken bij het woord 'certificaten'?

a)

certificaat

b)

certificaten

c)

certificater

62.

Wat is de betekenis van 'advies'?

a)

gegeven raad

b)

gespannen

c)

tot rust komen

63.

Wat is de tegenstelling van 'overgewicht'?

a)

ondergewicht

b)

dik

c)

gezwollen