wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Les 2-3: vlak, punt, rechte en onderlinge ligging

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Een punt wordt voorgesteld door...

a)

niets.

b)

een stip of een hoofdletter

c)

een lijn

d)

een stip en een hoofdletter

2.

Een lijnstuk is

a)

een rechte lijn begrensd door twee punten

b)

een rechte lijn die door twee punten gaat

c)

een rechte lijn die niet begrensd is

d)

een gebogen lijn

3.

Geef de correcte benaming.

a)

Lijnstuk KL

b)

Rechte KL

c)

Halfrechte KL

d)

Halfrechte LK

4.

Geef de juiste notatie

a)

KL

b)

[KL

c)

[LK

d)

[KL]

5.

Geef de juiste benaming

a)

Rechte AB

b)

Halfrechte AB

c)

Lijnstuk AB

d)

Hoek AB

6.

Geef de juiste benaming.

a)

Rechte AB

b)

Halfrechte AB

c)

Lijnstuk AB

d)

Hoek AB

7.

Strikt evenwijdige rechten zijn rechten die ...

a)

Geen enkel punt gemeenschappelijk hebben

b)

Alle punten gemeenschappelijk hebben

c)

Geen enkel punt of alle punten gemeenschappelijk hebben

d)

Geen enkel punt en alle punten gemeenschappelijk hebben

8.

Snijdende rechten zijn rechten die ... gemeenschappelijk hebben.

a)

Alle punten

b)

Juist twee punten

c)

Juist één punt

d)

Geen punten

9.

Evenwijdige rechten zijn rechten die ...

a)

Geen enkel punt gemeenschappelijk hebben

b)

Alle punten gemeenschappelijk hebben

c)

Geen enkel punt of alle punten gemeenschappelijk hebben

d)

Geen enkel punt en alle punten gemeenschappelijk hebben

10.

Als twee rechten evenwijdig zijn met eenzelfde rechte, dan zijn de twee rechten ...

a)

Evenwijdig

b)

Loodrecht

c)

Snijdend

11.

Als een rechte één van twee evenwijdige rechten snijdt, dan ... ze ook de andere rechte.

a)

Valt samen

b)

Snijdt

c)

Loodrecht

12.

Als een rechte loodrecht staat op één van twee evenwijdigen, dan staat ze ook ... op de andere.

a)

Evenwijdig

b)

Snijdend

c)

Loodrecht

13.

Een halfrechte is...

a)

een lijnstuk

b)

een rechte die aan één kant begrensd is

c)

een rechte die aan beide kanten begrensd is

d)

een lijnstuk dat onbegrensd is

14.

Geef de onderlinge ligging van

AC en DE

a)

evenwijdig

b)

snijdend en loodrecht

c)

snijdend maar niet loodrecht

d)

kruisend

15.

Geef de onderlinge ligging van

AE en CB

a)

evenwijdig

b)

snijdend en loodrecht

c)

snijdend maar niet loodrecht

d)

kruisend

16.

Duid het meest passende symbool aan.

De rechten f en e zijn

a)

\parallel

b)

\perp

c)

==

d)

\ne

17.

Duid het meest passende symbool aan. Hoe staan de rechten c en b tegenover elkaar?

a)

\parallel

b)

\perp

c)

==

d)

\ne

18.

Welke stelling is juist?

a)

De rechten j en k zijn snijdend.

b)

De rechten f en g zijn niet evenwijdig.

c)

De rechten j en i staan loodrecht op elkaar

19.

Hoe staan de rechten i en h tegenover elkaar?

a)


\ne

b)

==

c)

\perp

d)

\parallel

20.

Duid het meest passende symbool aan. Hoe staan de rechten d en d tegenover elkaar?

a)

\parallel

b)

\perp

c)

==

d)

\ne