wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Persoonsvorm Tegenwoordige Tijd

Total questions: 13

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Kopen. Hij.......

a)

Koop

b)

Kopen

c)

Koopt

d)

Koopd

2.

Drinken. Wij....

a)

drinken

b)

drinkt

c)

drinkd

d)

drink

3.

Zwaaien. Piet....

a)

zwaait

b)

zwaaien

c)

zwaai

d)

zwaaid

4.

Zwemmen. ....jij?

a)

Zwemt

b)

Zwemmen

c)

Zwem

d)

Zwemde

5.

Snorkelen. Lois......

a)

snorkelt

b)

snorkelen

c)

snorkeld

d)

snorkel

6.

Duiken. Kiki....

a)

duiken

b)

duik

c)

duikt

d)

duikd

7.

Zingen. Mijn vader....

a)

zingt

b)

zingd

c)

zingen

d)

zing

8.

Remmen. ......de auto?

a)

Rem

b)

Remmen

c)

Remd

d)

Remt

9.

Schrijven. De leraar ......

a)

schrijven

b)

schrijft

c)

schrijfde

d)

schrijf

10.

Veranderen. .......jij?

a)

Verandert

b)

Veranderen

c)

Veranderd

d)

Verander

11.

Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd. Gebruik lopen om te horen of je een - t moet noteren.

Rijden

Mijn opa van 85 ....nog steeds in zijn auto

a)

rijden

b)

rijdt

c)

rijd

d)

rijdden

12.

Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd. Gebruik lopen om te horen of je een - t moet noteren.

branden

De ober .....zijn vingers aan de gloeiend hete tosti.

a)

branden

b)

brand

c)

brandt

d)

brandden

13.

Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd. Gebruik lopen om te horen of je een - t moet noteren.

raden

Welke deelnemer.....het goede antwoord?

a)

raadt

b)

raad

c)

raden

d)

radden