NEW
Font size
WorksheetsPersoonsvorm Tegenwoordige Tijd
Total questions: 13
Worksheet time: 7mins
Kopen. Hij.......
Koop
Kopen
Koopt
Koopd
Drinken. Wij....
drinken
drinkt
drinkd
drink
Zwaaien. Piet....
zwaait
zwaaien
zwaai
zwaaid
Zwemmen. ....jij?
Zwemt
Zwemmen
Zwem
Zwemde
Snorkelen. Lois......
snorkelt
snorkelen
snorkeld
snorkel
Duiken. Kiki....
duiken
duik
duikt
duikd
Zingen. Mijn vader....
zingt
zingd
zingen
zing
Remmen. ......de auto?
Rem
Remmen
Remd
Remt
Schrijven. De leraar ......
schrijven
schrijft
schrijfde
schrijf
Veranderen. .......jij?
Verandert
Veranderen
Veranderd
Verander
Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd. Gebruik lopen om te horen of je een - t moet noteren.
Rijden
Mijn opa van 85 ....nog steeds in zijn auto
rijden
rijdt
rijd
rijdden
Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd. Gebruik lopen om te horen of je een - t moet noteren.
branden
De ober .....zijn vingers aan de gloeiend hete tosti.
branden
brand
brandt
brandden
Noteer de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd. Gebruik lopen om te horen of je een - t moet noteren.
raden
Welke deelnemer.....het goede antwoord?
raadt
raad
raden
radden
