wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Zoek het werkwoord in de zin.

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Hamza speelde met een rode voetbal.

a)

speelt

b)

met

c)

rode

d)

voetbal

2.

Mijn moeder drinkt een kop thee.

a)

mijn moeder

b)

drinkt

c)

kop

d)

thee

3.

Ik ben naar het zwembad geweest

a)

Ik

b)

ben

c)

naar

d)

zwembad

4.

Zijn broer zet de tv uit.

a)

zijn

b)

broer

c)

zet (uit)

d)

tv

5.

Waarom snap je deze vraag niet?

a)

waarom

b)

snap

c)

deze

d)

vraag

6.

Slaapt die hond al lang?

a)

slaapt

b)

die

c)

hond

d)

lang

7.

Ik lees een mooi boek over draken.

a)

lees

b)

boek

c)

over

d)

draken

8.

Wat is het werkwoord in deze zin?

a)

is

b)

werkwoord

c)

in

d)

zin

9.

Wij zijn bij mijn oma.

a)

wij

b)

zijn

c)

bij

d)

oma

10.

Ik liep het snelste rondje om de school.

a)

liep

b)

snelste

c)

rondje

d)

om