wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Het skelet

Total questions: 14

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Uit welke delen bestaat het skelet?

a)

De botten bovenaan, in het midden en onderaan

b)

De botten van het hoofd, de romp en de ledematen

c)

De dikke en dunne botten

2.

Welke is GEEN functie van het skelet?

a)

Het houdt ons recht.

b)

Het beschermt een deel van onze organen.

c)

Het beschermt ons tegen bacteriën.

d)

Het vormt ons lichaam.

3.
Wat is je borstkas
a)
ribben + been + schedel
b)
borstbeen + been + ribben
c)
ribben + borstwervels + borstbeen
d)
borstwervels + ribben + been
4.
Op welke manier maakt je skelet beweging mogelijk?
a)
Doordat de botten langs elkaar schrapen als je sport
b)
Doordat je spieren aan de botten vastzitten 
c)
Doordat je botten veel energie bevatten
d)
Doordat je skelet bestaat uit kraakbeen en kraakbeen is beweeglijk
5.
de hersenen worden beschermt door de
a)
ribben
b)
schedelbeenderen
c)
scheenbeen
d)
sleutelbeen
6.
een ander woord voor skelet is ..........
a)
schedel
b)
geraamte
7.
welke organen worden door de de ribbenkast beschermt?
a)
hart
b)
longen
c)
hart en longen
8.

Welke soorten ledematen heb je?

a)

schedel en armen

b)

armen en benen

c)

romp en benen

d)

schedel en romp

9.

Welke functie past het beste bij de schedelbeenderen

a)

bescherming van tere organen

b)

beweging mogelijk maken

c)

Vorm geven aan lichaam

d)

Stevigheid geven aan het lichaam

10.

Welke is GEEN functie van het skelet?

a)

Het houdt ons recht.

b)

Het beschermt een deel van onze organen.

c)

Het beschermt ons tegen bacteriën.

d)

Het vormt ons lichaam.

11.
Wat is je borstkas
a)
ribben + been + schedel
b)
borstbeen + been + ribben
c)
ribben + borstwervels + borstbeen
d)
borstwervels + ribben + been
12.

De dubbele S-vorm in de wervelkolom zorgt voor...

a)

Stevigheid

b)

Het opvangen van schokken

c)

Het beknellen van zenuwen

d)

Snellere beweging

13.
Wat voor vorm moet je wervelkolom hebben bij een juiste houding?
a)
Rechte-I-vorm
b)
Dubbele-I-vorm
c)
Enkele-S-vorm
d)
Dubbele-S-vorm
14.

Hoe noem je het lichaam van een zeedier waardoor het makkelijk door het water kan bewegen

a)

slank

b)

visvormig

c)

gestroomlijnd

d)

vlakvormig