wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Grammatica NN5 hoofdstuk 2 samengestelde zin en voegwoorden

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Kies de juiste structuur bij de onderstaande zin.

Femke oefent haar spreekbeurt voor de spiegel; niemand mag haar dan kunnen zien.

a)

{hz+hz}

b)

{(bz)+hz}

c)

{hz+(bz)}

2.

Kies de juiste structuur bij de onderstaande zin.

John doet niet aan een uitgebreide voorbereiding, omdat hij liever wat improviseert.

a)

{hz+hz}

b)

{(bz)+hz}

c)

{hz+(bz)}

3.

Kies de juiste structuur bij de onderstaande zin.

Als je een duidelijke presentatie wilt geven, zul je je moeten voorbereiden.

a)

{hz+hz}

b)

{(bz)+hz}

c)

{hz+(bz)}

4.

Kies de juiste structuur bij de onderstaande zin.

Bij hoogwater moet dijkbewaking ingesteld worden, als men overstromingen wil voorkomen.

a)

{hz+hz}

b)

{(bz)+hz}

c)

{hz+(bz)}

5.

Kies de juiste structuur bij de onderstaande zin.

In Nederland heeft men ervaring in de strijd tegen het water; wij staan daarom bekend als dijkenbouwers.

a)

{hz+hz}

b)

{(bz)+hz}

c)

{hz+(bz)}

6.

Kies de juiste structuur bij de onderstaande zin.

Omdat sommige dijken te lijden hebben van ratten, worden deze systematisch gevangen.

a)

{hz+hz}

b)

{(bz)+hz}

c)

{hz+(bz)}

7.

Kies de juiste structuur bij de onderstaande zin.

Zullen we naar het eiland gaan of wil je liever thuisblijven?

a)

{hz+hz}

b)

{(bz)+hz}

c)

{hz+(bz)}

8.

Kies de juiste structuur bij de onderstaande zin.

We doen net alsof dat eiland van ons is.

a)

{hz+hz}

b)

{(bz)+hz}

c)

{hz+(bz)}

9.

Met welke woordsoort begint de bijzin in de onderstaande zinnen (onderstreept)?

Als ik bij de McDonald's eet, heb ik na afloop altijd nog honger.

a)

Bijwoord

b)

Voorzetsel

c)

Vragend voornaamwoord

d)

Voegwoord

10.

Met welke woordsoort begint de bijzin in de onderstaande zinnen (onderstreept)?

Ik ben benieuwd wie daar nu nog in trapt.

a)

Bijwoord

b)

Voorzetsel

c)

Vragend voornaamwoord

d)

Voegwoord

11.

Met welke woordsoort begint de bijzin in de onderstaande zinnen (onderstreept)?

De politie kon niet ontdekken hoe de inbrekers binnen waren gekomen.

a)

Bijwoord

b)

Voorzetsel

c)

Vragend voornaamwoord

d)

Voegwoord

12.

Met welke woordsoort begint de bijzin in de onderstaande zinnen (onderstreept)?

Onderweg begon het keihard te regenen, dus we kwamen doorweekt aan.

a)

Bijwoord

b)

Voorzetsel

c)

Vragend voornaamwoord

d)

Voegwoord

13.

Met welke woordsoort begint de bijzin in de onderstaande zinnen (onderstreept)?

Iedereen was benieuwd met wie Sophie naar de film was geweest.

a)

Bijwoord

b)

Voorzetsel

c)

Vragend voornaamwoord

d)

Voegwoord

14.

Met welke woordsoort begint de bijzin in de onderstaande zinnen (onderstreept)?

Hij vertelt nooit waarheen hij op vakantie is geweest.

a)

Bijwoord

b)

Voorzetsel

c)

Vragend voornaamwoord

d)

Voegwoord

15.

Met welke woordsoort begint de bijzin in de onderstaande zinnen (onderstreept)?

Ik zou niet weten welke winkel hij bedoelt.

a)

Bijwoord

b)

Voorzetsel

c)

Vragend voornaamwoord

d)

Voegwoord

16.

Met welke woordsoort begint de bijzin in de onderstaande zinnen (onderstreept)?

Als ik laat naar bed ga, word ik chagrijnig.

a)

Bijwoord

b)

Voorzetsel

c)

Vragend voornaamwoord

d)

Voegwoord

17.

Met welke woordsoort begint de bijzin in de onderstaande zinnen (onderstreept)?

Ik ga ervan uit dat in noodgevallen extra manschappen worden opgeroepen.

a)

Bijwoord

b)

Voorzetsel

c)

Vragend voornaamwoord

d)

Voegwoord

18.

Met welke woordsoort begint de bijzin in de onderstaande zinnen (onderstreept)?

Weet jij hoeveel dat nieuwe spel kost?

a)

Bijwoord

b)

Voorzetsel

c)

Vragend voornaamwoord

d)

Voegwoord

19.

Met welke woordsoort begint de bijzin in de onderstaande zinnen (onderstreept)?

Het is altijd ontzettend druk in die winkel, hoewel er heel dure producten worden verkocht.

a)

Bijwoord

b)

Voorzetsel

c)

Vragend voornaamwoord

d)

Voegwoord

20.

Met welke woordsoort begint de bijzin in de onderstaande zinnen (onderstreept)?

Het is onduidelijk tot wanneer je je kunt inschrijven.

a)

Bijwoord

b)

Voorzetsel

c)

Vragend voornaamwoord

d)

Voegwoord