NEW
Font size
Worksheetslijdend en meewerkend voorwerp
Total questions: 15
Worksheet time: 8mins
Zoek het lijdend voorwerp: De jongens waren de twee leerlingen uit hun klas aan het pesten.
De jongens
De twee leerlingen
De twee leerlingen uit hun klas
geen lijdend voorwerp
Zoek het lijdend voorwerp: Wij waren gisteren lekker aan het uitrusten.
lekker
gisteren
geen lijdend voorwerp
Hij geeft de bal aan Elisabeth. De bal is:
meewerkend voorwerp
onderwerp
lijdend voorwerp
bijwoordelijke bepaling
Het frikandelbroodje wordt aan mij gegeven. Aan mij is:
meewerkend voorwerp
lijdend voorwerp
onderwerp
bijwoordelijke bepaling
Hun schrijven foutloos Nederlands. Hun is:
Fout. Het moet zijn hen.
Fout. Het moet zijn 'zij', want het is hier het onderwerp.
Goed.
Wat is het MV in de volgende zin? Wij gaan onze mentor een cadeau aanbieden.
Wij
onze mentor
een cadeau
gaan aanbieden
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
De coach besprak de tactiek met de kinderen.
de coach
de tactiek
de kinderen
besprak
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
Zij liet het estafettestokje bijna vallen.
Zij
estafettestokje
het estafettestokje
vallen
Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?
Mijn oma vindt het schilderij van Jeroen Bosch heel mooi.
het schilderij
mijn oma
het schilderij van Jeroen Bosch
heel mooi
Goed of fout: Een lijdend voorwerp kan nooit met een voorzetsel beginnen
Goed
Fout
Goed of fout? Een meewerkend voorwerp begint altijd met het voorzetsel AAN of het voorzetsel VOOR.
Goed
Fout
Goed of fout? In elke zin staat altijd een lijdend voorwerp.
Goed
Fout
