wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

lijdend en meewerkend voorwerp

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Zoek het lijdend voorwerp: De jongens waren de twee leerlingen uit hun klas aan het pesten.

a)

De jongens

b)

De twee leerlingen

c)

De twee leerlingen uit hun klas

d)

geen lijdend voorwerp

2.

Zoek het lijdend voorwerp: Wij waren gisteren lekker aan het uitrusten.

a)

lekker

b)

gisteren

c)

geen lijdend voorwerp

3.

Hij geeft de bal aan Elisabeth. De bal is:

a)

meewerkend voorwerp

b)

onderwerp

c)

lijdend voorwerp

d)

bijwoordelijke bepaling

4.

Het frikandelbroodje wordt aan mij gegeven. Aan mij is:

a)

meewerkend voorwerp

b)

lijdend voorwerp

c)

onderwerp

d)

bijwoordelijke bepaling

5.

Hun schrijven foutloos Nederlands. Hun is:

a)

Fout. Het moet zijn hen.

b)

Fout. Het moet zijn 'zij', want het is hier het onderwerp.

c)

Goed.

6.
In welke zin staat een meewerkend voorwerp?
a)
De zangeres werd eerste tijdens de show.
b)
Ze juichte en sprong een gat in de lucht.
c)
De jury gaf haar de meeste stemmen van allemaal.
d)
Ze ging een schitterende carrière tegemoet. 
7.
In welke zin staat een meewerkend voorwerp?
a)
De zanger woonde aan een mooi meer.
b)
Voor het huis stond zijn auto.
c)
Hij gaf veel van zijn geld aan een goed doel.
d)
De mensen vonden hem dan ook erg sympathiek.
8.

Wat is het MV in de volgende zin? Wij gaan onze mentor een cadeau aanbieden.

a)

Wij

b)

onze mentor

c)

een cadeau

d)

gaan aanbieden

9.
Wat is het MV in de volgende zin? Ik vroeg mijn vader of ik naar het optreden van Ali B mocht.
a)
Ik
b)
mijn vader
c)
het optreden van Ali B
d)
vroeg
10.

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?

De coach besprak de tactiek met de kinderen.

a)

de coach

b)

de tactiek

c)

de kinderen

d)

besprak

11.

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?

Zij liet het estafettestokje bijna vallen.

a)

Zij

b)

estafettestokje

c)

het estafettestokje

d)

vallen

12.

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin?

Mijn oma vindt het schilderij van Jeroen Bosch heel mooi.

a)

het schilderij

b)

mijn oma

c)

het schilderij van Jeroen Bosch

d)

heel mooi

13.

Goed of fout: Een lijdend voorwerp kan nooit met een voorzetsel beginnen

a)

Goed

b)

Fout

14.

Goed of fout? Een meewerkend voorwerp begint altijd met het voorzetsel AAN of het voorzetsel VOOR.

a)

Goed

b)

Fout

15.

Goed of fout? In elke zin staat altijd een lijdend voorwerp.

a)

Goed

b)

Fout