Font size
WorksheetsNu Nederlands Taalfouten voorkomen
Total questions: 30
Worksheet time: 15mins
Welk woord moet met hoofdletter?
fransman
stokbrood
frankrijk
zuiden
Welke woorden moeten met hoofdletter?
zuid-amerikaanse
continent
peru
tortilla
Welke woorden moeten met hoofdletter?
kerstman
pasen
zomervakantie
eerste kerstdag
Hoe schrijf ik het goed?
's winters gaan we op vakantie.
'S Winters
's Winters
'S winters
's winters
Welke woorden gaan met hoofdletter?
Willen jullie naar esmee leijen luisteren op woensdag?
willen
jullie
esmee
leijen
woensdag
Welke woorden hebben een hoofdletter?
college de opmaat in hilversum is tot april dicht wegens corona.
college
opmaat
hilversum
april
corona
Wil je mij / mijn even helpen?
mij
mijn
Mij / Mijn fiets staat in de schuur.
Mij
Mijn
Het lijk mij / mijn leuk om weer naar school te gaan.
mij
mijn
Ik ben me / mijn tas vergeten.
me
mijn
Wil je me / mijn helpen met de opdracht?
me
mijn
Welke zin is juist gespeld?
Pas op, daar komt een vrachtwagen aan.
Pas op!, Daar komt een vrachtwagen aan!
Pas op, daar komt een vrachtwagen aan!
Welke zin is juist?
Esmee zei, jullie werken goed.
Esmee zei: "Jullie werken goed".
Esmee zei; Jullie werken goed.
Esmee zei, "jullie werken goed".
Wat zijn de twee persoonsvormen in de zin:
Als je geen zin hebt, moet je gaan.
je en je
geen zin en gaan
hebt en gaan
als en moet
Wie heeft jou / jouw gevraagd de opdrachten mee te doen?
jou
jouw
Weet jij of jou / jouw werk gemaakt is?
jou
jouw
Het woordje 'je' mag in plaats van.....?
jou
jouw
beide
geen van beide
De / het laatste week gaat het beter.
de
het
Dat / die liedje vind ik wel leuk.
dat
die
de bejaarde + het huis = ?
de bejaardenhuis
het bejaardenhuis
de appel + het sap = ?
de appelsap
het appelsap
Hoe verwijs je het woord 'huis' goed?
die huis
dat huis
dit huis
deze huis
Hoe verwijs je het woord 'snelweg' goed?
die snelweg
dat snelweg
deze snelweg
dit snelweg
Hoe verwijs je het woord 'merkjas' goed?
die merkjas
deze merkjas
dat merkjas
dit merkjas
U / Uw hebt mij niet goed gehoord.
u
uw
Morgenvroeg kunt u / uw boodschappen doen.
u
uw
Wij raden u / uw aan u / uw boodschappen vroeg te doen.
u - u
u - uw
uw - u
uw - uw
Wilt u vandaag deze of ……. jurk aan?
de
het
die
dat
deze
Ik vind …… spel een stuk leuker dan dat spel.
dit
dat
deze
die
het
Je hebt dat / deze adres niet goed genoteerd.
dat
deze
