NEW
Font size
WorksheetsNederlands klas 2 tekstverbanden en signaalwoorden
Total questions: 25
Worksheet time: 12mins
Een chronologisch verband beschrijft gebeurtenissen in de juiste tijdsvolgorde.
Deze stelling is juist
Deze stelling is onjuist
In een toelichtend verband wordt extra informatie gegeven, vaak in de vorm van een voorbeeld.
Deze stelling is juist
Deze stelling is onjuist
Ten eerste, ten tweede en ten slotte zijn signaalwoorden die passen bij een tegenstellend verband.
Deze stelling is juist
Deze stelling is onjuist
Doordat, daardoor, als gevolg van en dankzij zijn signaalwoorden die passen bij een oorzakelijk verband.
Deze stelling is juist
Deze stelling is onjuist
Dus, daarom, kortom en al met al zijn signaalwoorden die passen bij een concluderend tekstverband.
Deze stelling is juist
Deze stelling is onjuist
In vergelijking met, evenals en vergeleken met zijn signaalwoorden die passen bij een toelichtend tekstverband.
Deze stelling is juist
Deze stellig is onjuist
Welk signaalwoord hoort bij een opsommend verband?
ook
maar
eerst
doordat
Welk signaalwoord hoort bij een tegenstellend verband?
maar
tevens
dan
als
Welk signaalwoord hoort bij een chronologisch verband?
Eerst
En
Doordat
Bijvoorbeeld
Welk tekstverband zie je tussen deze zinnen?
Slechte nachten zorgt voor chagrijnige mensen . Ook ongezonde voeding zorgt voor een slecht humeur.
Chronologisch
Tegenstellend
Oorzakelijk
Opsommend
Van welk tekstverband is hier sprake?
Hoewel hij niet van Spanje houdt, gaat hij er elk jaar heen.
Opsommend
Oorzakelijk
Tegenstellend
Toelichtend
Welk tekstverband vind je in de onderstaande zin?
Je moet eerst de bloemen schuin afsnijden, daarna doe je water in een vaas en als laatste doe je de bloemen in de vaas.
Chronologisch
Oorzakelijk
Toelichtend
Tegenstellend
Welk tekstverband zie je tussen deze zinnen?
Vancouver Island heeft ontzettend veel mooie natuur te bieden. Ook kun je er met een boot op zoek gaan naar walvissen en beren en zwemmen tussen de zalmen.
Vergelijkend
Opsommend
Tegenstellend
Chronologisch
'Ik vind je aardig, maar ik kan je niet helpen'
'Maar' geeft een vergelijking aan
'Maar' geeft een tegenstelling aan
Doordat het regent, is mijn jas nat.
Dit is een reden
Dit is een oorzaak
Hoewel ik genoeg geld heb, koop ik die telefoon toch niet.
Dit is een vergelijking
Dit is een tegenstelling
Voorbeelden van signaalwoorden zijn:
Maar, en, toch, daarna, ten slotte.
Juist, deze, hij, die.
Dat, doen, daar, het, om, uit.
Geen van allen.
Het regent, dus ik blijf liever thuis.
opsommend verband
redengevend verband
oorzakelijk verband
concluderend verband
Doordat het regent, ben ik helemaal doorweekt.
toelichtend verband
redengevend verband
oorzakelijk verband
concluderend verband
Op dit vakantiepark kun je fietsen, midgetgolfen, tennissen, schommelen, zwemmen...en op zaterdagavond is er altijd een karaoke! Kortom, er is genoeg te doen!
voorwaardelijk verband
redengevend verband
oorzakelijk verband
concluderend verband
Het signaalwoord 'echter' duidt op een...
chronologisch verband
opsommend verband
tegenstellend verband
toelichtend verband
Het signaalwoord 'bovendien' duidt op een...
chronologisch verband
opsommend verband
tegenstellend verband
toelichtend verband
Het signaalwoord 'maar' duidt op een...
chronologisch verband
opsommend verband
tegenstellend verband
toelichtend verband
Het signaalwoord 'vervolgens' duidt op een...
chronologisch verband
opsommend verband
tegenstellend verband
toelichtend verband
Omdat ik graag een goed cijfer wil voor de toets, ga ik de stof extra vaak herhalen.
voorwaardelijk verband
tegenstellend verband
redengevend verband
oorzakelijk verband
