Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordenschat Quiz groep 7/8 ABC

Total questions: 30

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

versleutelen

a)

van een gewone tekst een tekst in code maken

b)

dicht maken

c)

auto opknappen

d)

coderen

2.

onthullen

a)

schoonmaken

b)

bekend maken

c)

vastlopen

d)

dicht maken

3.

dilemma

a)

moeite hebben

b)

tweede optie

c)

moeilijke keuze tussen twee dingen

d)

de eerste keuz

4.

uit de school klappen

a)

geschorst worden

b)

in een te volle klas zitten

c)

een geheim doorvertellen

d)

applaus voor de school

5.

onbevangen

a)

zo vrij als een vis

b)

nog vers

c)

verrassen

d)

zonder mening of oordeel

6.

abstract

a)

toveren

b)

abrakadabra

c)

niet concreet

d)

iets wat niet lijkt op de werkelijkheid

7.

abstract

a)

toveren

b)

abrakadabra

c)

niet concreet

d)

iets wat niet lijkt op de werkelijkheid

8.

interpreteren

a)

zonder voorstelling

b)

tussen de pret in

c)

veel typen

d)

uitleggen op jouw manier

9.

in een oogopslag

a)

het 1e punt bij slagbal

b)

wenken

c)

oogirritatie

d)

onmiddelijk

10.

dynamisch

a)

apparaat op fiets voor de stroom

b)

in beweging

c)

statisch

d)

ontploffing

11.

object

a)

tegenspraak

b)

voorwerp

c)

ding

d)

inbrengen

12.

de blik verruimen

a)

grote blik bonen

b)

blikken opstapelen in het ruim van een schip

c)

met andere ogen kijken

d)

een nieuw ervaring opdoen

13.

'De dief is ongeveer 1.70 m, heeft zwart haar en blauwe ogen'.

Welk woord hoort hierbij?

a)

een carrière

b)

een renovatie

c)

een signalement

d)

een verklaring

14.

Wat betekent 'geobsedeerd'?

a)

met alle aandacht

b)

met een beetje aandacht

c)

zonder aandacht

15.

Wat betekent 'je iets voor de geest halen'?

a)

iets herinneren

b)

iets omzeilen

c)

iets overzien

d)

iets voorkomen

16.

Wat betekent 'ongedeerd'?

a)

niet geschrokken

b)

niet onder de indruk

c)

zonder angst

d)

zonder verwondingen

17.

Wat betekent 'als puntje bij paaltje komt'?

a)

als er over gesproken wordt

b)

als er een straf tegenover staat

c)

als het anders gaat dan normaal

d)

als het er echt op aankomt

18.

Wat is een ander woord voor 'de meeting'?

a)

de bijeenkomst

b)

de evacuatie

c)

de oogst

d)

de toestand

19.

Wat is 'een campagne'?

a)

een doordachte actie

b)

de evacuatie

c)

de toestand

d)

een drankje

20.

Welk woord hoort in dit rijtje thuis?

'lelijk - mooi - .........'

a)

continu

b)

doorslaggevend

c)

magnifiek

21.

Wat betekent 'in gebreke blijven'?

a)

Niet doen wat je moet doen

b)

herstellen van de schrik

c)

geloofwaardig zijn

d)

niet krijgen wat je vraagt

22.

Wat is de houding?

a)

de manier waarop je je gedraagt tegenover anderen.

b)

zonder gevoel

c)

wanhopig

d)

het begrijpen, je kunt je inleven in een ander.

23.

Wat is onbewogen?

a)

de manier waarop je je gedraagt tegenover anderen.

b)

zonder gevoel

c)

wanhopig

d)

het begrijpen, je kunt je inleven in een ander.

24.

Wat is het begrip?

a)

de manier waarop je je gedraagt tegenover anderen.

b)

zonder gevoel

c)

wanhopig

d)

het begrijpen, je kunt je inleven in een ander.

25.

Wat is de blik?

a)

het kijken

b)

zonder gevoel

c)

zonder foutjes

d)

wanhopig

26.

Wat is een dialect?

a)

Straattaal

b)

Nederlandse taal

c)

Taal die gesproken wordt in een bepaalde streek

27.

Wat betekent 'verwant zijn aan'?

a)

Relatie hebben met

b)

Familie zijn van

c)

Iemand die verwaand is

d)

Je ergens aan storen

28.

Wanneer krijg je een koekje van eigen deeg?

a)

Als jij iets vervelends bij iemand anders hebt gedaan

b)

Wanneer je iets leuks voor een ander hebt gedaan

c)

Wanneer je niets voor iemand hebt gedaan

29.

Wanneer ben je ergens helemaal lyrisch over?

a)

Als je het stom vindt

b)

Als je het niet leuk vindt

c)

Als je er geen mening over hebt

d)

Als je het geweldig vindt

30.

Welke situatie is bizar?

a)

Als je naar school fietst

b)

Als je hond je huiswerk op eet

c)

Als je een spel speelt