Font size
WorksheetsWerkwoordspelling
Total questions: 35
Worksheet time: 25mins
Jan (worden) morgen 17 jaar oud.
word
wordt
Janneke (hebben) gisteren haar rijbewijs gehaald.
heb
hebt
heef
heeft
(Worden) Klaas opgehaald door zijn vader?
Worden
Word
Wordt
Zondag (gebeuren) er niks op de weg!
gebeuren
gebeurt
gebeurd
Wat is er zondag bij Expeditie Robinson (gebeuren)?
gebeuren
gebeurt
gebeurd
Gisteravond (hebben) zij Utopia gekeken.
hebben
heb
hadden
had
De stam van een werkwoord vind je door van het hele werkwoord -en af te halen.
Waar
Niet waar
De stam van staan (en bestaan, weerstaan, enz.) is sta.
Waar
Niet waar
De stam van doen (en omdoen, uitdoen, enz.) is doe.
Waar
Niet waar
Infinitieven zijn geen hele werkwoorden.
Waar
Niet waar
Werkwoordsvormen als gefietst, gekocht, gebeurd en verdeeld noemen we voltooide deelwoorden.
Waar
Niet waar
Wat voor een werkwoord is huilend in de volgende zin: Huilend liep Marloes naar de bushalte.
persoonsvorm
voltooid deelwoord
onvoltooid deelwoord
infinitief
Wat voor een werkwoord is liep in de volgende zin: Huilend liep Marloes naar de bushalte.
persoonsvorm
voltooid deelwoord
onvoltooid deelwoord
infinitief
Wat voor een werkwoord is heb in de volgende zin: Vanmorgen heb ik zakgeld aan mijn vader gevraagd.
persoonsvorm
voltooid deelwoord
onvoltooid deelwoord
infinitief
Wat voor een werkwoord is gevraagd in de volgende zin: Vanmorgen heb ik zakgeld aan mijn vader gevraagd.
persoonsvorm
voltooid deelwoord
onvoltooid deelwoord
infinitief
Wat voor een werkwoord is zullen in de volgende zin: Wij zullen die oefening morgen maken.
persoonsvorm
voltooid deelwoord
onvoltooid deelwoord
infinitief
Wat voor een werkwoord is zal in de volgende zin: Zij zal het wel gedaan hebben.
persoonsvorm
voltooid deelwoord
onvoltooid deelwoord
infinitief
Wat voor een werkwoord is gedaan in de volgende zin: Zij zal het wel gedaan hebben.
persoonsvorm
voltooid deelwoord
onvoltooid deelwoord
infinitief
Wat voor een werkwoord is hebben in de volgende zin: Zij zal het wel gedaan hebben.
persoonsvorm
voltooid deelwoord
onvoltooid deelwoord
infinitief
Hij (voorbereiden) elke dag zijn werk goed voor.
bereid
bereidt
Vul de juiste vorm in van het werkwoord tussen haakjes. Ik heb een taart ... (bakken).
(a)
Vul de juiste vorm in van het werkwoord tussen haakjes. Jan is vorige week door een hond ... (bijten).
(a)
Vul de juiste vorm in van het werkwoord tussen haakjes. Vorige week is er op de Kwakkenberg een ongeluk ... (gebeuren).
(a)
Vul de juiste vorm in van het werkwoord tussen haakjes. Het ... elke keer als ik naar boven loop (gebeuren).
(a)
Vul de juiste vorm in van het werkwoord tussen haakjes. De appel ... niet ver van de boom (vallen).
(a)
Vul de juiste vorm in van het werkwoord tussen haakjes. Deze site ... niet (werken).
(a)
Vul de juiste vorm in van het werkwoord tussen haakjes. De hele dag ... Heleen televisie (kijken).
(a)
Vul de juiste vorm in van het werkwoord tussen haakjes. Gisteren ... zij de brief die jij naar haar hebt geschreven (beantwoorden).
(a)
Vul de juiste vorm in van het werkwoord tussen haakjes. Vanmorgen ... hij op jou bij de ingang (wachten).
(a)
Vul de juiste vorm in van het werkwoord tussen haakjes. Die moeder heeft haar kind ontzettend ... (verwennen).
(a)
Vul de juiste vorm in van het werkwoord tussen haakjes. Dat ... ik een super raar idee (vinden)!
(a)
Vul de juiste vorm in van het werkwoord tussen haakjes. ... jij van spruitjes (houden)?
(a)
Vul de juiste vorm in van het werkwoord tussen haakjes. Voor het inleveren van zijn toets heeft hij de antwoorden ... (checken).
(a)
Vul de juiste vorm in van het werkwoord tussen haakjes. Hij ... al zijn gegevens voor hij zijn telefoon verkocht (deleten).
(a)
Vul de juiste vorm in van het werkwoord tussen haakjes. Max Verstappen ... als de beste (racen)!
(a)
