wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1. Goederen en producten H2 Ontvangst en opslag

Total questions: 30

Worksheet time: 3hrs 30mins

Name
Class
Date
1.

Colli is het meervoud van....

a)

Colla

b)

Cola

c)

Collo

d)

Colle

2.

Je vult iets op de MBTv-lijst. Dit is een (a)   Breuk en Teveel lijst

3.

Een ander woord voor pakbon is retourbon.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Op een pakbon (vrachtbrief) staat... (2 juist)

a)

Hoeveel goederen er besteld zijn.

b)

Verpakkingseenheid van de goederen.

c)

Prijs goederen.

5.

Als je geleverde goederen controleert op aantallen is dit een ....

a)

kwalitatieve controle

b)

kwantitatieve controle

6.

Dure goederen zoals sieraden controleer je altijd ... als ze binnenkomen.

a)

kwalitatief

b)

kwantitatief

7.

Een ander woord voor verpakkingseenheid is?

a)

Collo

b)

Dolly

c)

Kwantitatief

d)

Kwalitatief

8.

Bij een kwalitatieve controle controleer je op....

a)

Goederen goede staat zijn.

b)

Er voldoende aantallen zijn.

c)

Ze in de juiste colli verpakt zijn.

9.

Vink aan wat bij kwalitatieve controle hoort. (3 juist)

a)

Volledigheid

b)

Aantal collo

c)

Beschadigingen

d)

Aantal colli

e)

THT + TGT datum

10.

Bij een steekproef controle controleer je ....

4 lines
11.

Bij een volledige controle controleer je (a)   goederen.

12.

Noem 1 document dat je kunt gebruiken bij het controleren van een bestelling.

(a)  

13.

Een AVC vrachtbrief is voor....

a)

transport van goederen van het ene naar het andere land.

b)

transport van goederen in/binnen Nederland.

14.

Het aftekenen van een vrachtbrief doet...

a)

de stagiaire die de goederen uitpakt.

b)

de chauffeur die de vracht bracht.

c)

de leidinggevende van de winkel.

d)

niemand, dit hoeft niet.

15.

Emballage is ....

a)

een gek woord van wordfeud

b)

verpakkingsmateriaal van goederen zonder statiegeld

c)

verpakkingsmateriaal van goederen met soms statiegeld

d)

verpakkingsmateriaal van goederen met altijd statiegeld

16.

Als je controleert met de ...... kun je dit rustig doen want de chauffeur is al weg.

a)

pakbon

b)

vrachtbrief

c)

NTL lijst

d)

MBT lijst

17.

Een NTL lijst gebruik je in de winkel. Waar staat NTL voor.

4 lines
18.

Noem 2 dingen waar je op controleert als je goederen uitpakt.

4 lines
19.

Derving is ....

4 lines
20.

Administratieve voorraad is ...

a)

De voorraad die je kwijt bent door derving.

b)

De voorraad die volgens het systeem aanwezig moet zijn.

c)

Hetzelfde als technische voorraad.

d)

Voorraad die écht in de winkel aanwezig is.

21.

Als je de administratieve voorraad en de technische voorraad vergelijkt, kan het zijn dat je te veel of te kort hebt. Dan heb je...

a)

een groot probleem, vooral niemand zeggen.

b)

derving.

c)

helemaal niets.

d)

zeker weten diefstal, kan niet anders.

22.

Waardoor kan criminele derving ontstaan?

(a)  

23.

Er is ook niet-criminele derving vink aan wat hierbij hoort. (3 antwoorden)

a)

administratieve fouten

b)

diefstal

c)

controle fouten

d)

werk fouten

e)

fraude

24.

De meeste criminele diefstal wordt gepleegd door....

a)

klanten

b)

personeel

c)

leveranciers

25.

Retourgoederen zijn...

a)

Goederen die je terugstuurt naar de leverancier.

b)

Goederen die je krijgt van de leverancier.

c)

Goederen die je verkoopt aan klanten.

d)

Goederen die kwijt zijn door derving.

26.

Waarom stuur je goederen retour? (3 juist)

a)

Omdat je ze niet mooi vindt.

b)

Omdat je een klant hebt horen zeggen dat het niets is.

c)

Omdat artikelen beschadigd zijn.

d)

Omdat ze niet voor jouw bedrijf bestemd zijn.

e)

Er zijn artikelen over.

27.

Het maakt niet uit waar je artikelen op slaat, binnen of buiten.

a)

Waar.

b)

Niet waar.

28.

Een zwaar artikel zet je ...... neer.

a)

hoog

b)

laag

c)

maak niet uit waar

29.

Dit is een behandelingsetiket, het betekent dat....

a)

je maar 2 dozen naast elkaar mag zetten.

b)

je deze zijde naar boven moet doen.

c)

je er 2 andere dozen op mag zetten.

d)

dat het breekbaar is.

30.

Wat is de ontvangstruimte?

a)

Hier kun je lekker een kopje koffie drinken.

b)

Hier komen goederen tijdelijk te staan voordat ze in magazijn/winkel komen

c)

Ruimte waar de chauffeurs zitten

d)

De route die spullen afleggen.