wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Werkwoordspelling 1B

Total questions: 25

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het werkwoord in de volgende zin?

Karima fotografeert zichzelf met een selfie-stick.

a)

Karima

b)

zichzelf

c)

met

d)

fotografeert

2.

Wat is het werkwoord?

Het ideale telefoonhoesje vind je in onze webshop.

(a)  

3.

Wat is het werkwoord?

Deze website gebruikt cookies.

a)

Deze

b)

website

c)

gebruikt

d)

cookies

4.

Hoeveel werkwoorden moeten er in een goede zin staan?

a)

Meer dan twee werkwoorden

b)

Twee werkwoorden

c)

Geen één

d)

Minstens één

5.

Wat is het werkwoord?

Netflix en Nintendo ontwikkelen samen een nieuw spel.

(a)  

6.

Is 'plant' een werkwoord?

Hij geeft de plant een heleboel water.

a)

ja

b)

nee

7.

Is 'plant' het werkwoord in deze zin?

Meneer Maijer plant een nieuwe boom in de beleeftuin.

a)

ja

b)

nee

8.

Wat is het werkwoord?

Wij bouwen mee aan een mooie nieuwe school.

(a)  

9.

Wat is het werkwoord?

Maak jij een tekening voor je oma?

(a)  

10.

Wat is het werkwoord?

In Walibi zijn veel achtbanen.

(a)  

11.

Wat is het werkwoord?

Gisteren brachten wij de lege flessen naar de glascontainer.

(a)  

12.

Wat is het werkwoord?

De koningin viert haar verjaardag gewoon thuis.

(a)  

13.

Wat is het werkwoord?

Met deze warmte houd ik het niet lang vol.

(a)  

14.

Wat is het werkwoord?

In Joure verkopen ze heerlijke ijsjes.

(a)  

15.

Wat is het werkwoord?

Zet jij de vuilnisbak even buiten?

(a)  

16.

Een werkwoord zegt iets over wat er gebeurt in de zin of wat iemand doet.

a)

waar

b)

niet waar

17.

Geef aan welke van de onderstaande woorden werkwoorden zijn.

a)

verkoper

b)

verbonden

c)

verband

d)

verkocht

18.

Geef aan welke van de onderstaande woorden werkwoorden zijn.

a)

beslist

b)

verkleed

c)

verhuist

d)

besluit

19.

Wat is het hele werkwoord van 'roer'?

(a)  

20.

Wat is het hele werkwoord van 'leef'?

(a)  

21.

Wat is het hele werkwoord van 'is'?

(a)  

22.

Wat is het hele werkwoord van 'gepest'?

(a)  

23.

Wat is het hele werkwoord van 'werden'?

(a)  

24.

Wat is het hele werkwoord van geschreven'?

(a)  

25.

Wat is het hele werkwoord van 'ging'?

(a)