wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

C2_trimester1 zinsleer (formatieve evaluatie)

Total questions: 20

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het LV?


De hond heeft gisteren een grote hap sneeuw genomen.

a)

de hond

b)

een grote hap sneeuw

c)

heeft

d)

gisteren

2.

Wat is het LV?


Wie heeft ooit een konijn op ski's gezien?

a)

wie

b)

ooit

c)

heeft

d)

gezien

e)

een konijn op ski's

3.

Is dit een WWG of een NWG?


Ik danste vroeger de tango.

a)

WWG

b)

NWG

4.

Welk is het BWB?


Gisteren zouden wij gaan zeilen.

a)

zouden gaan zeilen

b)

gisteren

c)

wij

d)

er is geen BWB

5.

Welke is de BWB?


Na de onweersbui kwam de zon.

a)

na de onweersbui

b)

kwam

c)

de zon

d)

Er is geen BWB.

6.

Welke is de BWB?


Volgende week moet je hem gaan helpen.

a)

volgende week

b)

moet

c)

je

d)

hem

e)

gaan

7.

Welke is de BWB?


Door het droge voorjaar is het waterpeil gezakt.

a)

is

b)

het waterpeil

c)

door het droge voorjaar

d)

gezakt

8.

Hier zijn meerdere BWB's in de zin. Duid ze aan.

In deze rustige week voor Pasen gaan we een paar dagen naar de Ardennen.

a)

in deze rustige week voor Pasen

b)

gaan

c)

we

d)

een paar dagen

e)

naar de Ardennen

9.

Benoem het onderstreepte zinsdeel.


Het voetbalveld in het park wordt vaak gebruikt door jongeren.

a)

WWG

b)

LV

c)

BWB

d)

O

e)

MV

10.

Benoem het onderstreepte zindeel.


In de zomervakantie laten we onze kampeerspullen in de auto.

a)

WWG

b)

LV

c)

BWB

d)

O

e)

MV

11.

Benoem het onderstreepte zinsdeel.


Het enthousiaste publiek beloonde de band met een luid applaus.

a)

WWG

b)

LV

c)

BWB

d)

O

e)

MV

12.

Benoem het onderstreepte zinsdeel.


In de Belgische dierentuin kreeg moeder leeuw Lorena een drielig.

a)

PV

b)

LV

c)

BWB

d)

O

e)

MV

13.

WWG of NWG?

Ik ben vandaag zeer blij

a)

WWG: ben

b)

NWG: ben + zeer blij

c)

NWG: ben

d)

NWG: ben + vandaag + zeer blij

14.

Wat is mijn PV?

Waar zullen ze de dieren onderbrengen?

a)

zullen

b)

onderbrengen

c)

waar

d)

ze

15.

Wat is hier het volledige WWG?

Kellen heeft gisteren gevoetbald met de andere jongens.

a)

heeft

b)

heeft gevoetbald

c)

gevoetbald

16.

NWG of WWG?

Een operatie leek onvermijdelijk.

a)

NWG: leek

b)

NWG: leek onvermijdelijk

c)

WWG: leek

d)

WWG: een operatie leek

17.

NWG of WWG?

Een operatie leek onvermijdelijk.

a)

NWG: leek

b)

NWG: leek onvermijdelijk

c)

WWG: leek

d)

WWG: een operatie leek

18.

Wat is het LV in de volgende zin?

Bij de afdaling van een berg ontdekten toeristen een gletsjerlijk.

a)

toeristen

b)

bij de afdaling van een berg

c)

bij de afdaling

d)

een gletsjerlijk

19.

Wat is het MV in deze zin?

Ik vertel mijn ouders elke dag een leugen.

a)

een leugen

b)

mijn ouders

c)

elke dag

d)

ik

20.

Zoek het onderwerp:

Marion heeft de straatmuzikant haar laatste wisselgeld gegeven.

a)

Marion

b)

heeft gegeven

c)

de straatmuzikant

d)

haar laatste wisselgeld