NEW
Font size
Worksheetstestje werkwoordspelling
Total questions: 11
Worksheet time: 6mins
Maartjes (opknappen,bn) kamer ziet er als nieuw uit.
opgeknapte
opgeknapten
opgeknaptte
opgeknaptten
Gisteren hebben we heerlijk samen (lunchen, vd)
gelunchd
geluncht
gelunchet
gelunched
De (verhitten, bn) verf konden we makkelijk afkrabben.
verhite
verhiten
verhitte
verhitten
Valerie (ontmoeten, vt) Dennis op de kermis.
onmoete
ontmoeten
ontmoette
ontmoetten
Heb je je dat ooit (afvragen, vd)?
afgevraagt
afgevraagd
(vinden, tt) je dat terecht?
vind
vindt
We (reizen, vt) de hele wereld over.
reiste
reisten
reisde
reisden
(raden, tt) je leerling het goede antwoord?
raad
raadt
Ik (checken, vt) het goede antwoord.
checkte
checktte
Het heeft nog nooit zo hard (waaien, vd)
gewaait
gewaaid
Heb je je doel bereikt? Kun je de SPIEKTRUC op de juiste manier toepassen bij de werkwoordspelling?
JA
NEE
BEETJE
