wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Marketing en Communicatie 2; Herhaling H1 en 2

Total questions: 26

Worksheet time: 1hrs 19mins

Name
Class
Date
1.

Waarvan is dit de definitie?


De mate waarin de uitkomsten van de relatie tussen aanbieder en afnemer overeenkomen met de verwachtingen van de afnemer.

(a)  

2.

Geef van de volgende uitspraak aan bij welke van de tevredenheidsfactoren deze hoort.


Eerlijke voorlichting geven aan de klant.

a)

verwachtingen

b)

cognitieve dissonantie

c)

hier-en-nu perceptie

d)

kennis van alternatieven

e)

vergelijkingsprocessen

3.

Geef van de volgende uitspraak aan bij welke van de tevredenheidsfactoren deze hoort.


Het nieuwe bankstel wordt door vrienden afgekeurd.

a)

verwachtingen

b)

cognitieve dissonantie

c)

hier-en-nu perceptie

d)

kennis van alternatieven

e)

vergelijkingsprocessen

4.

Geef van de volgende uitspraak aan bij welke van de tevredenheidsfactoren deze hoort.


Je zoekt in het blad van de Consumentenbond naar andere mogelijkheden.

a)

verwachtingen

b)

cognitieve dissonantie

c)

hier-en-nu perceptie

d)

kennis van alternatieven

e)

vergelijkingsprocessen

5.

Vul in:


De drie niveaus van klantenbinding zijn:

  • f................. binding;
  • s................. binding;
  • s................. binding.


(Noteer de woorden achter elkaar, zonder komma's of punten en zonder hoofdletters.)

(a)  

6.

Waar voor staan de letters in de afkorting UPO-gedrag?

(a)  

7.

Waarvoor staan de letters in de afkorting RAG-gedrag?

(a)  

8.

Welk begrip hoort bij de volgende omschrijving?


De beweegreden die voor de koper de drijfveer vormt voor de daadwerkelijke aankoop.

(a)  

9.

Ondanks dat mijn vader de aankoop van deze brommer afraadde omdat de techniek niet zou deugen, heb ik hem toch gekocht.


Waarvan is dit een voorbeeld?

a)

selectieve blootstelling

b)

selectieve perceptie

c)

selectieve interpretatie

10.

Waarvan is dit een omschrijving:


Overbodigheid of overtolligheid bij de overdracht van met name schriftelijke informatie

(a)  

11.

Welk begrip hoort bij de volgende omschrijving?


Het geheel van waarden en normen die mensen aan elkaar doorgeven en die normaal gevonden worden.

(a)  

12.

Wat betekent het woord 'communicatie'?

a)

praten

b)

verbinding

c)

informatie

d)

boodschap

13.

Welk woord moet er in vak A staan?

a)

organisatie

b)

medium

c)

feedback

d)

doelgroep

14.

Welk woord moet er in vak B staan?

a)

organisatie

b)

medium

c)

feedback

d)

doelgroep

15.

Een ander woord voor non-verbale communicatie is ...

(a)  

16.

Een veelgebruikt communicatiemodel is een model dat in 1898 ontwikkeld is door Lewis. Volgens dit model doorloopt een klant vier stappen voordat hij tot de koop overgaat. De naam van dat model is het (a)   -model.

17.

Een veelgebruikt communicatiemodel is het DAGMAR-model. De letters DAGMAR staan voor ...

(a)  

18.

'De prioriteit die een merk inneemt in de bewustwording van de consument.'


Dit is de definitie van...

a)

merkbekendheid

b)

merkvoorkeur

c)

merktrouw

19.

Een voorwerp als een doos, bak, rek of pop, waarmee producten opvallend en aantrekkelijk worden gepresenteerd, heet een ...

(a)  

20.

Alle vormen van marketingcommunicatie waarbij gebruik wordt gemaakt van reclamemedia, heten:

a)

Above the line activiteiten

b)

Below the line activiteiten

21.

Een gegevensbestand met gegevens van (toekomstige) klanten heet een ...

(a)  

22.

Wat is 'acquisitie'?

a)

het afhandelen van het traject van respons- en orderverwerking

b)

de winst die je in de toekomst verwacht van een bepaalde klant

c)

de betrokkenheid van de klant bij een organisatie

d)

het proces van werven van orders en relaties

23.

Het stelselmatig bevorderen van wederzijds begrip tussen een organisatie en haar publieksgroepen (doelgroepen) wordt ook wel aangeduid met een afkorting van 2 letters. Welke 2 letters zijn dat?

(a)  

24.

Een ander woord voor huis-aan-huisverkoop is ...

(a)  

25.

De afkorting VOCATIO staat voor ...


(noteer de woorden gescheiden door een spatie, zonder het gebruik van komma's of punten)

(a)  

26.

Een wachthokje bij bus- en tramhaltes heet een ...

(a)