Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Begrippen poezie

Total questions: 22

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Parafrase is een

(a)  

2.

Distichon is een strofe van

(a)  

3.

Septet is een strofe van

(a)  

4.

Rijm is

(a)  

5.

synoniem voor assonantie is

(a)  

6.

kenmerken van het epigram zijn

(a)  

7.

Welk kenmerk hoort niet bij de ballade?

a)

Beschouwend gedicht

b)

Refrein aan het eind van de strofe

c)

Rijmschema a b a b b c b c (3 maal) – c b c

8.

Kenmerken van de haiku zijn

a)

Drie versregels

b)

Vast rijmschema

c)

5 - 5 - 7 lettergrepen

d)

natuurimpressie

9.

Middenrijm is

a)

Rijm in de eerste woorden van opeenvolgende versregels

b)

Rijm in de middelste woorden van twee opeenvolgende versregels

c)

Rijm van het eerste en laatste woord in een versregel

d)

Rijm van drie of meer woorden binnen een versregel

10.

Geef het rijmschema van gekruist rijm

(a)  

11.

Het synoniem voor alliteratie is

(a)  

12.

Het synoniem voor prolepsis is

(a)  

13.

Het synoniem voor antithese is

(a)  

14.

Het is de avond van de dag de dag was goed / althans niet slecht althans niet naar ik mij herinner (I.L. Pfeiffer)

a)

understatement

b)

litotes

c)

eufemisme

15.

Dat kunnen ze nu wel zeggen, maar zo slecht is dat boek nog niet.

a)

understatement

b)

litotes

c)

eufemisme

16.

Welke stijlguren kunnen een humoristisch effect hebben?

a)

sarcasme

b)

understatement

c)

eufemisme

d)

hyperbool

17.

Synoniem voor een totum pro parte is

(a)  

18.

Hij dacht een auto te hebben gewonnen, maar het was zelfs geen fiets. Zijn prijs was een zakradio! Dit stijlfiguur is een

(a)  

19.

toeteren - ploeteren is een vorm van

a)

mannelijk rijm

b)

vrouwelijk rijm

c)

slepend rijm

20.

In vrouwelijk eindrijm volgt op de beklemtoonde letter greep

a)

een onbeklemtoonde lettergrepen

b)

twee onbeklemtoonde lettergrepen

c)

geen onbeklemtoonde lettergreep

21.

Een rondeel is een gedicht van

a)

zeven regels

b)

acht regels

c)

14 regels

22.

Gij vraagt wat een sneldicht voor een dicht is?

Het is een dicht dat snel en dicht is.

Dit is een voorbeeld van een

(a)