wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlands 1e jaar!

Total questions: 51

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

TEKSTTYPES! Wat is het teksttype van de tekst op de foto?

a)

Kaartje

b)

Uitnodiging

c)

Flyer

d)

Papiertje

2.

TEKSTTYPES! Wat is het teksttype van de tekst op de foto?

a)

Krantenartikel

b)

Webartikel

c)

Artikel

d)

Krant

3.

TEKSTTYPES! Wat is het teksttype van de tekst op de foto?

a)

Brief

b)

Bericht

c)

Bijsluiter

d)

Boek

4.

COMMUNICATIE: Gaat het hier over verbale of non-verbale communicatie?

a)

Verbale

b)

Non-verbale

5.

COMMUNICATIE: Gaat het hier over verbale of non-verbale communicatie?

a)

Verbale

b)

Non-verbale

6.

TEKSTDOEL: Wat is het tekstdoel van bovenstaande tekst?

a)

Informeren

b)

Aanzetten tot

c)

Ontspannen

d)

Overtuigen

7.

TEKSTDOEL: Wat is het tekstdoel van bovenstaande tekst?

a)

Informeren

b)

Aanzetten tot

c)

Ontspannen

d)

Overtuigen

8.

TEKSTDOEL: Wat is het tekstdoel van bovenstaande afbeelding?

a)

Informeren

b)

Aanzetten tot

c)

Ontspannen

d)

Overtuigen

9.

SOORTEN ZINNEN: Duid de vragende zinnen aan.

a)

Zag jij gisteren die film op tv?

b)

Ik ben niet zeker of dat klopt.

c)

Wanneer denk je dat het af is?

d)

Doe eens een keer normaal!

10.

SOORTEN ZINNEN: Duid de bevelende zinnen aan.

a)

Nooit van mijn leven!

b)

Doe de deur open.

c)

Laat je afval niet slingeren!

d)

Was het maar al vakantie!

11.

SOORTEN ZINNEN: Welke van deze vragen is een vraagwoordvraag?

a)

Heb je vandaag al voor school gewerkt?

b)

Denk je nog aan je taken?

c)

Wanneer gaat het klaar zijn?

d)

Worden wij nog op school verwacht?

12.

O en PV! De persoonsvorm in onderstaande zin is...


Vind jij ook dat het jaar lang duurt?

(a)  

13.

O en PV! De persoonsvorm in onderstaande zin is...


Onze school is lang gesloten geweest.

(a)  

14.

O en PV! Het onderwerp in onderstaande zin is...


De leerlingen van onze klas hebben elkaar niet meer gezien.

(a)  

15.

SYNONIEMEN: Duid de synoniemen aan van het woord 'trots'.

a)

Blij

b)

Fier

c)

Vrekkig

d)

Hooghartig

16.

SYNONIEMEN: Duid de synoniemen aan van het woord 'gaan'.

a)

Lopen

b)

Stappen

c)

Openen

d)

Sluiten

17.

ANTONIEMEN: Duid de antoniemen van het woord 'moedig' aan.

a)

lui

b)

traag

c)

bang

d)

laf

18.

ANTONIEMEN: Duid het antoniem van het woord 'boven' aan.

a)

op

b)

onder

c)

laag

d)

naast

19.

ANTONIEMEN: Duid het antoniem van het woord 'samen' aan.

a)

Alleen

b)

Gezamenlijk

c)

Massa

d)

Tezamen

20.

WOORDENSCHAT: Vul het juiste woord in onderstaande zin in.


'Hallo, ik (a)   Samantha, maar je mag me Sam noemen!'

21.

WERKWOORDEN: Vul het werkwoord in onderstaande zin in.


Gisteren (eten) we frietjes.

(a)  

22.

WERKWOORDEN: Vul het werkwoord in onderstaande zin in.


Hij (antwoorden) meestal goed.

(a)  

23.

WERKWOORDEN: Vul het werkwoord in onderstaande zin in.


Zij (herhalen) altijd haar leerstof voor een toets.

(a)  

24.

WERKWOORDEN: Vul het werkwoord in onderstaande zin in.


Ze wil weten wat daar (gebeuren) is.

(a)  

25.

WERKWOORDEN: Vul het werkwoord in onderstaande zin in.


Dat heeft zijn eindresultaat (bepalen).

(a)  

26.

WERKWOORDEN: In welke vorm staat het onderlijnde werkwoord?


Let nu toch eens op!

a)

Infinitief

b)

Persoonsvorm

c)

Imperatief

d)

Voltooid deelwoord

27.

WERKWOORDEN: In welke vorm staat het onderlijnde werkwoord?


We lopen snel even naar de bakker.

a)

Infinitief

b)

Persoonsvorm

c)

Imperatief

d)

Voltooid deelwoord

28.

WERKWOORDEN: In welke vorm staat het onderlijnde werkwoord?


Hij had beter moeten opletten tijdens de lessen!

a)

Infinitief

b)

Persoonsvorm

c)

Imperatief

d)

Voltooid deelwoord

29.

WERKWOORDEN: Welk soort werkwoord is het onderlijnde woord?


Het lijkt groter in het echt.

a)

ZWW

b)

KWW

c)

HWW

30.

WERKWOORDEN: Welk soort werkwoord is het onderlijnde woord?


We hebben vandaag al veel geoefend.

a)

ZWW

b)

KWW

c)

HWW

31.

WERKWOORDEN: Welk soort werkwoord is het onderlijnde woord?


Er zijn al veel lijken uit de kast gevallen.

a)

ZWW

b)

KWW

c)

HWW

d)

Het is geen werkwoord

32.

WERKWOORDEN: Wat is de juiste verleden tijd van 'groeien'?

a)

groeide

b)

groeite

c)

grooide

d)

greeide

33.

WERKWOORDEN: Wat is de juiste verleden tijd van het werkwoord 'lozen'.

a)

loozde

b)

losde

c)

loosde

d)

lozde

34.

WERKWOORDEN: Wat is de juiste verleden tijd van het werkwoord 'vluchten'

a)

vluchtde

b)

vluchtte

c)

vluchte

d)

vlugde

35.

GEZEGDE: Is de onderstaande zin een werkwoordelijk of een naamwoordelijk gezegde?


Wij blijven thuis deze zomer.

a)

WWG

b)

NWG

36.

GEZEGDE: Is de onderstaande zin een werkwoordelijk of een naamwoordelijk gezegde?


Hij is snel weggegaan.

a)

WWG

b)

NWG

37.

GEZEGDE: Is de onderstaande zin een werkwoordelijk of een naamwoordelijk gezegde?


Hij is erg snel.

a)

WWG

b)

NWG

38.

GEZEGDE: Is de onderstaande zin een werkwoordelijk of een naamwoordelijk gezegde?


Wij blijven hopen op een normale zomer.

a)

WWG

b)

NWG

39.

WOORDENSCHAT: Welke van onderstaande woorden werd juist geschreven?

a)

applaus

b)

exursie

c)

letterlijk

d)

musical

40.

WOORDENSCHAT: Welke van onderstaande woorden werd juist geschreven?

a)

rijnigen

b)

traler

c)

sms-je

d)

discussie

41.

WOORDENSCHAT: Welke van onderstaande woorden werd juist geschreven?

a)

intervieuw

b)

wrijven

c)

associëren

d)

aktiviteit

42.

WOORDENSCHAT: Welke van onderstaande woorden werd juist geschreven?

a)

aarderijkskunde

b)

provinsie

c)

subjectief

d)

wetenschappelijk

43.

HOOFDLETTERS: Welk woord moet met een hoofdletter geschreven worden.

a)

kentnetband

b)

paashaas

c)

januari

d)

dieselmotor

44.

HOOFDLETTERS: Welke woorden worden zonder hoofdletter geschreven?

a)

Chiro

b)

Antwerps

c)

Lente

d)

Kerstcadeau

45.

TEKSTVERBANDEN: Heeft de tekst een opsommend of een chronologisch tekstverband?

a)

opsommend

b)

chronologisch

46.

TEKSTVERBANDEN: Heeft de bovenstaande tekst een chronologisch of een opsommend tekstverband?

a)

chronologisch

b)

opsommend

47.

ZINSLEER: Wat is het onderlijnde zinsdeel?


De koekjes die oma bakte zijn al op!

(a)  

48.

ZINSLEER: Hoe noemen we het onderlijnde zinsdeel?


Gisteren heeft ze de zanger van haar favoriete band ontmoet.

(a)  

49.

ZINSLEER: Hoe noemen we het onderlijnde zinsdeel?


Gisteren heeft ze de zanger van haar favoriete band ontmoet.

(a)  

50.

ZINSLEER: Hoe noemen we het onderlijnde zinsdeel?


Gisteren heeft ze de zanger van haar favoriete band ontmoet.

(a)  

51.

BONUSVRAAG: Welk vak was het leukste vak van het jaar?

a)

Wiskunde

b)

Frans

c)

Nederlands