wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Schrijven op je stageplek 2F

Total questions: 16

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Op mijn stageplek verwachten ze dat ik kan schrijven

a)

Ja

b)

Nee

2.

Wat moet een stagiair kunnen schrijven?

a)

Een dik boek

b)

Een korte mail

3.

Een mail schrijven, hoe?

(meerdere goede antwoorden)

a)

Beginnen met een groet; Hallo Mieke,

b)

In korte zinnen waar het om gaat; Ik kom vandaag later.

c)

Groet bij afsluiting; Groetjes,

Mourad

4.

Hoe schrijf ik foutloos?

a)

Lange ingewikkelde zinnen maken!

b)

Korte zinnen.

5.

Hoe schrijf ik foutloos?

(twee goede antwoorden)

a)

Wel moeilijke woorden gebruiken

b)

Geen moeilijke woorden gebruiken

c)

Lange zinnen

d)

Korte zinnen

6.

Stageplek: Hoe schrijf ik foutloos?

(twee goede antwoorden)

a)

Korte zinnen,

geen moeilijke woorden

b)

Begin elke zin met een hoofdletter, sluit af met een punt.

c)

Laat zien dat je slim en druk bent; lange zinnen, moeilijke woorden en vergeet al die hoofdletters en punten

7.

Het werkwoord 'worden' gaat vaak fout

Wat is juist?

a)

Na zijn stage wordt hij in dienst genomen

b)

Na zijn stage word hij in dienst genomen

8.

Je kunt meestal horen hoe werkwoorden geschreven moeten worden;

Luister wat vaker naar jezelf!

a)

Ik werk

b)

Ik werkt

9.

Hoe spreek jij je werkwoorden uit?

Luister -en kies de twee goede antwoorden.

a)

Ik loop

b)

Ik loopt

c)

Ik pomp

d)

Ik pompt

10.

Hoe spreek jij de werkwoorden uit?

Kies alle goede antwoorden

a)

Hij loop

b)

Hij loopt

c)

Hij pomp

d)

Hij pompt

11.

Ik loop

hij loopt

Er komt een t bij


We noemen deze regel stam + t


Ik word

Hij (a)  

12.

Stam + t is een beroemde regel/wet in onze taal


We gaan nu oefenen

Welke zin is 100% goed geschreven?

a)

Ik vind Nederlands best leuk, maar hij vindt het echt geweldig

b)

Ik vind Nederlands best leuk, maar hij vind het echt geweldig

13.

Stam + t oefenen

In welke zin gaat het goed?

a)

Ik merk dat zij hard werkt

b)

Ik merk dat zij hard werk

14.

Even pauze.

Deze man is een gids.

Hij gidst je door ........

a)

New York

b)

Tropisch regenwoud

c)

De woestijn van Marokko

15.

Stam + t kan rare woorden geven.

Gewoon opschrijven. De regel geldt altijd.


Ik gids. Hij (a)  

16.

stam + t geldt ook bij namen


Waar zie jij de regel stam + t?

a)

Yousef gids in Marokko

b)

Yousef draagt een witte Dior-tas (raar maar waar)