wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

ademhaling

Total questions: 37

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.
In de afbeelding zie je in het geel
a)
longen
b)
kieuwen
c)
tracheeën
d)
geen van de drie
2.
Deze afbeelding is een schematische tekening van
a)
een longlaasje
b)
een luchttakje
c)
een bronchie
d)
de luchtpijp
3.
Nummer 5 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
4.
Nummer 6 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
het strotklepje
d)
de huig
5.
In de animatie zie je 
a)
de buik- of middenrifademhaling
b)
de borstademhaling
c)
allebei
d)
geen van beide
6.
Het gas dat bedoelt wordt met pijl B heet
a)
zuurstof
b)
koolstofdioxide
c)
stikstof
d)
edelgassen
7.
Het gas dat bedoelt wordt met pijl B heet
a)
zuurstof
b)
koolstofdioxide
c)
stikstof
d)
edelgassen
8.
In de lucht die we uitademen zit
a)
meer zuurstof
b)
meer koolstofioxide
c)
minder koolstofdioxide
d)
minder stikstof
9.
Nummer 8 wijst naar
a)
de luchtpijp
b)
een longtrechtertje
c)
een longblaasje
d)
een bronchie
10.
Inademen door je neus is beter dan door je mond omdat
a)
de lucht droger wordt
b)
de lucht af kan koelen
c)
de lucht schoner wordt
d)
je je dan niet snel verslikt
11.
Wat de de juiste stand voor slikken?
a)
huig in stand 1, strotklepje in stand 1
b)
huig in stand 1, strotklepje in stand 2
c)
huig in stand 2, strotklepje in stand 1
d)
huig in stand 2, strotklepje in stand 2
12.
Hoe heet deel B?
a)
huig
b)
strotklepje
c)
slokdarm
d)
luchtpijp
13.
Waarom gaat het vlammetje van de kaars uit?
a)
De koolstofdioxide in het potje raakt op
b)
De zuurstof in het potje raakt op
c)
Het lontje is te kort
d)
Het kaarsvet raakt op
14.
Wat is waar?
a)
In uitgeademde lucht zit meer zuurstof dan ingeademde lucht
b)
in ingeademde lucht zit meer koolstofdioxide dan uitgeademde lucht
c)
In ingeademde lucht zit meer zuurstof dan uitgeademde lucht
d)
In ingeademde lucht zit evenveel zuurstof als uitgeademde lucht
15.
Wat is juist?
a)
De huig sluit de luchtpijp af
b)
Het strotklepje sluit de luchtpijp af
c)
De huig sluit de neusholte en de luchtpijp af
d)
Het strotklepje sluit de neusholte en luchtpijp af
16.
Wat is niet waar?
a)
Als ik ga bewegen gaat het hart sneller kloppen
b)
Als ik ga bewegen gaat mijn ademhaling sneller
c)
Als ik ga bewegen heb ik meer koolstofdioxide nodig
d)
Als ik ga bewegen heb ik meer zuurstof nodig
17.
Welk gas heb ik nodig bij verbranding?
a)
koolstodioxide
b)
zuurtsof
c)
stikstof
d)
geen van de 3 genoemde
18.
Wat is bij deze verbranding de brandstof?
a)
de vlam
b)
het kaarsvet
c)
de zuurstof 
19.
Welke 2 stoffen komen altijd vrij bij de verbranding van een kaars?
a)
zuurstof en water 
b)
kaarsvet en koolstofdioxide
c)
water en koolstofdioxide
d)
water en zuurstof 
water en kaarsvet
20.

medicijnen voor astma helpen om de spiertjes om de luchtpijptakjes aan te spannen

a)

waar

b)

niet waar

21.

Gaswisseling kan snel plaats vinden in de longblaasjes omdat?

a)

ze een heel groot oppervlakte samen hebben

b)

ze een dikke wand hebben

c)

ze makkelijk glucose kunnen uitwisselen

d)

ze makkelijk water kunnen uitwisselen

22.

Welk nummer stelt de huig voor?

a)

1

b)

10

c)

2

d)

8

23.

Wat is de stand van de huig en strottenklep bij inademen?

a)

open, open

b)

dicht,open

c)

open, dicht

d)

beide dicht beide dicht

24.
Bronchitis is meestal een ontsteking bij letter
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
25.
Welke doorsnede hoort bij een astma-aanval
a)
de linker
b)
de rechter
c)
allebei
d)
geen van twee
26.
Hoe heet deel Q?
a)
huig
b)
strotklepje
c)
slokdarm
d)
luchtpijp
27.

Waarom is passief roken gevaarlijk?

a)

je deelt een sigaret met iemand

b)

je ademt de tabaksrook van anderen in

c)

passief roken is niet gevaarlijk

28.

Roken is schadelijk. Welke stof neemt de plaats in van zuurstof?

a)

nicotine

b)

teer

c)

koolmonoxide

29.

Wat voor effect heeft nicotine?

a)

Het zorgt voor een gezond lichaam.

b)

Het heeft een verslavend effect.

c)

Het zorgt voor microbe in je lichaam.

d)

Het verwijdert overtollige vetten in je lichaam.

30.

Passief roken is ook zeer schadelijk voor de mens.

a)

Waar

b)

Niet waar

31.

welke stof blijft in je longen kleven?

a)

nicotine

b)

as

c)

teer

d)

koolmonoxide

32.

Welk proces verloopt minder doordat er teer in je longblaasjes zit?

a)

Gaswisseling

b)

Ademhaling

c)

Bloedsomloop

d)

Verbranding

33.

Rokers hebben meestal een slechte conditie omdat ze ...

a)

lui zijn

b)

minder zuurstofgas in het bloed krijgen

c)

dik zijn

34.

Door te roken blijft er teer kleven aan de binnenkant van de longen. Hierdoor worden de longen zwart.

a)

Fout

b)

Juist

35.

Welke stof is nodig voor de verbranding in ons lichaam?

a)

Koolstofdioxide

b)

Water

c)

Zuurstof

36.

Wat gebeurt er bij verslikken?

a)

Het strotklepje sluit niet goed

b)

De huig sluit niet goed

c)

Zowel het strotklepje als de huig sluiten niet goed

37.

In de afbeelding zijn twee pijlen getekend. Wat bevindt zich bij de pijl omhoog, weg van het longblaasje?

a)

Zuurstofrijke lucht

b)

Zuurstofarme lucht, maar koolstofdioxide rijk

c)

Zuurstofrijk bloed, maar koolstofdioxide arm

d)

Zuurstofarm bloed, maar koolstofdioxide rijk