Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Pluriforme samenleving hfst. 1 t/m 3

Total questions: 35

Worksheet time: 1hrs 13mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een cultuurgroep?

a)

Een groep mensen die op dezelfde plek geboren zijn.

b)

Een groep mensen die er hetzelfde uitzien.

c)

Een groep mensen die dezelfde normen, waarden en gewoonten hebben.

d)

Een groep mensen met dezelfde hobby's.

2.

Noem 3 soorten subculturen

a)

Land van herkomst

b)

Geloof

c)

Woonplaats

d)

Muziek

e)

Politiek

3.

Wat is een subcultuur?

a)

Een cultuur van een kleine groep mensen binnen een samenleving

b)

Een cultuur van mensen vroeger

c)

Een subcultuur is juist geen cultuur

d)

Een cultuur van de meeste mensen

4.

Wat is een dominante cultuur?

a)

Normen, waarden en gewoonten van sommige mensen in een land

b)

Een cultuur die mensen wordt opgedrongen

c)

Normen, waarden en gewoonten van de meeste mensen in een land

d)

Eén van de subculturen

5.

Wat is een pluriforme samenleving?

a)

Een samenleving waar maar 1 cultuur is

b)

Een samenleving met 1 dominante cultuur

c)

Een samenleving met veel verschillende subculturen

d)

Samenleving van mensen met verschillende culturen en levensstijlen

6.

Culturen kunnen verschillen per...? Noem er drie!

a)

Tijd

b)

Plaats

c)

Groep

7.

Is dit een voorbeeld van een subcultuur?

a)

Ja

b)

Nee

8.

Bonus vraag: Wat is een vooroordeel?

a)

Een oordeel over iemand omdat het klopt

b)

Een oordeel over iemand of iets zonder dat je de feiten of de persoon kent

9.

Boeren in Nederland behoren tot ... ?

a)

De dominante cultuur

b)

Een subcultuur

c)

Zowel de dominante als een subcultuur

10.

Wat wordt er met de dominante cultuur bedoeld?

a)

De cultuur van de 65-plussers

b)

De cultuur van de kleinste groep in de samenleving

c)

De overheersende cultuur in de samenleving

d)

De cultuur van jongeren

11.

In Nederland hoort Sinterklaas vieren bij een subcultuur

a)

waar

b)

niet waar

12.

Moslims vormen in Nederland de dominante cultuur

a)

waar

b)

niet waar

13.

Subculturen kunnen ontstaan op basis van muzieksmaak en je woonplaats

a)

waar

b)

niet waar

14.

als je een vooroordeel hebt over een hele groep mensen noem je dat:

a)

een vooroordeel

b)

tolerant zijn

c)

een stereotype

d)

discriminatie

15.

als je tolerant bent dan:

a)

Vind je het prima als mensen andere normen en waarden hebben dan jij

b)

Vind je het lastig als mensen andere normen en waarden hebben dan jij

c)

Ga je graag mee in de normen en waarden van een ander

d)

Maak je ruzie als iemand het niet met je eens is

16.
Welke van de onderstaande mensen is een autochtoon?
a)
Griselda heeft de Nederlandse nationaliteit, maar is geboren in   Suriname.
b)
De Amerikaan John Davis is van de Verenigde Staten naar   Nederland verhuisd.
c)
Patrick is geboren in Emmen. Zijn ouders komen uit Drachten,   maar zijn grootouders waren Frans.
d)
Mariëtte is geboren en opgegroeid in Brussel. Via een   uitwisselings­programma studeert ze nu in Amsterdam.
17.
Socialisatie zorgt onder andere voor:
I.  de ontwikkeling van iemands persoonlijke identiteit.
II.  het doorgeven van waarden, normen en andere   cultuurkenmerken.
a)
I is juist, II is onjuist.
b)
I is onjuist, II is juist.
c)
I en II zijn beide juist.
d)
I en II zijn beide onjuist
18.
Bij internalisatie:
a)
is er sprake van onvolledige socialisatie.
b)
leren mensen door sociale controle cultuurkenmerken aan.
c)
staat de loyaliteit aan de dominante cultuur centraal.
d)
gedragen mensen zich zoals de groep van hen verwacht.
19.
Wanneer jongeren zich groepsgewijs duidelijk van anderen onderscheiden in uiterlijk, mode en opvattingen, maken zij deel uit van:
a)
collectivistische subcultuur.
b)
een tegencultuur
c)
een dominante cultuur
20.
Welke van onderstaande groepen kwamen naar Nederland met economische motieven?
a)
Franse protestanten, Duitse landarbeiders, Turkse migranten.
b)
Marokkanen, Spanjaarden, Poolse bouwvakkers.
c)
Joodse handelaren, Marokkanen, Somaliërs.
d)
Duitse landarbeiders, Indische Nederlanders, Molukkers.
21.
Mahmood voerde in Iran actie tegen de regering. Hij werd gezocht door de politie maar kon nog net naar Nederland ontsnappen, waar hij asiel aanvroeg. Tot welke groep immigranten behoort hij?
a)
Kennismigrant.
b)
Politieke vluchteling.
c)
Illegaal.
d)
EU-onderdaan.
22.
Nederland is verplicht asielzoekers op te nemen als deze:
a)
in aanmerking komen voor een Nederlands paspoort.
b)
in aanmerking komen voor de status van erkende vluchteling.
c)
via andere EU-landen naar Nederland zijn gekomen.
23.

Welke instantie bepaalt of je in Nederland mag blijven ?

a)

IND

b)

Gemeente Tilburg

c)

Geert Wilders

24.

Wanneer mag je als vluchteling in Nederland blijven ?

a)

Als er oorlog is

b)

als je arm bent

c)

Als je het land waar je woont niet leuk vindt

25.

In welk Land is het op dit moment oorlog

a)

Syrië

b)

Duitsland

c)

Egypte

d)

Turkije

26.

Immigratie betekent:

a)

Mensen die naar een ander land verhuizen

b)

Een andere taal leren

c)

Oorlogsvluchtelingen

27.

Emigreren betekent

a)

Je land verlaten

b)

een ander land binnenkomen

c)

De taal leren van een ander land

28.

Mensen uit westerse landen die naar Nederland komen zijn vaak:

a)

Arbeidsmigranten

b)

Kennismigranten

c)

Vluchtelingen

29.

Welke wereldleider wil een muur bouwen tegen migratie van mexicanen

a)

Trump

b)

Poetin

c)

Erdogan

30.

Mag iemand uit afrika die voor het geld naar Nederland komt in Nederland blijven

a)

Ja

b)

Nee

31.

Wanneer spreek je van gezinshereniging?

a)

Wanneer iemand zijn of haar gezin uit het buitenland naar Nederland haalt

b)

Wanneer iemand trouwt met een partner uit het buitenland

c)

Wanneer vluchtelingen elkaar na jaren van oorlog weer terug vinden

d)

Wanneer de man genoeg geld heeft verdiend en terug gaat naar zijn gezin in het buitenland.

32.

Uit welk land komen arbeidsmigranten?

a)

Polen

b)

China

c)

Afghanistan

d)

Curaçao

33.

Wat betekent integratie?

a)

Bevolkingsgroepen leven gescheiden van elkaar

b)

Bevolkingsgroepen moeten zich volledig aanpassen aan de dominante cultuur

c)

Uitwisseling van subculturen van nieuwkomers en de dominante cultuur.

d)

De bevolkingsgroepen moeten zich houden aan de Nederlandse waarden en normen

34.

Wie bepaalt wie wordt toegelaten in Nederland?

a)

De regering

b)

De gemeentes

c)

De Europese Unie

d)

De IND

35.

Uit welk land komen migranten van koloniën?

a)

Argentinië

b)

Suriname

c)

Syrië

d)

Marokko