wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ordening

Total questions: 20

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Welke cel zie je hier?

a)

Schimmel

b)

Bacterie

c)

Dier

d)

Plant

2.

Welke cel zie je hier?

a)

Schimmel

b)

Bacterie

c)

Dier

d)

Plant

3.

Welke cel zie je hier?

a)

Schimmel

b)

Bacterie

c)

Dier

d)

Plant

4.

Welke cel zie je hier?

a)

Schimmel

b)

Bacterie

c)

Dier

d)

Plant

5.

Gist bestaat uit meerdere cellen

a)

Juist

b)

onjuist

6.

Een bacterie cel bevat een celwand

a)

juist

b)

onjuist

7.

Bacteriën planten zich voort door sporen

a)

Juist

b)

onjuist

8.

Schimmels planten zich voort met behulp van sporen

a)

juist

b)

onjuist

9.

Schimmels kunnen eencellig en meercellig zijn.

a)

Juist

b)

onjuist

10.

Bacteriën zijn ALTIJD eencellig.

a)

juist

b)

onjuist

11.

Bij naaktzadigen zitten de zaden in de vruchten

a)

juist

b)

onjuist

12.

Hoe heet het proces waarmee planten hun eigen voeding kunnen maken?

(a)  

13.

In welk van de onderstaande onderdelen ontstaan de sporen van mossen?

a)

schimmeldraad

b)

sporendoosje

c)

sporenhoopjes

14.

Noem 1 functie van het skelet

(a)  

15.

Slakken hebben een inwendig skelet

a)

juist

b)

onjuist

16.

Wat is geen kenmerk van stekelhuidigen?

a)

Bestaan uit meerdere cellen

b)

Leven in het water

c)

hebben een uitwendig skelet

17.

Wat is wel een kenmerk van wormen?

a)

Bestaan uit 1 cel

b)

hebben geen skelet

c)

Leven alleen in het water

18.

Wat is geen kenmerk van eencellige dieren?

a)

Bestaan uit 1 cel

b)

hebben een skelet

c)

leven in het water

19.

Wat is een goed voorbeeld van een holtedier?

a)

Kwal

b)

Kreeft

c)

Mossel

20.

Reptielen horen bij de gewervelde dieren.

a)

Juist

b)

onjuist