NEW
Font size
Worksheetswoordsoortbenoeming
Total questions: 15
Worksheet time: 5mins
Benoem het onderstreepte woord:
Hij heeft zijn shirt al aan.
ww
znw
lw
bnw
Benoem het onderstreepte woord:
Hij heeft zijn shirt weggegooid.
ww
znw
bnw
pers.vnw
Benoem het onderstreepte woord:
Zij verzon een liedje zonder woorden.
ww
pers.vnw
vz
lw
Waar worden de woorden opgeslagen?
ww
znw
lw
pers.vnw
Waar worden de woorden opgeslagen?
ww
znw
pers. vnw
vz
Dat heeft u toch al gezegd?
ww
znw
losse letter
pers. vnw
In de herfst vallen er genoeg bladeren van de boom.
znw
pers. vnw
lw
vz
Hij loopt altijd voor mijn voeten!
ww
znw
lw
vz
In gedachten ben ik bij hem.
znw
vz
bnw
ww
Dat vriendelijke ventje heeft een scheur in zijn broek.
pers. vnw
bnw
znw
lw
Hij was gisteren bij café 't Haantje.
pers. vnw
lw
znw
bnw
Het deed best pijn.
lw
pers.vnw
znw
ww
Het lidwoord in de zin is te vinden.
lw
znw
ww
pers. vnw
Dagelijks koopt hij hier zijn krantje.
ww
bnw
znw
lw
Hij viel van de kast op de mat.
ww
lw
znw
vz
