wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Klas V1 vocabulaire A, B, E chapitre 1

Total questions: 32

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Kies het goede woord: Vertaal naar het Nederlands:

Je cherche

a)

Ik kijk

b)

Ik zoek

c)

Ik ben

2.

Kies het goede woord: Vertaal naar het Nederlands:

Je suis

a)

Ik kijk

b)

Ik zoek

c)

Ik ben

3.

Kies het goede woord: Vertaal naar het Nederlands:

merci

a)

en

b)

hallo

c)

dankjewel

4.

Kies het goede woord: Vertaal naar het Nederlands:

au revoir

a)

tot ziens

b)

iets

c)

vreemd

5.

Kies het goede woord: Vertaal naar het Nederlands:

la plage

a)

de boodschap

b)

het strand

c)

het meisje

6.

Kies het goede woord: Vertaal naar het Nederlands:

demain

a)

geen dank

b)

sorry

c)

morgen

7.

Kies het goede woord: Vertaal naar het Nederlands:

la mer

a)

de zee

b)

de moeder

c)

de ouders

8.

Kies het goede woord: Vertaal naar het Nederlands:

on adore

a)

er is/ er zijn

b)

mooi

c)

we zijn gek op

9.

Kies het goede woord: Vertaal naar het Nederlands:

la soeur

a)

de broer

b)

de zus

c)

het meisje

10.

Kies het goede woord: Vertaal naar het Nederlands:

peut-être

a)

misschien

b)

veel

c)

bijna

11.

Schrijf de vertaling op in het Frans: vandaag

(a)  

12.

Schrijf de vertaling op in het Frans: en

(a)  

13.

Schrijf de vertaling op in het Frans: ik heb liever

(a)  

14.

Schrijf de vertaling op in het Frans: waarom

(a)  

15.

Schrijf de vertaling op in het Frans: te, te veel

(a)  

16.

Schrijf de vertaling op in het Frans: er is / er zijn

(a)  

17.

Schrijf de vertaling op in het Frans: hallo

(a)  

18.

Schrijf de vertaling op in het Frans: iets

(a)  

19.

Schrijf de vertaling op in het Frans: dus

(a)  

20.

Schrijf de vertaling op in het Frans: ja

(a)  

21.

Hoe antwoord je op deze vraag? Comment tu t'appelles?

a)

Moi, j'ai 12 ans

b)

Ça va bien et toi?

c)

Je m'appelle Max

22.

Hoe antwoord je op deze vraag? Et toi, tu as quel âge?

a)

Moi, j'ai 12 ans

b)

Ça va bien et toi?

c)

Je m'appelle Max

23.

Hoe antwoord je op deze vraag? Tu habites où?

a)

J'habite à Nieuwegein

b)

Ça va bien, et toi?

c)

Je m'appelle Max

24.

Hoe antwoord je op deze vraag? C'est quoi, Nieuwegein ?

(a)  

25.

Hoe zeg je: Wat is jouw telefoonnummer?

(a)  

26.

Hoe goed denk je dat jij deze quiz hebt gemaakt?

a)

Supergoed! Ik ken alle woorden en zinnen!

b)

Best goed ik ken wel de woorden maar de zinnen nog niet

c)

Niet zo goed, ik had niet geleerd

d)

Ik kan de woorden wel herkennen maar niet schrijven

27.

Met welk onderdeel heb je moeite?

a)

de uitspraak van de woorden herkennen

b)

de uitspraak van de woorden nazeggen

c)

de woorden juist schrijven

d)

woorden onthouden in het algemeen

e)

tijd maken om te leren

28.

Hoe was jouw voorbereiding voor vandaag?

a)

Ik had goed geleerd (elke dag een rijtje of een aantal minuten)

b)

Ik had goed geleerd (alles achter elkaar )

c)

Ik had niets geleerd

d)

Ik had de woorden en zinnen een beetje doorgekeken

29.

Ik vind Frans :

a)

makkelijk

b)

mijn lievelingsvak

c)

moeilijk

30.

Noem een ding wat je goed vind aan de lessen Frans

4 lines
31.

Noem een ding wat je mist in de lessen Frans.

4 lines
32.

Welke hulp heb jij nodig en van wie?

4 lines