NEW
Font size
S
M
L
XL
Worksheetseco vmbo
Total questions: 43
Worksheet time: 22mins
Name
Class
Date
1.
Wat is biodiversiteit?
a)
Het aantal verschillende dieren in een gebied.
b)
Het aantal verschillende soorten in een gebied.
c)
Het aantal verschillende planten in een gebied.
2.
Je ziet hier een voorbeeld van:
a)
een populatie.
b)
een ecosysteem.
c)
een lage biodiversiteit.
d)
een hoge biodiversiteit
3.
Een soortgenoot is een biotische factor.
a)
juist
b)
onjuist
4.
Een prooidier is een abiotische factor.
a)
Juist
b)
Onjuist
5.
De zon is een biotische factor.
a)
juist
b)
onjuist
6.
Hoe noem je alle abiotische factoren samen?
a)
ecosysteem
b)
bioom
c)
biotoop
d)
biosfeer
7.
In deze afbeelding zie je een:
a)
levensgemeenschap
b)
individu
c)
biotoop
d)
populatie
8.
Hoe noem je alle biotische en abiotische factoren samen?
a)
ecosysteem
b)
bioom
c)
biotoop
d)
biosfeer
9.
Hoe noem je alle biotische factoren samen.
a)
ecosysteem
b)
biotoop
c)
levensgemeenschap
d)
niche
10.
Een beer is een...
a)
omnivoor.
b)
herbivoor.
c)
carnivoor.
11.
Een konijn is een ...
a)
herbivoor
b)
omnivoor
c)
carnivoor
12.
Een leeuw is een....
a)
herbivoor
b)
omnivoor
c)
carnivoor
13.
Een omnivoor is een ...
a)
alleseter.
b)
vleeseter.
c)
planteneter.
14.
Een carnivoor is een...
a)
alleseter.
b)
planteneter.
c)
vleeseter.
15.
Lijsterbes-sprinkhaan-kikker-slang vormen een voedselketen.
a)
juist
b)
onjuist
16.
De kikker is een consument van de tweede orde.
a)
juist
b)
onjuist
17.
De libel is een consument van de 4e orde.
a)
juist
b)
onjuist
18.
Wat is een voedselweb?
a)
Een reeks van eten en gegeten worden.
b)
Alle biotische factoren in een ecosysteem.
c)
Alle voedselrelaties in een ecosysteem.
19.
Het koolmeesje is ...
a)
een producent.
b)
een consument van de eerste orde.
c)
een consument van de tweede orde.
d)
een consument van de derde orde.
20.
Hoe noemen we de bacteriën en schimmels in een voedselketen?
a)
afvaleters
b)
consumenten
c)
reducenten
21.
Een rups is ...
a)
autotroof.
b)
een consument van de eerste orde.
c)
omnivoor.
d)
een producent.
22.
Wat ontbreekt er bij nummer 1?
a)
verbranding
b)
fotosynthese
23.
Wat ontbreekt bij nummer 2?
a)
consument
b)
producent
c)
reducent
d)
afvaleters
24.
Wat ontbreekt bij nummer 3?
a)
consument
b)
reducent
c)
producent
d)
afvaleters
25.
Wat ontbreekt bij nummer 4?
a)
fotosynthese
b)
verbranding
26.
Welke energierijke stof wordt gemaakt bij de fotosynthese?
a)
koolstofdioxide
b)
mineralen
c)
glucose
d)
zonlicht
27.
Wat voor een soort voedselpiramide zie je hier?
a)
Piramide van aantallen.
b)
Piramide van biomassa.
c)
Piramide van energiedoorstroming.
28.
Wat voor een voedselpiramide zie je hier?
a)
Piramide van aantallen.
b)
Piramide van biomassa.
c)
Piramide van energiedoorstroming
29.
Welke schakel in een voedselketen vormt altijd de basis?
a)
planten
b)
kleine diertjes
c)
kleine vogels
d)
roofvogel
30.
Welke schakel heeft altijd de grootste biomassa?
a)
consumenten eerste orde
b)
consumenten 2e orde
c)
producenten
31.
In een voedselketen wordt de biomassa in elke volgende schakel kleiner.
a)
juist
b)
onjuist
32.
In een voedselketen gaat een deel van de energie verloren aan verbranding.
a)
juist
b)
onjuist
33.
In een voedselketen gaat een deel van de energie verloren omdat een organisme wordt opgegeten.
a)
juist
b)
onjuist
34.
Bij insecten is de verhouding tussen opgenomen en doorgeven energie ongunstiger dan bij zoogdieren.
a)
juist
b)
onjuist
35.
In een ecosysteem schommelen de populaties rondom een biologisch evenwicht.
a)
juist
b)
onjuist
36.
In het voorjaar van het derde jaar is er genoeg te eten en krijgen de koolmezen veel jongen.
a)
juist
b)
onjuist
37.
Het proces dat je in de afbeelding ziet noemen we....
a)
aanpassing.
b)
successie.
c)
biologisch evenwicht.
d)
optimaal.
38.
Dit diagram noemen we ook wel een...
a)
minimum-maximumkromme.
b)
staafdiagram.
c)
milieukromme.
d)
optimumkromme.
39.
Deze vos is aangepast aan een....
a)
koud klimaat.
b)
gematigd klimaat.
c)
warm klimaat.
40.
Wat voor een soort 'ganger' zie je in deze afbeelding?
a)
zoolganger
b)
teenganger
c)
topganger/hoefganger
41.
Wat voor een soort 'ganger' zie je in deze afbeelding?
a)
zoolganger
b)
teenganger
c)
topganger/hoefganger
42.
Wat voor een soort 'ganger' zie je in deze afbeelding?
a)
zoolganger
b)
teenganger
c)
topganger/hoefganger
43.
Je ziet hier een luchtkanaal in een stengel. Deze komen voor bij...
a)
woestijnplanten
b)
schaduwplanten
c)
zonplanten
d)
waterplanten
Reset
