wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quizvragen groep 4

Total questions: 8

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Wat was de opvatting van Boxall en Purcell over de AMO theorie?

a)

AMO theorie is geen interactie, maar een toevoeging

b)

De theorie is niet geschikt om te gebruiken in bedrijven

c)

Ze vinden dat er nog niet is bewezen dat de theorie ook daadwerkelijk werkt.

d)

Boxall en Purcell vinden dat AMO gericht is op de financiën van een bedrijf

2.

Wat kan je meten met AMO framework?

a)

Methode om de presentatie van werk te voorspellen

b)

Methode om de motivatie van een persoon te meten

c)

Methode om de financiën van een bedrijf te meten

d)

Methode om de succes van iemand te meten

3.

Welk van onderstaande uitspraken is geen gevolg van vergrijzing?

a)

De druk op het pensioenstelsel wordt steeds hoger.

b)

De pensioenleeftijd gaat omhoog.

c)

Organisaties moeten ervoor zorgen dat mensen steeds langer doorwerken.

d)

Er dreigen arbeidstekorten, doordat ouderen minder lang door willen werken.

4.

Wat houdt het begrip ‘voluntary turnover’ in?

a)

Situatie waarin een werknemer binnen het bedrijf verandert van baan.

b)

Situatie waarin een werknemer met pensioen gaat.

c)

Situatie waarin een werknemer weggaat bij het bedrijf, vanwege een nieuwe baan ergens anders.

d)

Alle bovenstaande antwoorden zijn goed.

5.

HR heeft vier belangrijke activiteiten. Stel, er wordt een werknemer flexibelere werktijden en extra verlof aangeboden. Onder welke van de vier HR activiteiten valt dit voorbeeld dan?

a)

Ontwikkel activiteiten

b)

Benut activiteiten

c)

Ontzie activiteiten

d)

Behoud activiteiten

6.

Welke van deze 2 stellingen is juist?

Stelling 1: Proximal job demands hebben een negatieve relatie met betrekking tot work ability.

Stelling 2: Proximal job resources hebben een positieve relatie met betrekking tot work ability.

a)

beide stellingen zijn juist

b)

stelling 1 is juist, stelling 2 onjuist

c)

stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist

d)

beide stellingen zijn onjuist

7.

Welke van deze 2 stellingen is juist?

Stelling 1: Sociale support heeft een positieve relatie met betrekking tot motivatie om te blijven werken.

Stelling 2: Werktijden hebben een negatieve relatie met betrekking tot motivatie om te blijven werken.

a)

beide stellingen zijn juist

b)

stelling 1 is juist, stelling 2 onjuist

c)

stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist

d)

beide stellingen zijn onjuist

8.

Tegenwoordig komen studenten steeds vaker met smoesjes waarom zij hun werk niet gedaan hebben. Eèn van de meest gebruikte smoesjes is: “Mijn boeken lagen nog op school”. In welk aspect van AMO hoort dit smoesje thuis?

a)

Ability

b)

Motivation

c)

Opportunity

d)

Geen van alle