wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Planten VMBO

Total questions: 75

Worksheet time: 38mins

Name
Class
Date
1.

Een bloem heeft een plant voor

a)

Fotosynthese

b)

De sier

c)

De bijen

d)

Voortplanting

2.

Het mannelijke deel van de plant is

a)

De bloem

b)

De stamper

c)

De stempel

d)

De meeldraad

3.

Het vrouwelijke deel van de plant is

a)

De kroonbladeren

b)

De helmknoppen

c)

Het Kelkblad

d)

De Zaadbeginsel

4.

Wat is het eertse in de ontwikkeling van een bloem

a)

De kroonbladeren

b)

De helmknoppen

c)

Het Kelkblad

d)

De Zaadbeginsel

5.

Het blauwe deel op de foto is een

a)

Kelkblad

b)

Stempel

c)

Vruchtbeginsel

d)

Kroonblad

6.

Nummer 1 op de foto is een

a)

Kelkblad

b)

Stempel

c)

Vruchtbeginsel

d)

Helmdraad

e)

Stijl

7.

Nummer 2 op de foto is een

a)

Zaadbeginsel

b)

Stempel

c)

helmknop

d)

Helmdraad

e)

Stijl

8.

Op de foto staan

a)

windbloemen

b)

Kiemen

c)

Vruchten

d)

insectenbloemen

9.

Hoe worden de ''pijpleidingen'' in planten genoemd?

a)

Vaten

b)

Aders

c)

Slagaders

d)

Plantbuizen

10.

De vaten van planten liggen in groepjes bij elkaar. Hoe worden deze bij elkaar liggende groepjes vaten genoemd?

a)

Vaatgroep

b)

Vatenstelsel

c)

Vaatbundel

d)

Vaatstam

11.

Uit wat voor soort vaten bestaat het hout van een boom vooral?

a)

Bastvaten

b)

Houtvaten

c)

Kurkvaten

d)

Transportvaten

12.

Door welke delen van het blad verdampt water?

a)

Huidmondjes

b)

Bladpoortjes

c)

Nerven

d)

Bladgroenkorrels

13.

Wanneer verdampt er in een plant meer water, 's nachts of overdag?

a)

's nachts

b)

Overdag

14.

Doormiddel van welk proces maakt een plant zijn eigen voedingsstoffen?

a)

Fotosynthese

b)

Stikstofkringloop

c)

Koolstofkringloop

d)

Verdamping

15.

In sommige planten bevat het vocht bepaalde stoffen, die wij mensen graag gebruiken. Voorbeelden zijn siroop, suiker, rubber en teer. Vanuit welke vaten van de plant halen wij deze stoffen?

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

16.

Wat voor soort stoffen neemt een plant met zijn wortels op?

a)

Water en mineralen

b)

Water en glucose

c)

Water en koolstof

d)

Water en stikstof

17.

Wat voor soort stoffen vervoeren de houtvaten en in welke richting?

a)

Water en mineralen van de wortels naar de bladeren toe

b)

Water en glucose van de bladeren naar de wortels toe

18.

Planten produceren zelf hun voedingsstof, namelijk de stof glucose. Elke plant kan glucose op een verschillende manieren opslaan. Op welke afbeeldingen zie je een plant waarin veel glucose in de wortels ligt opgeslagen?

a)
b)
c)
d)
19.

De groene bolletjes in de plantencel heten

(a)  

20.

Je ziet hier de formule van de fotosynthese. Welk woord hoort er op de stippellijn te staan?

koolstofdioxide + (a)   + zonlicht --> zuurstof + glucose

21.

Je ziet hier de formule van de fotosynthese. Welk woord hoort er op de stippellijn te staan?

koolstofdioxide + water + zonlicht --> (a)   + glucose

22.

Deze stoffen nemen planten met hun wortels op:

a)

water

b)

mineralen

c)

zuurstof

d)

koolstofdioxide

e)

glucose

23.

De vaatbundels die voedingsstoffen door de stengel naar boven vervoeren heten de

a)

houtvaten

b)

bastvaten

24.

Als het droog is, zijn de huidmondjes

a)

open

b)

dicht

c)

open of dicht

d)

geen van beide

25.

Wat doet een plant met de wortelharen?

a)

de grond vasthouden

b)

water opnemen

c)

zorgen voor stevigheid

d)

bladmoes aanmaken

26.

Huidmondjes zitten vooral

a)

aan de bovenkant van het blad

b)

aan de onderkant van het blad

c)

aan beide kanten evenveel

d)

in de vaatbundels van het blad

27.

Welk orgaan heeft deze taak:

Zorgen voor de voortplanting, de ontwikkeling van vruchten en zaden.

a)

Wortels

b)

Stengels

c)

Bladeren

d)

Bloemen

28.

Wat is de juiste volgorde van zuigkracht?

  1. De bladcellen verliezen water
  2. De wortels nemen weer nieuw water op.
  3. Er verdampt water uit de huidmondjes.
  4. Er stroomt water vanuit de houtvaten naar de bladcellen.
a)

3-1-4-2

b)

1-2-3-4

c)

2-4-1-3

d)

4-3-2-1

29.

Van welke vaten is dit:

Hierdoor stroomt water met mineralen uit de wortels omhoog.

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

30.

Van welke vaten is dit:

Vervoer van water met glucose vanuit de bladeren naar de andere organen

a)

Houtvaten

b)

Bastvaten

31.

Wat is hier afgebeeld?

a)

levenscyclus

b)

levensloop

c)

fotosynthese

32.

Windbestuiving is een vorm van ...

a)

ongeslachtelijke voortplanting

b)

geslachtelijke voortplanting

33.

als er stuifmeelkorrels op de stempel zitten is er sprake van

a)

ongeslachtelijke voortplanting

b)

bevruchting

c)

bestuiving

d)

anti voortplanting

34.

Wat is géén product van fotosynthese? (kies 2 antwoorden)

a)

glycolyse

b)

glucose

c)

water

d)

zuurstof

35.

Wat is WEL een gevolg van een zaadje dat wordt opgegeten door een dier?

a)

het zaadje wordt verteerd door het dier

b)

het zaadje wordt weer uitgepoept en kan uitgroeien tot een plant

c)

het zaadje blijft in het dier zitten en begint daar te groeien

d)

het dier zal nooit een zaadje eten

36.

Wat is de functie van de kroonbladeren van een bloem?

a)

het beschermen van de plant

b)

het aantrekken van bijen

c)

zorgen voor groei van de plant

d)

geen functie

37.

Waar bevindt bevruchting plaats?

a)

op de stamper

b)

op de bij

c)

in de lucht

d)

in het zaadbeginsel

38.

Wat is de functie van helmknoppen?

a)

het ontvangen van stuifmeel

b)

daar vindt de bevruchting plaats

c)

het afgeven van stuifmeel

d)

daar vindt de bevruchting plaats

39.

Waar in de plant zitten veel bladgroenkorrels

a)

in de stengel

b)

in de bloem

c)

in de takken

d)

in de bladeren

40.

Wat is de functie van de wortelharen?

a)

Water en voedingsstoffen opnemen uit de grond

b)

Water en zuurstof opnemen uit de grond

c)

Zuurstof en suikers maken

41.

Dit is spinazie. Dit komt van een plant. Welk deel van de plant eet je hier op?

a)

De wortel

b)

De stengel

c)

De bladeren

42.

Waarom plaatsen ze vaak bomen in een stad?

a)

Omdat de blaadjes voor zuurstof zorgen (dit ademen we in)

b)

Omdat wij de stengels kunnen eten

c)

Omdat de blaadjes voor water zorgen

43.

Waar moet je mee oppassen als je een plant in een andere pot doet.

a)

Dat je de wortelharen niet beschadigt

b)

Dat de stengel niet scheurt

c)

Dat de blaadjes er niet afvallen

44.

Wat is de functie van de kelkbladeren?

a)

aanlokken van insecten

b)

beschermen van de bloem als deze nog in de knop zit

c)

hierop staan alle onderdelen van een bloem

d)

deze bladeren vormen zich later tot de kroonbladeren

45.

Hoe wordt het mannelijke geslachtsorgaan van een plant genoemd?

a)

helmdraad

b)

stamper

c)

meeldraad

d)

stempel

46.

Hoe wordt het vrouwelijke geslachtsorgaan van een plant genoemd?

a)

meeldraad

b)

stamper

c)

vruchtbeginsel

d)

stempel

47.

Een bloem beschikt alleen over een stamper, is deze bloem eenslachtig of tweeslachtig en is deze bloem mannelijk of juist vrouwelijk?

a)

eenslachtig en mannelijk

b)

tweeslachtig en mannelijk

c)

eenslachtig en vrouwelijk

d)

tweeslachtig en vrouwelijk

48.

Welk antwoord behoort NIET tot insectenbloemen?

a)

produceren veel stuifmeel

b)

hebben grote opvallende kroonbladeren

c)

produceren vaak nectar

d)

verspreiden een lokkende geur

49.

Welke eigenschap(pen) behoren niet tot windbloemen?

a)

produceren veel stuifmeel

b)

verspreiden een lokkende geur

c)

hebben kleine stempels

d)

meeldraden zitten vakken binnen de bloem

50.

Wat is waar als het gaat om ongeslachtelijke voortplanting?

a)

stekken is hier een voorbeeld van

b)

er vindt bevruchting plaats

c)

er komen geen geslachtscellen bij kijken

d)

voor ongeslachtelijke voortplanting heb je nog wel een vrouwelijk en mannelijk organismen nodig

51.

Wat is de juiste formule voor fotosynthese?

a)

koolstofdioxide + zuurstof + zonlicht --> glucose + water

b)

water + zuurstof + zonlicht --> glucose + koolstofdioxide

c)

water + koolstofdioxide --> glucose + zuurstof

d)

koolstofdioxide + water + zonlicht --> glucose + zuurstof

52.

Je ziet hier een schematische tekening van de doorsnede van een stengel. Welke letter wijst een bastvat aan?

a)

Letter a

b)

Letter b

c)

Letter c

53.

Wat is geen kenmerk van een houtvat?

Let op: meerdere antwoorden zijn mogelijk.

a)

Hierdoor stroomt water met mineralen uit de wortels omhoog.

b)

Hierdoor stroomt water met glucose en andere voedingsstoffen voedingsstoffen vanuit de bladeren naar de andere delen van de plant.

c)

Ze liggen aan de binnenkant van een vaatbundel.

d)

Ze liggen aan de buitenkant van een vaatbundel.

54.

Hoe komt het dat water uit de grond boven in de plant komt?

a)

De bastvaten vervoeren het water richting het blad.

b)

Dat komt door de zuigkracht in de bladeren.

c)

Dat komt door fotosynthese.

55.

In informatie 7 staat, dat vaten in de aardappelplant verstopt raken als gevolg van de verwelkingsziekte. Welke vaten raken dan verstopt?

a)

Alleen de bastvaten

b)

Alleen de houtvaten

c)

Zowel de bastvaten als de houtvaten

56.

De watergentiaan heeft bladeren die op het water drijven. Waar zitten de huidmondjes bij zulke bladeren?

a)

alleen aan de bovenzijde van het blad

b)

alleen aan de onderzijde van het blad

c)

aan beide zijden van het blad

57.

Stofzaad is een zeldzame plantensoort met een geel-witte stengel en geel-witte, schubvormige blaadjes. In en om de wortels van de stofzaadplant groeit een bepaalde schimmel. Deze schimmel neemt stoffen op uit de bodem en geeft die door aan de wortels van de stofzaadplant. Dezelfde schimmel groeit ook door tot in de wortels van een boom in de buurt. Uit de wortels van die boom neemt de schimmel een stof op die de stofzaadplant niet zelf kan maken. Deze stof geeft de schimmel ook door aan de stofzaadplant.


Enkele stoffen zijn: glucose, koolstofdioxide, mineralen en water.


Welke van deze stoffen worden door de schimmel opgenomen uit de bodem en doorgegeven aan de stofzaadplant? (Let op: meerdere antwoorden zijn mogelijk.)

a)

Glucose

b)

Koolstofdioxide

c)

Mineralen

d)

Water

58.

De schimmel die de iepenziekte veroorzaakt, verspreidt zich via de houtvaten steeds verder in de boom. De houtvaten raken verstopt en binnen een jaar sterft de boom.


Wordt door het verstoppen van de houtvaten het transport van water geremd?

En wordt het transport van mineralen geremd?

a)

Het transport van water en van mineralen wordt niet geremd.

b)

Alleen het transport van water wordt geremd.

c)

Alleen het transport van mineralen wordt geremd.

d)

Zowel het transport van water als van mineralen wordt geremd.

59.

Er bestaan 4 rijken.

Bacteriën, Schimmels, Planten en Dieren.

Welke unieke eigenschap hebben planten?

Kies het juiste antwoord.

a)

Planten hebben als enige een celwand.

b)

Planten hebben als enige een celkern.

c)

Planten hebben als enige bladgroenkorrels.

d)

Planten als enige uit meerdere cellen.

60.

Wat is de grootste nerf?

a)

Zijnerf

b)

Hoofdnerf

c)

Wortel

d)

Fijne nerf

61.

Waar zitten de huidmondjes?

a)

In de wortels

b)

In de bloem

c)

Aan de onderkant van het blad

62.

Wat gaat de huidmondjes in en uit?

a)

Koolstofdioxide uit, zuurstof in

b)

Water in, koolstofdioxide uit

c)

Urine uit, koolstofdioxide in

d)

Zuurstof uit, koolstofdioxide in

63.

Bladgroenkorrels maken:

a)

Zout

b)

Water

c)

Voedingsstoffen

d)

Urine

64.

De stengel

a)

Geeft alleen stevigheid

b)

Vervoert alleen water en voedingsstoffen

c)

Geeft stevigheid en vervoert bladgroenkorrels

d)

Geeft stevigheid en vervoert water en voedingsstoffen

65.

Een slappe plant heeft:

a)

Teveel bladmoes

b)

Te veel stengels

c)

Te veel water

d)

Te weinig water

66.

welke organische stof ontstaat bij fotosynthes

a)

Water

b)

Koolstofdioxide

c)

Glucose

d)

Zuurstof

67.

Wat is de energie leverancier van al het leven?

a)

Water

b)

Koolstofdioxide

c)

Zonlicht

d)

Zuurstof

68.

welke stoffen zijn anorganisch (meerdere antwoorden kiezen)

a)

zuurstof

b)

zetmeel

c)

goud

d)

vetten

e)

water

69.

De aardappel is een

a)

bol

b)

knol

c)

wortelstok

70.

Bladluizen zuigen hun voedsel uit de ....

a)

bastvaten

b)

houtvaten

71.

Als bij voortplanting de nakomeling precies de zelfde erfelijke eigenschappen heeft als de ouder is er spraken van....

a)

geslachtelijke voortplanting

b)

ongeslachtelijke voortplanting

72.

Welk onderdeel van de plantencel wordt aangegeven met 5?

a)

Cytoplasma

b)

Celwand

c)

Bladgroenkorrel

d)

Celkern

73.

Wat gaat het blad IN door de huidmondjes?

a)

Zuurstof

b)

Koolstofdioxide

c)

Bladvloeistof

d)

Water

74.

Welke drie dingen heeft een plant nodig voor fotosynthese?

a)

Water

b)

Mineralen

c)

Zonlicht

d)

Koolstofdioxide

75.

Wat maakt een plant met fotosynthese

a)

Koolstofdioxide

b)

Zonlicht

c)

Zuurstof

d)

Glucose