wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Z&W | Werken in een zorghotel | Deel C

Total questions: 28

Worksheet time: 56mins

Name
Class
Date
1.

De kennis die je nodig hebt om meer te weten over gezonde voeding noemen we...

(a)  

2.

Welk begrip past bij deze beschrijving: koud voorgerecht, warm hoofdgerecht, koud nagerecht

a)

Gangen

b)

Gerechten

c)

Ingrediënten

3.

Welk begrip past bij deze beschrijving: Salade met rauwe ham met meloen, gebakken karbonade, geglaceerde wortelen...

a)

Gangen

b)

Gerechten

c)

Ingrediënten

4.

Welk begrip past bij deze beschrijving: rauwe ham, meloen, karbonade, boter, wortelen, suiker...

a)

Gangen

b)

Gerechten

c)

Ingrediënten

5.

Uit hoeveel gangen bestaat het meest uitgebreide menu?

(a)  

6.

Het afwisselen van menu's waarin dezelfde gerechten terug komen zodat mensen zelden hetzelfde dagmenu krijgen noemen we een...

a)

Menuplan

b)

Menucyclus

7.

Tik alle punten aan waarmee je rekening moet houden bij het samenstellen van een menu. Niet alle 6 de punten staan in deze vraag.

a)

De opbouw: licht - zwaar - licht, koud - warm - koud

b)

Altijd twee toetjes

c)

Variatie

d)

De kleuren van je bestek en servies

e)

Niet te veel vezelrijke producten voor ouderen

8.

Mise-en-place is...

a)

Het gastengedeelte er sfeervol en verzorgd uit laten zien

b)

Gasten netjes begroeten

c)

De keuken schoonmaken

d)

Het menu samenstellen

9.

Tik alle activiteiten aan die bij mise-en-place horen

a)

Tafels opdekken

b)

Servetten vouwen

c)

Poleren van bestek en glaswerk

d)

Het menagesetje bijvullen (peper en zout)

e)

Een rechaud neerzetten om gerechten warm te houden

10.

Met een à-la-cartecouvert bedoelen we...

a)

De plaatsing van het bestek en servies op tafel voor de gast

b)

De opmaak en indeling van de menukaart

c)

Het karretje waar gebruikt bestek en servies op geplaatst kan worden voor de afwas

11.

Uit welke materialen bestaat een standaard couvert? tik aan.

a)

Lepel voor soep, mes en vork voor het hoofdgerecht

b)

Tandenstokers

c)

Toastbordje

d)

Wijnglas

e)

Servet

12.

Het vuile bestek en borden van de tafel afruimen voordat je de volgende gang serveert noem je...

(a)  

13.

Hoe vaak en wanneer iemand op een dag eet noem je een...

a)

Sociale functie

b)

Voedingspatroon

c)

Voedingsgewoonte

d)

Cultuurverschil

14.

Afhankelijk van cultuur, geloof of leefstijl eten mensen bepaalde producten wel of niet en maken ze het op een specifieke manier klaar. Dit noem je...

(a)  

15.

Tik de producten aan die vegetariërs wel eten.

a)

Broodje kaas

b)

Gerecht met groenten en tofu

c)

Gehaktballetjes met munt

d)

Yoghurt met vruchten

e)

Meloen met rauwe ham

16.

Tik de producten aan die veganisten wel eten.

a)

Broodje kaas

b)

Gerecht met groenten en tofu

c)

Gehaktballetjes met munt

d)

Yoghurt met vruchten

e)

Meloen met rauwe ham

17.

Welke redenen hebben vegetariërs en veganisten vaak voor hun manier van leven? Er zijn 3 antwoorden goed.

a)

Beter voor hun eigen gezondheid

b)

Bestrijden dierenleed

c)

Zorgen over het milieu

d)

Het is overal in de wereld goedkoper

e)

Ze hoeven dan niet meer te koken

18.

Welk type producten zijn te herkennen aan dit logo?

(a)  

19.

Bij welke wereld godsdienst past deze voedingsgewoonte: Bidden voor en na het eten, geen vlees op vrijdag of aswoensdag, 40 dagen vasten voor pasen

a)

Christendom

b)

Hindoeïsme

c)

Boeddhisme

d)

Jodendom

e)

Islam

20.

Bij welke wereld godsdienst past deze voedingsgewoonte: Liever geen vlees eten, geen rund- of kalfsvlees.

a)

Christendom

b)

Hindoeïsme

c)

Boeddhisme

d)

Jodendom

e)

Islam

21.

Bij welke wereld godsdienst past deze voedingsgewoonte: Deze mensen zijn vegetariërs, het doden van dieren past niet bij de geloofsovertuiging en leefstijl.

a)

Christendom

b)

Hindoeïsme

c)

Boeddhisme

d)

Jodendom

e)

Islam

22.

Bij welke wereld godsdienst past deze voedingsgewoonte: Het eten moet ''koosjer'' zijn

a)

Christendom

b)

Hindoeïsme

c)

Boeddhisme

d)

Jodendom

e)

Islam

23.

Bij welke wereld godsdienst past deze voedingsgewoonte: Het eten moet ''halal'' zijn. Je mag geen varkensvlees eten of alcohol drinken. Mensen met dit geloof doen mee aan de Ramadan

a)

Christendom

b)

Hindoeïsme

c)

Boeddhisme

d)

Jodendom

e)

Islam

24.

Tik alle voorwaarden aan waaraan ''koosjer'' eten moet voldoen

a)

Afkomstig van planten

b)

Afkomstig van toegestane dieren

c)

Vlees en melk of melkproducten worden niet samen bereid of gegeten

d)

Het mag geen rund- of kalfsvlees zijn

e)

Er mag geen alcohol in zitten

25.

De vastenmaand waarin moslims niet mogen eten en drinken tussen zonsopkomst en zonsondergang noemen we de...

(a)  

26.

Vul in: Zuinig omgaan met energie, verspilling vermijden en geen onnodig afval produceren zijn voorbeelden van [...] gedrag.

(a)  

27.

Met ''de voetafdruk'' bedoelen we...

a)

Een maat waarmee gemeten word hoe duurzaam een persoon leeft

b)

Een maat voor hoe zwaar en persoon is

c)

Hoe veel dieren in een bepaalde ruimte gehouden kunnen worden voor de vleesindustrie

28.

Minder vlees eten is duurzaam omdat voor de dieren die worden geslacht heel veel voedsel wordt gebruikt, zoals granen, die mensen ook kunnen eten.

a)

Waar

b)

Niet waar