wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Biologie Mens en Milieu Bs 1,3 en 5

Total questions: 29

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Op welke manieren zijn wij afhankelijk van het milieu?

a)

we halen zuurstof uit het milieu

b)

we halen grondstoffen uit het milieu

c)

we halen energie uit het milieu

d)

we halen voedsel uit het milieu

2.

Aantasting van het milieu gebeurd door:

a)

aantasting

b)

vervuiling

c)

uitputting

d)

vervuiling en uitputting

e)

alle drie opties

3.

Aardolie is een voorbeeld van energie uit ons milieu

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Rehabilitatie is het terugbrengen van een organisme in een leefgebied

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Angelina zegt: de biodiversiteit is de variatie aan soorten in een gebied.

Bart zegt: door menselijke handelen neemt de biodiversiteit toe.

Wie heeft gelijk?

a)

Angelina

b)

Bart

c)

Angeline en Bart

d)

Geen van beiden

6.

Biologisch afbreekbare afval is afval dat door reducenten kan worden afgebroken

a)

juist

b)

onjuist

7.

Gif is een stof die een positieve werking heeft op organismen

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Welke gassen zijn voorbeelden van broeikasgassen?

a)

methaan

b)

koolstofdioxide

c)

zuurstof

d)

waterdamp

9.

Het versterkt broeikaseffect veroorzaakt een

(a)  

10.

Hogere temperaturen in leiden in bepaalde gebieden tot droogte, waardoor (a)   groter worden.

11.

Plastic, nylon en piepschuim zijn voorbeelden

a)

natuurlijke producten

b)

kunststoffen

12.

Plastic dat wij gebruiken breekt af tot microplastic en komt in de oceanen terecht in

a)

vissen die het zien als eten

b)

de plastic soep in de oceaan

c)

in ons lichaam wanneer we vissen eten die plastic heeft gegeten

13.

Ontbossing betekent het wegkappen van bossen

a)

juist

b)

onjuist

14.

Bij recycling worden

a)

afvalproducten hergebruikt

b)

afvalproducten gebruikt als grondstoffen voor nieuwe producten

c)

afvalproducten verbrand in een verbrandingsoven

d)

afvalproducten bij Malpais gestort

15.

Bij composteren gebruik je

a)

huisvuil

b)

grofvuil

c)

kca

d)

zwerfvuil

16.

gft staat voor:

a)

geweldig fantastische theater

b)

goede forse toeter

c)

groente fruit tuinafval

d)

groente fruit thuisafval

17.

Leg de broeikaseffect in eigen woorden uit.

(a)  

18.

Composteren is het afbreken van biologisch afbreekbaar afval door

(a)  

19.

Wat komt vrij bij composteren:

a)

afvalstoffen

b)

schimmels en bacterien

c)

een rotte geur

d)

voedingsstoffen voor planten

20.

Wie is milieuvriendelijker?

Imara die composteert

Roshan die geen vlees eet en in een dieselauto rijdt

Kimmy die wel vlees eet en in een elektrische auto rijdt.

a)

Imara

b)

Kimmy

c)

Roshan

d)

Roshan en Kimmy

e)

Roshan Kimmy en Imara

21.

In de afgelopen 100 jaar is de mens steeds meer fossiele brandstoffen gaan verbruiken Bij de verbranding van fossiele brandstoffen komt

a)

zuurstof vrij

b)

methaan vrij

c)

koolstofdioxide vrij

22.

Wat kan verwoestijning veroorzaken:

a)

ontbossing

b)

overbegrazing ( teveel dieren die op een grasland de planten eten ( grazen).

c)

verkeerd waterbeheer ( de hoeveelheid water die er is niet goed verdelen over het land)

d)

aanleggen van stranden bij hotels

23.

Is plastic een geweldige uitvinding of slechte uitvinding?

(a)  

24.

Bij het verbranden van afval komt onvoldoende warmte vrij om elektriciteit mee op te wekken

a)

juist

b)

onjuist

25.

Noem een nadeel van het smelten van ijskappen

a)

zeespiegel stijgt

b)

zeespiegel daalt

c)

warmere stranden

d)

meer stranden

26.

Welke zin klopt?

a)

Door het versterkt broeikaseffect is er leven mogelijk op aarde

b)

Door het broeikaseffect is er een leven mogelijk op aarde

c)

Door het broeikaseffect is de gemiddele temperatuur op aarde 0 graden.

d)

Door het versterkt broeikaseffect is de gemiddelde temperatuur op aarde -18 graden.

27.

De luchtlaag om de aarde noemen wij

(a)  

28.

Reducenten bestaan uit

a)

bacterien

b)

schimmels

c)

dieren

d)

planten

29.

Als de temperatuur op aarde stijgt, dan zal de lente ook eerder beginnen, wat is een nadeel hiervan

a)

planten gaan eerder bloeien

b)

planten gaan later bloeien