wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

AFP- periode 1

Total questions: 66

Worksheet time: 38mins

Name
Class
Date
1.

Wat is Fysiologie

a)

Wetenschap van bouw van lichaam

b)

Wetenschap van werking van het lichaam

c)

Wetenschap van ziektes van het lichaam

2.

Wat is de kleinste zelfstandige eenheid in ons lichaam?

a)

Chromosoom

b)

Celkern

c)

Cel

d)

Weefsel

3.

Wat is GEEN kenmerk van een levend organisme? (meerdere antwoorden)

a)

Stofwisseling

b)

Denkvermogen

c)

Groei

d)

Prikkelverwerking

e)

Voortplanting

4.

Wat zie je bij het vraagteken?

(a)  

5.

Wat is de medische benaming voor de celkern?

a)

Cyto

b)

Membraan

c)

Nucleus

d)

Chromosoom

6.

Welk nummer geeft 'Dorsaal' aan?

a)

5

b)

6

c)

8

d)

9

7.

Welk nummer geeft 'Distaal' aan?

a)

5

b)

6

c)

8

d)

9

8.

Welk nummer geeft 'Ventraal' aan?

a)

3

b)

4

c)

8

d)

9

9.

Nr 3 ligt mediaal ten opzichte van nr 4.

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Hoeveel Chromosomen heeft een mens?

a)

23

b)

24

c)

46

d)

48

11.

Hoe heet de gewone celdeling?

a)

Mitose

b)

Meiose

12.

Wat is het vierde soort weefsel, naast het dekweefsel, spierweefsel en zenuwweefsel?

(a)  

13.

Wat heeft steunweefsel wel, waardoor het verschilt van dekweefsel?

(a)  

14.

Een exocriene klier geeft zijn product af aan de buitenwereld via een buisje. Waaraan geeft een endocriene klier zijn product af?

a)

Bloed

b)

Lymfestelsel

c)

Spijsvertering

d)

Huid

15.

Als een medische term eindigd op ~itis, is er sprak van...

a)

Orgaanstelsel

b)

Ontsteking

c)

Benauwdheid

d)

Bloeding

16.

Wat betekend de medische term: Pneumonie

a)

Longontsteking

b)

Hartinfarct

c)

Herseninfarct

d)

Beroerte

17.

Wat betekend de medische term: cystitis

a)

Darmontsteking

b)

Buikvliesontsteking

c)

Blaasontsteking

d)

Hersenvliesontsteking

18.

Wat is de medische term voor het Hart- en vaatstelsel?

a)

Tractus Digestivus

b)

Tractus Respiratorius

c)

Tractus Neurologicus

d)

Tractus Circulatorius

19.

Wat wordt bedoeld met de Tractus Locomotorius?

a)

Bewegingsapparaat

b)

Spijsverteringsstelsel

c)

Voortplantingsstelsel

d)

Ademhalingsstelsel

20.

Wat is Genetica?

a)

Celleer

b)

Ziekteleer

c)

Erfelijkheidsleer

d)

Aangeboren

21.

De melkklier is een voorbeeld van welke type klier?

a)

Exocriene klier

b)

Endocriene klier

22.

Hoe worden endocriene klieren ook wel genoemd?

(a)  

23.

Klieren zijn onderdeel van welk weefsel?

a)

Dekweefsel

b)

Steunweefsel

c)

Spierweefsel

d)

Zenuwweefsel

24.

Hoe heet het vraaggesprek tussen patiënt en arts?

(a)  

25.

Waar staat de letter 'S' voor in het SOEP?

(a)  

26.

Welke vier vormen van algemeen lichamelijk onderzoek zijn er?

a)

Inspectie, Auscultatie, Palpatie, Cytografie

b)

Inspectie, Ronselatie, Palpatie, Percussie

c)

Inspectie, Percussie, Auscultatie, Palpatie

d)

Inspectie, Percussie, Pertusie, Auscultatie

27.

Wat doet de arts als hij de buik palpeert?

a)

Kijken naar de buik

b)

Luisteren naar de buik

c)

Voelen aan de buik

d)

Kloppen op de buik

28.

Wat zijn voorbeelden van 'Beeldvormend onderzoek'? (meerdere antwoorden goed)

a)

CT scan

b)

ECG

c)

Echo

d)

MRI

e)

EEG

29.

Hoe noem je het wanneer iemand lichamelijke klachten krijgt door een geestelijke oorzaak?

a)

Somatisch

b)

Psychisch

c)

Psychosomatisch

d)

Somatiseren

30.

Wat is een ontsteking?

a)

Een beschadiging van de huid en dus het doorbreken van de eerste linie van defensie

b)

Een immuunreactie op een bacterie

c)

De vorming van pus

d)

Een afweerreactie van gezond weefsel op een schadelijke prikkel

31.

Wat is de oorzaak van een infectie?

a)

Mechanische oorzaak

b)

Chemische oorzaak

c)

Ziekteverwekker

d)

Overbelasting

32.

Wat is de medische term voor een ziekteverwekker?

(a)  

33.

Wat is een voorbeeld van een fysische oorzaak van een ontsteking?

a)

Verbranding door de zon

b)

Stoten aan tafel

c)

Auto-immuunziekte MS

d)

Allergische reactie op medicatie

34.

Wat is de vijfde groep pathogenen naast bacteriën, virussen, schimmels/gisten en wormen?

(a)  

35.

Wanneer we het hebben over ontstekingsverschijnselen, wat is de medische term voor 'warmte' ?

a)

Rubor

b)

Dolor

c)

Calor

d)

Tumor

36.

Als een ziekteverwekker via het spijsverteringskanaal het lichaam binnendringt, noemen we dit..

a)

Aerogeen

b)

Enteraal

c)

Cutaan

d)

Hematogeen

37.

Wat zijn commensalen?

a)

Ontstekingsstoffen

b)

Eencellige virussen

c)

Nuttige bacterien

d)

Slechte bacterien

38.

Wat is de medische term voor witte bloedcellen?

(a)  

39.

Griep wordt veroorzaakt door een...

a)

Virus

b)

Bacterie

c)

Protozoa

d)

Schimmel

40.

Geef de benaming voor: nr 14

a)

Opperhuid

b)

Lederhuid

c)

Matrix

d)

Hoornlaag

41.

Geef de benaming voor: nr 12

a)

Zweetklier

b)

Talgklier

c)

Matrix

d)

Haarzakje

42.

Geef de benaming voor: nr 5

a)

Tastzintuig

b)

Talgklier

c)

Zenuw

d)

Drukzintuig

43.

Wat is de medische benaming voor de Lederhuid?

(a)  

44.

Wat is een arterie?

a)

Zenuw

b)

Slagader

c)

Ader

d)

Haar

45.

Noem de vijfde functie van de huid, naast de bescherming, aanmaak vitamine D, vetopslag en temperatuurregeling.

(a)  

46.

Wanneer de temperatuur van een patient oploopt doordat hij te lang in de zon heeft gezeten, spreken we van..

a)

Koorts

b)

Hypothermie

c)

Hyperthermie

47.

Wat gebeurd er met de bloedvaten in je huid wanneer je lichaam wil afkoelen?

a)

Deze verwijden

b)

Deze vernauwen

c)

Deze blijven hetzelfde

48.

Wat is de medische benaming voor huiduitslag?

a)

Erytheem

b)

Exantheem

c)

Erysipelas

d)

Rubor

49.

Wat is de Nederlandse term voor impetigo?

a)

Wondroos

b)

Galbulten

c)

Krentenbaard

d)

Netelroos

50.

Impetigo is niet besmettelijk.

a)

Waar

b)

Niet waar

51.

Erysipelas (wondroos) is een bacteriële ontsteking van de..

a)

Tenen

b)

Balzak

c)

Huid

d)

Bloedbaan

52.

Op het plaatje zie je galbulten, jeukende verheven plekken die je bij bv een allergie kan zien. Wat is hier de medische term van?

a)

Neticaria

b)

Urticaria

c)

Erytheem

d)

Urytheem

53.

Bij welke kinderziekte kun je de bekende 'frambozentong' tegenkomen?

a)

Mazelen

b)

Rode hond

c)

Roodvonk

d)

Waterpokken

54.

Wat is de Nederlandse term voor de kinderziekte Morbilli?

a)

Mazelen

b)

Rode hond

c)

Roodvonk

d)

Waterpokken

55.

Voor welke kinderziekte wordt je niet gevaccineerd?

a)

Vijfde ziekte

b)

Rode Hond

c)

Bof

d)

Kinkhoest

56.

Bij welke kinderziekte zie je over het hele lichaam, ook in het haar, kleine rode vlekjes met een vochtblaasje, jeuk en milde koorts?

a)

Zesde ziekte

b)

Waterpokken

c)

Bof

d)

Rode hond

57.

Bij welke ziekte zie je niet wegdrukbare rood paarse vlekjes?

a)

Scarlatina

b)

Erysipelas

c)

Erythema infectiosum

d)

Meningitis/meningokokken sepsis

58.

Hoe noem je de gevaarlijke niet wegdrukbare paars rode vlekjes?

(a)  

59.

Hoe heet het proces waarbij je lichaam een allergie ontwikkeld na de eerste keer dat je in aanraking komt met een allergeen.

a)

Bewapenen

b)

Sensibilisering

c)

Anafylactische reactie

d)

Urticaria

60.

Welke antistof wordt aangemaakt bij een type 1 allergie?

a)

Histamine

b)

Immunoglobuline type B

c)

Immunoglobuline type E

d)

Antihistamine

61.

Op welke cel bindt de Immunoglobuline type E zich?

a)

Erythrocyt (rode bloedcel)

b)

T cel (Leucocyt/witte bloedcel)

c)

Antistof

d)

Mestcel

62.

Welke stof zorgt er bij een allergie voor de ontstekingsreactie?

a)

Histamine

b)

Immunoglobuline type E

c)

Allergeen

d)

Antigeen

63.

Waardoor is een anafylactische shock zo gevaarlijk?

a)

Je slijmvliezen kunnen dicht zwellen waardoor je niet meer kunt ademhalen

b)

Je bloeddruk daalt enorm waardoor je vitale organen niet voldoende bloed krijgen

c)

Je luchtpijp knijpt samen waardoor je enorm benauwd bent

d)

Alle antwoorden zijn goed

64.

Wat moet er als eerste toegediend worden bij een patient met een anafylactische shock?

a)

Allergeen

b)

Adrenaline (Epipen)

c)

Antihistamine

d)

Immunoglobuline type E

65.

Hoe heet een type 1 allergie ook wel?

a)

Anafylactische reactie

b)

Anafylactische shock

c)

Directe reactie

d)

Vertraagde reactie

66.

Wat is een voorbeeld van een type 4 allergische reactie?

a)

Contacteczeem door dragen van sieraden

b)

Hooikoorts

c)

Heftige allergische reactie op noten

d)

Urticaria