Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Massamedia - Begin

Total questions: 29

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de juiste term?


'De zender houdt de ontvangers op de hoogte van wat er gebeurt in de wereld.'

a)

Informatieve functie

b)

Persuasieve functie

c)

Socialiserende functie

d)

Amusementsfunctie

2.

Wat is communicatie?

a)

Communicatie is het overbrengen van informatie van een ontvanger naar zender

b)

Communicatie is het overbrengen van informatie van een zender naar een ontvanger.

c)

Communicatie is het overbrengen van informatie van een lezer naar schrijver.

3.

Over welk aspect spreken we hier? ‘Wanneer ik iets vertel aan mijn moeder, speelt mijn broer op zijn piano.'

a)

Ontvanger

b)

Zender

c)

Ruis

d)

Effect

4.
feedback geven is tijdens het communiceren het gemakkelijkst bij:
a)
directe communicatie
b)
indirecte communicatie
5.

Wat is een voorbeeld voor tweezijdige communicatie?

a)

Een e-mail.

b)

Telefoongesprek.

c)

Een boek.

d)

Toespraak door de koning.

6.

Een wasmiddelenreclame op tv is een voorbeeld van..

a)

persoonlijke communicatie.

b)

non-verbale communicatie.

c)

tweezijdige communicatie.

d)

eenzijdige communicatie.

7.

Wat is een belangrijk kenmerk van massacommunicatie?

a)

Het gaat om meerzijdige communicatie.

b)

De informatie is voor iedereen bedoeld.

c)

Een medium (middel) is noodzakelijk.

d)

Het gaat om verbale communicatie.

8.

Appen is een voorbeeld van:

a)

eenzijdige, non-verbale communicatie.

b)

tweezijdige, non-verbale massacommunicatie.

c)

eenzijdige, verbale communicatie.

d)

tweezijdige, verbale communicatie.

9.

Het mobieltje waarmee je een appje kan sturen is het...

a)

Middel

b)

Informatie

10.

Bij social media ben je ...

a)

alleen zender

b)

Zender en ontvanger

11.

Welke functie van massamedia is dit?

a)

Informatieve functie

b)

Persuasieve functie

c)

Socialiserende functie

d)

Amusementsfunctie

12.

De 'waarneming' mag gebaseerd zijn op een subjectieve waarneming.

a)

Eens

b)

Oneens

13.

Wat betekent/is de definitie van sociale media?

a)

een online sociale plek waarbij je mensen kan leren kennen of met je vrienden kan chatten, spelen of video's kan maken

b)

een verzamelbegrip voor online platformen waar de gebruikers, zonder of met minimale tussenkomst van een professionele redactie, de inhoud verzorgen

c)

een begrip die het hele internet omvat waarbij foto's te zien zijn

14.

Wat is een synoniem (ander woord) voor pesten via het internet/sociale media?

a)

Computerpesten

b)

Cyberpesten

c)

Digipesten

d)

Techpesten

15.

Wat is een veilig wachtwoord?

a)

Een kort wachtwoord dat makkelijk te onthouden is, zoals je voornaam

b)

Een combinatie van letters, hoofdletters en cijfers, zoals MEW!sp1k?

c)

Een paar cijfers, zoals je geboortedatum

16.

Mensen die gecyberpest worden, hebben meer kans op zelfmoord dan bij gewoon pesten.

a)

Waar

b)

Niet waar

17.

Het mobieltje waarmee je een appje kan sturen is het...

a)

Middel

b)

Informatie

18.

Bij massamedia kennen de ontvangers van informatie elkaar

a)

Juist

b)

Onjuist

19.

Welke functie van massamedia is dit?

a)

Informatieve functie

b)

Persuasieve functie

c)

Socialiserende functie

d)

Amusementsfunctie

20.
Een wasmiddelenreclame op tv is een voorbeeld van..
a)
persoonlijke communicatie.
b)
non-verbale communicatie.
c)
tweezijdige communicatie.
d)
eenzijdige communicatie.
21.
Belangrijkste functie van een site als www.scholieren.com en www.overheid.nl is..
a)
Kennis en informatie
b)
Ontspanning
c)
Contact
d)
Identiteit
22.
Commerciële omroepen hebben als doel om geld te verdienen. Een voorbeeld van een commerciële omroep is..
a)
de Vara
b)
de KRO
c)
RTL
d)
de Tros
23.
Een voorbeeld voor een publieke omroep is..
a)
SBS 6
b)
NPO 1
c)
RTL 4
d)
RTL 8
24.
Opinietijdschriften behandelen dezelfde onderwerpen als kranten.
a)
Waar
b)
Niet waar
25.
Persvrijheid betekent..
a)
dat journalisten het recht hebben om alles te publiceren.
b)
dat journalisten ongehinderd berichten te kunnen publiceren.
c)
dat journalisten hun mening mogen betrekken bij een nieuwsbericht.
d)
dat journalisten alleen mogen uitzenden wat de omroep wil laten zien.
26.
Er wordt voortdurend een mening aan je opgedrongen. Hierbij is er sprake van..
a)
Hoor en wederhoor
b)
Persvrijheid
c)
Sociale cohesie
d)
Indoctrinatie
27.
Sociale cohesie
a)
brengt mensen dichter bij elkaar.
b)
maakt de verschillen tussen mensen groter.
28.
Online profilering houdt in dat..
a)
je een profiel maakt met behulp van social media.
b)
je online zoekt naar profielen van mensen.
c)
bedrijven cookies gebruiken om een online profiel op te stellen.
d)
op Facebook online zijn.
29.

Een voorbeeld van de agendatheorie is de hongersnood in Afrika.

a)

Juist

b)

Onjuist