wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Kerstquiz

Total questions: 30

Worksheet time: 2hrs 26mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel cm groeit een kerstboom per jaar als hij er 9 jaar over doet om 1,5 m hoog te worden?

a)

13,5 cm

b)

135 cm

c)

16,7 cm

d)

167 cm

2.

Hoe lees ik bovenstaande symbool?

a)

De verzameling van de positieve gehele getallen.

b)

De verzameling van de natuurlijke getallen.

c)

De verzameling van de positieve gehele getallen met nul.

d)

De verzameling van de positieve gehele getallen zonder nul.

3.

Als je 2u wiskunde hebt (a) dan duurt de les 100 minuten (b).

a)

a ba\ \Longleftarrow\ b

b)

a ba\ \Longrightarrow\ b

c)

a ba\ \Longleftrightarrow\ b

d)

b ab\ \Longrightarrow\ a

4.

Je trekt 1 kaart uit een spel van 52 kaarten. Hoe groot is de kans op het trekken van een een rode dame?

a)

126\frac{1}{26}

b)

113\frac{1}{13}

c)

152\frac{1}{52}

d)

213\frac{2}{13}

5.

 ((128))\left|-\left(-\left(-128\right)\right)\right|  is gelijk aan ...

a)

 128-128  

b)

 128128  

c)

 (128)-\left(128\right)  

d)

 ((128))-\left(-\left(-128\right)\right)  

6.

Bepaal de coördinaat van het punt K.

a)

K (-3,-4)

b)

K (4,3)

c)

K (-4,-3)

d)

K(3,4)

7.

Er wordt in Nederland voor € 885 miljoen aan kersteten gekocht. 1/3 wordt weggegooid. Hoeveel euro is dit?

a)

€ 2655 miljoen

b)

€ 590 miljoen

c)

€ 345 miljoen

d)

€ 295 miljoen

8.

Wat is de rol van 0 bij de vermenigvuldiging?

a)

Neutraal element

b)

Opslorpend element

c)

Opzuigend element

d)

Niets

9.

Wat is de rol van 0 bij de optelling?

a)

Neutraal element

b)

Opslorpend element

c)

Opzuigend element

d)

Niets

10.

Welke eigenschap is hier van toepassing?

 a+b+c = c+a+ba+b+c\ =\ c+a+b  

a)

Associativeiteit

b)

Distributiviteit

c)

Commutativiteit

d)

Neutraal element

11.

Los op:

 4(2+b) =4\cdot\left(2+b\right)\ =  

a)

 84b8\cdot4b  

b)

 8+8b8+8b  

c)

 88b8-8b  

d)

 8+4b8+4b  

12.

Een lichtsnoer is 2,4m lang, om de 20cm zit en lampje. Hoeveel lampjes zijn er?


LET OP: Aan het begin en het einde is ook een lichtje.

a)

11

b)

12

c)

13

d)

14

13.

R ∈ MN

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

S ∈ QM

a)

Waar

b)

Niet waar

15.

N ∉ b én N ∈ d

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

Wat is de betekenis van volgende wiskundige notatie?

 KE\left|KE\right|  

a)

De rechte KE

b)

De halfrechte KE

c)

Het lijnstuk KE

d)

De lengte van het lijnstuk KE

17.

Wat is de betekenis van deze wiskundige notatie?

a)

De rechte KE

b)

De halfrechte KE

c)

Het lijnstuk KE

d)

De lengte van het lijnstuk KE

18.

Voor 25 kerstkoekjes heb je 300 g bloem nodig. Hoeveel bloem heb ik nodig voor 40 kerstkoekjes?

a)

395

b)

480

c)

510

d)

560

19.

Hoe groot is het complement van 70°?

a)

20°

b)

30°

c)

110°

d)

130°

20.

Hoe wordt deze voorstelling genoemd?

a)

Staaflijnen

b)

Blokdot

c)

Staafdiagram

d)

Staafdot

21.

Wat is in deze dotplot de modus?

a)

50

b)

90

c)

100

d)

236

22.

Wat is in deze dotplot de variatiebreedte?

a)

0

b)

10

c)

11

d)

12

23.

c en d zijn ... rechten.

a)

Kruisende rechten

b)

Loodrechte rechten

c)

Evenwijdige rechten

d)

Snijdende rechten

24.

Reken mijn kerstaankopen uit:

 2(18+26)+321 =2\cdot\left(€18+2\cdot€6\right)+3\cdot€21\ =  

a)

€ 111

b)

€ 123

c)

€ 303

d)

€ 1 386

25.

Hoe groot is de kans dat je geen 3 gooit bij het gooien met een dobbelsteen?

a)

1 op 3

b)

1 op 6

c)

2 op 6

d)

5 op 6

26.

De Eiffeltoren werd op schaal 1 : 100 gebouwd. De werkelijke lengte is 300m hoog. Hoe hoog is het schaalmodel?

a)

30 cm

b)

3 m

c)

3 dm

d)

30 mm

27.

Wat is het kleinste gehele getal dat je kunt vormen met 5 verschillende cijfers?

a)

12345

b)

- 98765

c)

10234

d)

01234

28.


 a  b en b  c a\ \perp\ b\ en\ b\ \perp\ c\ \Longrightarrow  

(Tip: Maak een schets)

a)

 a a\  //  cc  

b)

 a\ \perp\ c  

29.


 f  e  en  ef\ \perp\ e\ \ en\ \ e // k k\ \Longrightarrow  

(Tip: Maak een schets)

a)

 ff //  kk  

b)

 f  kf\ \perp\ k  

30.

Welke definitie is niet correct?

a)

De bissectrice van een hoek is de rechte door het hoekpunt die deze hoek in twee even grote delen verdeelt.

b)

De middenloodlijn van een lijnstuk is de rechte die door het midden van dat lijnstuk gaat en loodrecht op dat lijnstuk staat.

c)

Evenwijdige rechten zijn rechten die in eenzelfde vlak liggen en die geen enkel punt gemeenschappelijk hebben.

d)

Snijdende rechten zijn rechten die in eenzelfde vlak ligeen en precies één punt gemeenschappelijk hebben.