Font size
WorksheetsLidwoord, zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord
Total questions: 16
Worksheet time: 12mins
Wat is het lidwoord in deze zin?
Een cadeau is eergisteren door mijn moeder aan Kees gegeven.
een
cadeau
moeder
Kees
Wat is het lidwoord in deze zin?
Wie kon het glas limonade vanochtend niet drinken?
wie
kon
het
glas
Wat is het lidwoord in deze zin?
Een barbecue wilden ze verleden week kopen voor die jarige collega.
een
ze
voor
die
Wat is het lidwoord in deze zin?
De heer Hoogveld moet lang ambtenaar zijn geweest.
de
heer
zijn
geweest
De of het?
... staatsburger
de
het
De of het?
... structuur
de
het
De of het?
... contrast
de
het
De of het?
... tegemoetkoming
de
het
Wat zijn de zelfstandige naamwoorden in deze zin?
De directeur stemde in met het ontslag.
de
directeur
directeur en ontslag
ontslag
Wat zijn de zelfstandige naamwoorden in deze zin?
Is Harry ook geschrokken van die aardbeving in Japan?
Harry
aardbeving
Japan
Harry en aardbeving
Harry, aardbeving en Japan
Wat zijn de zelfstandige naamwoorden in deze zin?
De meisjes waren trots op hun mooie rapporten.
meisjes
mooie
rapporten
meisjes en mooie
meisjes en rapporten
Wat zijn de zelfstandige naamwoorden in deze zin?
De moeder heeft alsnog gehuild om haar verloren ring.
de
moeder
moeder en verloren
moeder en ring
ring
Wat zijn de bijvoeglijke naamwoorden in deze zin?
Die oude vrouw zou alsnog een nieuwe woning kunnen krijgen.
die
oude
vrouw en woning
oude en nieuwe
nieuwe
Wat zijn de bijvoeglijke naamwoorden in deze zin?
Die slordige man bleek de eigenaar van de winkel te zijn.
die
slordige
slordige en man
eigenaar en winkel
winkel
Wat zijn de bijvoeglijke naamwoorden in deze zin?
De legionairs waren hondstrouw aan Caesar.
de
legionairs
hondstrouw
Caesar
Wat zijn de bijvoeglijke naamwoorden in deze zin?
Maten zijn voor deze scholieren heel makkelijk.
maten
deze
scholieren
makkelijk
