Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling BS 1 t/m 4 Thema ordenen (klas 1)

Total questions: 51

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

Is ordenen het indelen van een verzameling in groepen?

a)

ja

b)

nee

2.

Is het sorteren van de was een voorbeeld van ordenen?

a)

ja

b)

nee

3.

Kun je dvd's ordenen?

a)

ja

b)

nee

4.

Duurt een hele dag 12 uur?

a)

ja

b)

nee

5.

Is plannen een ander woord voor tijd ordenen?

a)

ja

b)

nee

6.

Hoort de afwas doen bij vrije tijd?

a)

ja

b)

nee

7.

Tijd ordenen noem je: je tijd plannen

a)

ja

b)

nee

8.

Een ander woord voor ordenen is:

(a)  

9.

de tijd die overblijft na je slaap, je school en alle andere dingen die je moet doen, heet:

(a)  

10.

Zijn schimmels een van de vier grote groepen (rijken)?

a)

ja

b)

nee

11.

Zijn vogels een van de vier grote groepen (rijken)?

a)

ja

b)

nee

12.

Zijn bacteriën een van de vier grote groepen (rijken)?

a)

ja

b)

nee

13.

Zijn vissen een van de vier grote groepen (rijken)?

a)

ja

b)

nee

14.

Welke hoort niet thuis bij de 4 groepen (rijken)?

a)

bacterien

b)

dieren

c)

mensen

d)

planten

15.

Welk(e) rijk(ken) hebben geen celwand?

a)

schimmels

b)

dieren & schimmels

c)

dieren

d)

bacteriën

16.

Hebben cellen van mensen andere kenmerken dan cellen van dieren?

a)

ja

b)

nee

17.

bij de indeling in de verschillende rijken kijk je naar...

a)

de manier van voortplanten

b)

de kenmerken van de cel

18.

Welke 4 groepen (rijken) kennen we?

a)

dieren, schimmels, planten, bacterien

b)

schimmels, mensen, planten, dieren

19.

Welk(e) rijk(ken) hebben geen celkern?

a)

schimmels

b)

dieren & schimmels

c)

dieren

d)

bacteriën

20.

Welke grote groep organismen heeft bladgroenkorrels?

a)

bacterien

b)

schimmels

c)

planten

d)

dieren

21.

Welke grote groep organismen heeft geen celkern?

a)

bacterien

b)

schimmels

c)

planten

d)

dieren

22.

Welke grote groep organismen heeft een celkern, maar geen celwand?

a)

bacterien

b)

schimmels

c)

planten

d)

dieren

23.

Welke grote groep organismen heeft een celwand en celkern, maar geen bladgroenkorrels?

a)

bacterien

b)

schimmels

c)

planten

d)

dieren

24.

In de afbeelding zie je iemand de was sorteren.


Is het sorteren van de was een voorbeeld van ordenen?

a)

ja

b)

nee

25.

In de afbeelding zie je boeken in een bibliotheek.


Wat is een handige manier om boeken in een bibliotheek te ordenen?


Er zijn meerdere antwoorden goed.

a)

op kleur van de kaft van het boek

b)

op het onderwerp van het boek

c)

op de naam van de schrijver

d)

op de dikte van het boek

26.

In de afbeelding zie je verschillende organismen.


Welke organismen hebben cellen met een celwand?

a)

appelboom, aapje, bacteriën

b)

paddenstoel, aapje, bacteriën

c)

appelboom, paddenstoel, bacteriën

27.

In de afbeelding zie je een vertakkingsschema van organismen.


Kun je de groep planten verder verdelen in groepen en zo het vertakkingsschema uitbreiden?

a)

ja

b)

nee

28.

Komen bacteriën overal voor?

a)

ja

b)

nee

29.

Bestaan bacteriën uit meerdere cellen bij elkaar?

a)

ja

b)

nee

30.

Kunnen bacteriën dode resten van organismen opruimen in de natuur?

a)

ja

b)

nee

31.

Planten bacteriën zich voort door zaden?

a)

ja

b)

nee

32.

Kan een keelontsteking worden veroorzaakt door bacteriën?

a)

ja

b)

nee

33.

Kunnen bacteriën zich elk half uur voortplanten?

a)

ja

b)

nee

34.

In de afbeelding zie je een petrischaal met bacteriën op een voedingsbodem.

Hoe komt het dat je ze met het blote oog kunt zien?

a)

De bacteriën hebben zich heel vaak gedeeld, zodat er kolonies worden gevormd

b)

De bacteriën zijn op de voedingsbodem veel groter geworden

35.

Er zitten veel bacteriën in je darmen.

Maak de zin af.


Je wordt daar niet ziek van doordat

a)

bacteriën in je darmen geen kolonies kunnen vormen

b)

bacteriën zich niet kunnen delen in je darmen

c)

bacteriën in je darmen geen ziekteverwekkers zijn

36.

Zitten er bacteriën in je mond?

a)

ja

b)

nee

37.

Zijn bacteriën goed te zien op je huid?

a)

ja

b)

nee

38.

Kunnen bacteriën voedsel laten bederven?

a)

ja

b)

nee

39.

Kunnen bacteriën zich in de koelkast net zo snel voortplanten als buiten de koelkast?

a)

ja

b)

nee

40.

Kunnen schimmels nuttig zijn voor mensen?

a)

ja

b)

nee

41.

Kies het juiste woord.


Meercellige schimmels zijn opgebouwd uit .....

a)

paddenstoelen

b)

schimmeldraden

c)

sporen

42.

Kunnen schimmels schadelijk zijn voor mensen?

a)

ja

b)

nee

43.

Planten schimmels zich voort door zaden?

a)

ja

b)

nee

44.

Kunnen speciale schimmels worden gebruikt voor het maken van bier?




a)

ja

b)

nee

45.

Kunnen alle schimmels worden gebruikt bij het maken van brood?

a)

ja

b)

nee

46.

In huizen kunnen op de muren schimmels gaan groeien.

Waarom groeien schimmels vaak in badkamers?

a)

Omdat badkamers vaak warm en vochtig zijn

b)

Omdat badkamers klein zijn

c)

Omdat badkamers tegels op de muren hebben

47.

In de afbeelding zie je een eetbare schimmel, eekhoorntjesbrood.


Wat wordt er aangegeven bij A?

a)

paddenstoel

b)

schimmeldraden

c)

sporen

48.

In de afbeelding zie je een eetbare schimmel, eekhoorntjesbrood.


Wat wordt er aangegeven bij B?

a)

paddenstoel

b)

schimmeldraden

c)

sporen

49.

In de afbeelding zie je een eetbare schimmel, eekhoorntjesbrood.


Wat wordt er aangegeven bij C?

a)

paddenstoel

b)

schimmeldraden

c)

sporen

50.

Kunnen schimmels de afgevallen dode bladeren in een bos opruimen?

a)

ja

b)

nee

51.

Maak de zin af.


Een paddenstoel is een

a)

eencellige schimmel

b)

soort schimmel

c)

orgaan van een meercellige schimmel