WorksheetsMatti en Mona Kleren
Total questions: 30
Worksheet time: 38mins
de schoen
de sjaal
de muts
de broek
de broek
de rok
het kleed
het T-shirt
ik draag een paarse sjaal.
zij draagt een rok.
ja
nee
ik draag een groene jas.
hij draagt een bloes
ja
nee
de schoen
de sjaal
de pyjama
de broek
Wat is dat?
(a)
om te zwemmen draag ik ...
een onderbroek
een zwembroek
een zwempak
een pantoffel
In de winter draag ik ...
een rok
een sjaal
een muts
handschoenen
In de zomer draag ik ...
een rok
een muts
een broek
een short
Vandaag, draag ik ...
(a)
ik zie een rode rok
ja
nee
ik zie een roze kous/sok
ja
nee
de bloes
het hemd
de rok
de trui
ik draag een ...
handschoen
schoenen
broek
jongens dragen ..
een rok
een broek
een zwembroek
een T-shirt
Meisjes dragen...
een broek
een jurk
een short
een hemd
ik draag een witte broek
ik draag een blauwe broek
ik draag groene broek
ik draag een roze broek
Wat is dat?
(a)
de schoen
de broek
de handschoen
de hand
Vandaag draag ik een broek, een T-shirt en sokken.
Vandaag draag ik een kleed, een muts en een sjaal.
(a)
ik draag een rode bloes.
ik draag een witte bloes.
ik draag een gele bloes.
ik draag een zwarte trui.
ik draag een blauwe trui.
ik draag een gele trui.
ik draag een groene jas
ik draag een blauwe jas
ik draag een gele jas
ik draag een zwarte rok.
ik draag een paarse rok.
ik draag een gele rok.
ik draag een blauwe rok.
zij draagt een paars zwempak
zij draagt een gele zwempak
zij draagt een oranje zwempak
hij draagt een blauwe zwembroek.
hij draagt een paarse zwembroek.
hij draagt een gele zwembroek.
