Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

DT11 H2 Woorden en grammatica

Total questions: 19

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Woorden


Wat betekent het woord aangrijpend?

a)

niet goed weten wat je moet doen

b)

verbaasd en in de war

c)

dramatisch en ontroerend

d)

erbij horen, belangrijk zijn

2.

Woorden


Wat betekent het woord verbijsterd?

a)

niet goed weten wat je moet doen

b)

verbaasd en in de war

c)

dramatisch en ontroerend

d)

erbij horen, belangrijk zijn

3.

Woorden


Wat betekent het woord meetellen?

a)

niet goed weten wat je moet doen

b)

verbaasd en in de war

c)

dramatisch en ontroerend

d)

erbij horen, belangrijk zijn

4.

Welk woord past het best op de puntjes?


Wat is die jongen ... ! Hij schopt en slaat zijn broertje.

a)

agressief

b)

opgelucht

c)

volmaakt

5.

Welk woord past het best op de puntjes?


Op zijn nieuwe school ... Nordin helemaal ... ... .... Hij heeft het erg naar zijn zin.

a)

in je element zijn

b)

gepest worden

c)

geconfronteerd worden met

6.

Geef een omschrijving van het begrip synoniem

(a)  

7.

Welk woord betekent


met zorg en aandacht voor anderen

a)

eentonig

b)

attent

c)

aantrekkingskracht

8.

Vul in, er kunnen meerdere antwoorden goed zijn.


Door het barre winterweer was het vliegverkeer .....

a)

ontregeld

b)

ontwricht

c)

verstoord

d)

communiceren

9.

Vul in, er kunnen meerdere antwoorden goed zijn.


We hebben een .... show gezien in het theater. We hebben genoten.

a)

spectaculaire

b)

geweldige

c)

saaie

d)

eentonige

10.

Welke verdeling in zinsdelen is juist?


Het meest houd ik van spannende boeken met een goede afloop!

a)

Het meest / houd / ik / van spannende boeken / met een goede afloop. /

b)

Het meest / houd / ik / van spannende boeken met een goede afloop. /

c)

Het meest / houd ik / van spannende boeken / met een goede afloop. /

d)

Het meest / houd ik / van spannende boeken met een goede afloop. /

11.

Welke verdeling in zinsdelen is juist?


Welk boek zou jij willen lezen?

a)

Welk / boek / zou / jij / willen / lezen?/

b)

Welk boek / zou / jij / willen / lezen?/

c)

Welk boek / zou / jij / willen lezen?/

d)

Welk boek / zou jij / willen / lezen?/

12.

Benoem het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin


Hij stelde zijn moeder nogal teleur.

(a)  

13.

Benoem het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin


Van zijn zus kreeg Mimoun een mooie tekening.

(a)  

14.

Waar of niet waar?


Het onderwerp vind je door te vragen

'wie of wat' + het werkwoordelijk gezegde

a)

juist

b)

niet juist

15.

Wat is het onderwerp in de volgende zin?


Mijn vader heeft een nieuwe hanglamp opgehangen.

(a)  

16.

Wat is het onderwerp in de volgende zin?


Fruit vermindert het risico op een allergie met elf procent.

(a)  

17.

In welke zin is het onderstreepte woord het onderwerp? Er kunnen meerdere antwoorden goed zijn.


Vink de juiste antwoorden aan en druk op Zend

a)

Koekiemonster steelt vergulde koek!

b)

De Duitse politie zoekt een bijzondere dief.

c)

De dader heeft een blauw, pluizig pak.

18.

In welke zin is het onderstreepte woord het onderwerp? Er kunnen meerdere antwoorden goed zijn.


Vink de juiste antwoorden aan en druk op Zend

a)

De koek is vorige week gestolen.

b)

Het bedrijf wil de koek terug.

c)

De koekjesfabrikant moet alle kinderen in het ziekenhuis trakteren op chocoladekoekjes!

d)

Alleen dan brengt de dief het object terug.

19.

En de laatste vraag. Er kunnen meerdere antwoorden goed zijn. Druk op zenden als je klaar bent :)


De beste, knapste en leukste docent is

a)

meneer Koers

b)

onze docent Nederlands

c)

die lange en kale man met die flauwe grappen

d)

alle bovenstaande antwoorden zijn natuurlijk goed