wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederland klimaat en duurzaamheid havo (1 en 2)

Total questions: 37

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de beste omschrijving van het weer?

a)

Het gemiddelde klimaat over een periode van 30 jaar.

b)

De toestand van de atmosfeer op een bepaald moment, in een klein gebied.

c)

De temperatuur op een bepaalde plek, gemeten op langere tijd.

d)

Alle vormen van regen en wind bij elkaar.

2.

Wat omschrijft het klimaat?

a)

Het gemiddelde weer over een periode van 10 jaar.

b)

Het gemiddelde weer over een periode van 30 jaar.

c)

Het gemiddelde weer over een periode van 50 jaar.

d)

De toestand van de atmosfeer op een bepaald moment.

3.

Hoe noem je de lucht om ons heen?

(a)  

4.

Wat komt er vrij door de verbranding van fossiele brandstoffen?

(a)  

5.

Wat zijn 3 voorbeelden van fossiele brandstoffen?

a)

Aardgas

b)

Aardolie

c)

Steenkool

d)

Water

e)

Goud

6.

De aanwezigheid van het natuurlijk broeikaseffect is....

a)

erg schadelijk

b)

helemaal niet schadelijk

7.

In welk jaar wil Nederland klimaatneutraal zijn?

a)

2025

b)

2040

c)

2050

d)

2065

8.

Wanneer raken duurzame energiebronnen op?

a)

Nooit

b)

Als het warmer wordt op aarde

c)

Als het kouder wordt op aarde

d)

Als de fossiele brandstoffen niet meer uit de grond te halen zijn.

9.

Wat is GEEN voorbeeld van duurzame energie opwekken?

a)

Zonnepanelen

b)

Windturbines

c)

Warmtepompen

d)

Steenkolencentrale

10.

Wat is een ander woord voor transitie?

(a)  

11.

Wat is geen nadeel van windenergie?

a)

De windmolens worden als lelijk ervaren

b)

Als er geen wind is dan is er geen energie

c)

De windmolens maken veel lawaai

d)

Er is veel biomassa nodig om ze te laten draaien

12.

Wanneer leveren zonnepanelen weinig op?

a)

In de winter

b)

In de lente

c)

In de zomer

d)

In de herfst

13.

Wat wordt in Nederland het meest gebruikt om energie mee op te wekken?

a)

Aardgas

b)

Aardolie

c)

Steenkool

d)

Zonnepanelen

14.

Biobrandstoffen zijn....

a)

duurzaam

b)

niet duurzaam

15.

Hoe heet het als planten co2 opnemen en er vervolgens zuurstof van maken?

(a)  

16.

Welke duurzame energiebron gebruiken we in Nederland het meest, afgezien van biomassa?

a)

Windenergie

b)

Zonne-energie

c)

Aardgascentrales

d)

Steenkoolcentrales

17.

Wat is niet waar over de toekomstige neerslag in Nederland?

a)

Het gaat vaker regenen

b)

Het gaat harder regenen

c)

De hoeveelheid regen wordt groter

d)

De hoeveelheid regen valt steeds regelmatiger

18.

Hoe heet het als water van een druppel overgaat naar een gas?

(a)  

19.

Wat is niet waar over de toekomstige zomers?

a)

Die worden langduriger droog

b)

Die worden warmer

c)

Die zullen extreem harde regenbuien gaan kennen

d)

De verdamping is kleiner dan de regenval

20.

Wat is het stedelijk-warmte eiland?

a)

Een project van de provincie Utrecht

b)

Het feit dat steden warmer zijn als hun omgeving

c)

De samenwerking tussen Nederlandse steden

d)

Het feit dat het bomen zorgen voor verkoeling

21.

Met hoeveel graden is de gemiddelde temperatuur in Nederland al gestegen?

a)

1,0

b)

1,6

c)

2,5

d)

4,3

22.

Stelling: biomassa is altijd duurzaam

a)

Deze stelling is goed

b)

Deze stelling is fout

23.

In welke Nederlandse provincie zit er aardgas in de bodem?

a)

Groningen

b)

Friesland

c)

Noord-Holland

d)

Drente

24.

Stelling: het klimaat verandert al miljoenen jaren

a)

Dat klopt

b)

Dat klopt niet

25.
Dit plaatje laat het versterkt broeikaseffect zien
a)
Juist
b)
Onjuist
26.

Is deze stelling juist: ''Broeikasgassen zijn onmisbaar''

a)

Juist

b)

Onjuist

27.
Bij het versterkt broeikaseffect komen er minder/meer broeikasgassen in de lucht
a)
Minder
b)
Meer
28.
Welke gevolgen van klimaatverandering horen bij Nederland?
a)
Zeespiegelstijging, hittegolven, regenbuien en stijgende rivieren
b)
Zeespiegelstijging, hittegolven en regenbuien
c)
Stijgende rivieren, zeespiegelstijging en regenbuien 
d)
Stijgende rivieren, zeespiegelstijging en hittegolven
29.

welk gas zorgt voor een versterkt broeikaseffect?

a)

zuurstof

b)

lucht

c)

koolstofdioxide

d)

waterstof

30.

Wat is de meest co2 uitstotende manier van reizen?

a)
b)
c)
d)
31.

Wat is het moeilijke woord voor overgang (van grijze naar grijze stroom)?

(a)  

32.

Met welke kleur geven wij energie aan die opgewekt wordt en daarbij veel co2 uitstoot?

(a)  

33.

Wat wordt er langs de kust veel opgewekt?

a)

Windenergie

b)

Zonne-energie

c)

Biomassa energie

34.

Over welk begrip gaat deze zin? Minder (fossiele) energie gebruiken.

(a)  

35.

Over welk begrip gaat deze zin? Het onder invloed van zonlicht omzetten van water en koolzuurgas in suikers en zuurstof door planten en bomen.

(a)  

36.

Over welk begrip gaat deze zin? Aanpassing aan de klimaatverandering om de gevolgen ervan te verminderen.

(a)  

37.

Welk begrip hoort bij de volgende zin? Meer groen in de woonomgeving: bomen, struiken en gras.

(a)