wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Voeding en vertering 4BB

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Worden conserveermiddelen gebruikt om voedsel langer houdbaar te maken?

a)

ja

b)

nee

2.

Ontstaat voedselvergiftiging vooral door het eten van rauwe producten?

a)

ja

b)

nee

3.

Kunnen bacteriën en schimmels zonder vocht leven?

a)

ja

b)

nee

4.

Als je brood niet goed verpakt, kan het snel uitdrogen.

Is dit een voorbeeld van voedselbederf?

a)

ja

b)

nee

5.

Koffie wordt vaak vacuüm verpakt. Daardoor kunnen bacteriën en

schimmels in de verpakte koffie niet groeien.

Komt dit doordat de bacteriën en schimmels dan geen zuurstof hebben?

a)

ja

b)

nee

6.

Drie geconserveerde producten zijn:

– een pak gedroogde bruine bonen;

– een pak gepasteuriseerde melk;

– een pak gesteriliseerde melk.

Josh bewaart deze drie producten bij kamertemperatuur. Hij laat de verpakkingen dicht.

In welk product zal na drie dagen het aantal bacteriën zijn toegenomen?

a)

In de gedroogde bruine bonen.

b)

In de gepasteuriseerde melk.

c)

In de gesteriliseerde melk.

7.

Zijn de producten die je eet voedingsmiddelen?

a)

ja

b)

nee

8.

Zijn voedingsvezels belangrijk voor de werking van je darmen?

a)

ja

b)

nee

9.

Kun je met een indicator voedingsmiddelen aantonen?

a)

ja

b)

nee

10.

Hans onderzoekt of er zetmeel in een koekje zit. Hij verdeelt het

koekje in stukjes en doet er joodoplossing bij. De joodoplossing

maakt de stukjes van het koekje blauwzwart van kleur.

Zit er zetmeel in het koekje?

a)

ja

b)

nee

11.

Macaroni bestaat voor het grootste deel uit koolhydraten.

Hoort macaroni bij het vak met groenten en fruit (vak 1)?

a)

ja

b)

nee

12.

Kun je beter vloeibare plantaardige vetten eten dan dierlijke vetten?

a)

ja

b)

nee

13.

Wordt een teveel aan vet omgezet in koolhydraten en dan opgeslagen?

a)

ja

b)

nee

14.

Mensen met deze darmziekte nemen minder vitaminen op.

Krijgen ze dan een gebrek aan beschermende stoffen, bouwstoffen of reservestoffen?

a)

Aan beschermende stoffen.

b)

Aan bouwstoffen.

c)

Aan reservestoffen.

15.

Tijdens een training trekt een bepaalde spier zich vaak samen. In de afbeelding zie je een spier en

een bloedvat. Het bloedvat vervoert onder andere zuurstof en voedingsstoffen naar de spier.

De temperatuur van het bloed op plaats P is 37 °C.

Hoe hoog is de temperatuur op plaats Q?

a)

Lager dan 37 °C.

b)

Gelijk aan 37 °C.

c)

Hoger dan 37 °C.

16.

Verteren eiwitten in het verteringsstelsel?

a)

ja

b)

nee

17.

Maakt de alvleesklier een verteringssap?

a)

ja

b)

nee

18.

Komt in 5 darmperistaltiek voor?

a)

ja

b)

nee

19.

Geeft 3 de dunne darm aan?

a)

ja

b)

nee

20.

Hardlopen kost veel energie. Tijdens een wedstrijd eten sommige hardlopers bananen. Hierbij passeren voedingsvezels van de banaan een aantal organen van het verteringsstelsel.

Wat is de juiste volgorde van deze organen?

a)

Dunne darm → dikke darm → endeldarm.

b)

Dunne darm → endeldarm → dikke darm.

c)

Endeldarm → dunne darm → dikke darm.

21.

Bram voel zich niet zo lekker en moet overgeven.

Door welk deel van het verteringsstelsel gaat het voedsel van zijn maag naar zijn mond?

a)

Door zijn dikke darm.

b)

Door zijn dunne darm.

c)

Door zijn endeldarm.

d)

Door zijn slokdarm.

22.

Ontstaat gal in de galblaas?

a)

ja

b)

nee

23.

Komt alvleessap in de dunne darm bij het voedsel?

a)

ja

b)

nee

24.

Gaan onverteerde voedselresten vanuit de dunne darm naar het bloed?

a)

ja

b)

nee

25.

Hoe heet deel 4 ?

a)

Alvleesklier.

b)

Galblaas.

c)

Lever

d)

Maag.

26.

Is de kroon het deel van een tand of kies dat boven de kaak uitsteekt?

a)

ja

b)

nee

27.

Beschermen bacteriën tegen tandbederf?

a)

ja

b)

nee

28.

Is het verteringskanaal van een leeuw relatief lang?

a)

ja

b)

nee

29.

Tania vindt een fossiel van een kaak. De kaak heeft hoektanden en knobbelige kiezen.

Kan dit een kaak zijn van een alleseter?

a)

ja

b)

nee

30.

Eten alleseters zowel planten als dieren?

a)

ja

b)

nee