wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 1: Organen en cellen 3TL

Total questions: 29

Worksheet time: 2hrs 25mins

Name
Class
Date
1.

Welk orgaan ligt (deels) boven het middenrif?

a)

Slokdarm

b)

Maag

c)

Darmen

d)

Lever

2.

Welke van onderstaande levensverschijnselen vertoont een plant?

a)

Groeien

b)

Uitscheiden

c)

Bewegen

d)

Gaswisseling

3.

De hersenen van een mens zijn een.....

a)

cel

b)

weefsel

c)

orgaan

d)

organenstelsel

4.

Hoe wordt het kwijtraken van afvalstoffen door een organisme in de biologie ook wel genoemd?


(u (a)   g)

5.

Op welke afbeelding staat de blauwe lijn ongeveer over het middenrif?

a)
b)
c)
d)
6.

Welke organen horen bij het verteringsstelsel

a)

Lever

b)

Hart

c)

Slokdarm

d)

Maag

e)

Urineblaas

7.

De levensverschijnselen zijn bewegen, ademhalen, uitscheiden, groeien, voeden, waarnemen en (a)  

8.

Welk orgaan scheidt de borstholte van de buikholte?

(a)  

9.

Waar staat het organisatieniveau in de juiste volgorde van klein naar groot?

a)

weefsel - cel - orgaan - orgaanstelsel - organisme

b)

organisme - orgaanstelsel - cel - weefsel - orgaan -

c)

cel - orgaan - weefsel orgaanstelsel - organisme

d)

cel - weefsel - orgaan - orgaanstelsel - organisme

10.

Welke onderdelen tref je zowel aan in een plantaardige- als een dierlijke cel?

a)

Plastiden

b)

Celmembraan

c)

Celwand

d)

Cytoplasma

e)

Celkern

11.

Waarmee is de vacuole gevuld?

a)

Tussencelstof

b)

Plastiden

c)

Cytoplasma

d)

Water met opgeloste stoffen

e)

Lucht

12.

Hoe heet onderdeel 3?

(a)  

13.

Als de aarde bij een aardappelplant gedeeltelijk wegspoelt, kan een aardappel boven de grond komen.

Het gedeelte boven de aarde wordt groen. Dit komt doordat plastiden in elkaar overgaan.

Welke verandering bij plastiden treedt op in een deel van een aardappel dat boven de grond komt?

a)

kleurstofkorrels worden zetmeelkorrels

b)

bladgroenkorrels worden zetmeelkorrels

c)

zetmeelkorrels worden bladgroenkorrels

d)

zetmeelkorrels worden kleurstofkorrels

14.

Wat is de naam van onderdeel 2?

(a)  

15.

Cellen van dieren hebben een celwand, juist of onjuist?

a)

juist

b)

onjuist

16.

Als een tomaat rijp wordt, verandert de kleur van groen naar rood.

Welke verandering in de plastiden is hiervan de oorzaak?

a)

Kleurstofkorrels worden bladgroenkorrels

b)

Bladgroenkorrels worden kleurstofkorrels

c)

Kleurstofkorrels worden bladgroenkorrels

d)

Bladgroenkorrels worden zetmeelkorrels

17.

Iemand bekijkt een cel onder de microscoop. Hij neemt het volgende waar: chromosomen, plastiden en een vacuole.


Op basis van welke kenmerken weet de leerling zeker dat dit cellen zijn van een plant?

a)

Op basis van de plastiden

b)

Op basis van de plastiden en vacuole

c)

Op basis van de vacuole

d)

Op basis van en vacuole en chromosomen

e)

Op basis van de plastiden, chromosomen en vacuole

18.

Wat zie je op de afbeelding?

a)

een cel

b)

weefsel

c)

een orgaan

d)

een organisme

19.

Chromosomen bestaan uit DNA en (a)  

20.

Welke cellen van een mens bevatten 46 chromosomen?

a)

Geslachtscellen

b)

Huidcellen

c)

Darmcellen

d)

Spiercellen

21.

Je kunt chromosomen zien onder een microscoop, juist of onjuist?

a)

Juist

b)

Onjuist

c)

Juist, maar alleen als er celdeling plaatsvindt

d)

Onjuist, daar heb je te weinig chromosomen voor

22.

Een ander woord voor de gewone celdeling is (a)  

23.

Een cel gaat delen. In welk antwoord staan de stappen in de juiste volgorde als een cel gaat delen?

a)

plasmagroei - celdeling - kerndeling

b)

kerndeling - plasmagroei - celdeling

c)

celdeling - kerndeling - plasmagroei

d)

kerndeling - celdeling - plasmagroei

24.

Welke uitspraak over de mitose is juist?

a)

Er worden geslachtscellen gevormd

b)

Er worden cellen gevormd met evenveel chromosomen

c)

Er worden cellen gevormd met het dubbele aantal chromosomen

d)

Er worden cellen gevormd met de helft van het oorspronkelijke aantal chromosomen

25.

Een weefsel is een groep cellen met dezelfde vorm en (a)   ?

26.

Hoe noem je het korter en dikker worden van chromosomen tijdens de 2de fase van mitose?

(a)  

27.

Uit onderzoek aan een cel, die in het midden van een plantenwortel zat, blijkt dat hij veel plastiden bevat.

Welke plastiden zullen dat zeer waarschijnlijk zijn geweest?

a)

Zetmeelkorrels en kleurstofkorrels

b)

Bladgroenkorrels en zetmeelkorrels

c)

Bladgroenkorrels en kleurstofkorrels

d)

Bladgroenkorrels, zetmeelkorrels en kleurstofkorrels

e)

Zetmeelkorrels

28.

Bij een onderzoek van het darmslijmvlies van een patiënt worden behalve slijmvliescellen ook cellen van onverteerde plantenresten aangetroffen.

Enkele delen in en om een cel kunnen zijn: celkern, celmembraan en celwand.

Welk van deze delen heeft een plantencel wel, maar een cel uit het darmslijmvlies niet?

a)

een celkern

b)

een celmembraan

c)

een celwand

29.

Welke onderdelen kunnen voorkomen in een dierlijke cel?

a)

grote vacuole

b)

celwand

c)

celmembraan

d)

cytoplasma

e)

celkern