wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Commercieel H3 Producten

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Het assortiment van een slagerij bestaat uit vele soorten vlees. Van welk assortiment is hier sprake?

a)

Breed en diep assortiment

b)

.Breed en ondiep assortiment

c)

.Smal en diep assortiment.

d)

Smal en ondiep assortiment.

2.

Een telefoonwinkel verkoopt alleen de nieuwste I-phones. Van welk assortiment is hier sprake?

a)

Breed en diep assortiment.

b)

Breed en ondiep assortiment.

c)

Smal en diep assortiment.

d)

Smal en ondiep assortiment.

3.

Welke winkelvorm verkoopt een consistent assortiment?

a)

Een discounter met woonassocoires, voeding en kleding in het assortiment.

b)

Een drogisterij met make up, dierenvoeding en snoep in het assortiment.

c)

Een supermarkt met speelgoed, handdoeken en voeding in het assortiment.

d)

Een sportwinkel met bidons, voetballen en sportkleding in het assortiment.

4.

Wat is het randassortiment van een bloemenzaak?

a)

Bloemen

b)

Bloemenkaartje

c)

Planten

d)

Vazen

5.

Wat is het kernassortiment van een doe-het-zelf winkel?

a)

Knuffelbeer

b)

Rolletje pepermunt

c)

Tenten

d)

Verf

6.

Waarvan is een batterij voor een zaklamp een voorbeeld?

a)

Complementaire artikel

b)

Follow-up artikel

c)

Impulsartikel

d)

Rage-artikel

7.

Waarvan is een stropdas bij een overhemd kopen een voorbeeld?

a)

Complementaire artikel

b)

Follow-up artikel

c)

Impulsartikel

d)

Concurrerent artikel

8.

Wat is een voorbeeld van een impulsartikel?

a)

Een artikel dat een klant koopt om het in de mode is.

b)

Een artikel dat een klant koopt omdat het goed bij een artikel past.

c)

Een artikel dat een klant koopt voor het gebruik van een ander artikel.

d)

Een artikel dat een klant koopt zonder er vooraf over na te hebben gedacht.

9.

Waar vind je een A-merk artikel in een schap?

a)

Op bukhoogte

b)

Op grijphoogte

c)

Op ooghoogte

d)

Op reikhoogte

10.

Waarom verkoopt een winkelier concurrerende artikelen?

a)

Omdat hij hetzelfde als zijn concurrent wil verkopen

b)

Omdat hij meer artikelen dan zijn concurrent wil verkopen

c)

Omdat hij wil dat de klant iets te kiezen heeft

d)

Omdat hij wil dat de klant uit verschillende winkeliers kan kiezen.