wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

bedrijfseconomie hfdst 1(integraal in balans)

Total questions: 30

Worksheet time: 8hrs 30mins

Name
Class
Date
1.

Een eenmanszaak

a)

mag geen personeel in dienst hebben.

b)

kan nooit meer dan één winkel hebben.

c)

is hetzelfde als een zzp'er.

d)

heeft maar één eigenaar.

2.

Bij een onderneming zonder rechtspersoonlijkheid

a)

is er geen scheiding tussen eigendom en leiding

b)

moet er bij de oprichting een notariële akte worden opgemaakt.

c)

is de continuïteit van de onderneming gewaarborgd.

d)

is het moeilijk om snel in te spelen op veranderingen in de markt.

3.

Bij een onderneming met rechtspersoonlijkheid

a)

is er geen scheiding tussen eigendom en leiding.

b)

moet er bij de oprichting een notariële akte worden opgemaakt.

c)

is de continuïteit van de onderneming slecht gewaarborgd.

d)

zijn er altijd aandelen uitgegeven.

4.

Bij een vennootschap onder firma

a)

zijn er een of meer firmanten.

b)

zijn de firmanten niet met hun privévermogen aansprakelijk.

c)

wordt de winstverdeling geregeld in de firma-akte.

d)

is er altijd een commanditaire vennoot aanwezig.

5.
Over de winst van een eenmanszaak moet ..... betaald worden
a)
dividendbelasting
b)
Inkomstenbelasting
c)
Vennootschapsbelasting
6.
De BV is een zelfstandig rechtspersoon
a)
Juist
b)
Onjuist
7.

Voorbeelden van ondernemingen met rechtspersoonlijkheid zijn

a)

de besloten vennootschap en de eenmanszaak.

b)

de maatschap en de naamloze vennootschap.

c)

de vof en de eenmanszaak.

d)

de besloten vennootschap en de stichting.

8.

Lees de volgende beweringen en geef het juiste antwoord.

Bewering 1: Bij de bv en nv zijn aandeelhouders hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden van de vennootschap.

Bewering 2: Bij de naamloze vennootschap zijn de aandeelhouders in principe niet bekend bij de vennootschap.

a)

Bewering 1 is waar, bewering 2 is niet waar.

b)

Bewering 1 is niet waar, bewering 2 is waar.

c)

Bewering 1 en 2 zijn allebei waar.

d)

Bewering 1 en 2 zijn allebei niet waar.

9.

Een groot nadeel van een eenmanszaak is dat de eigenaar

a)

veel werk moet verrichten om het bedrijf draaiende te houden.

b)

alle winst aan de fiscus moet afdragen.

c)

niemand heeft om een praatje mee te maken.

d)

zijn huis kan kwijtraken bij faillissement.

10.

Stel: een naamloze vennootschap gaat failliet. Er staat in totaal nog €20.000 aan facturen open bij leveranciers. Op wie kunnen de leveranciers dit verhalen?

a)

op de aandeelhouders

b)

op de directie

c)

alleen op de manager 'inkoop'

d)

op niemand

11.

Bij welke rechtsvorm(en) is/zijn de aandelen verhandelbaar op de effectenbeurs?

a)

eenmanszaak

b)

vennootschap onder firma

c)

besloten vennootschap

d)

naamloze vennootschap

12.

Stel: een vennootschap onder firma gaat failliet. Eigenaar 1 heeft 40% van het vermogen ingebracht, eigenaart 2 60%. Na het faillissement is er een schuldeiser die nog €10.000 krijgt. Wie is aansprakelijk?

a)

Beiden voor de volle €10.000

b)

Ieder voor €5.000

c)

Eigenaar 1: €4.000. Eigenaar 2: €6.000.

d)

niemand

13.

Bij welke rechtsvorm heeft een onderneming altijd maar 1 medewerker?

a)

eenmanszaak

b)

vennootschap onder firma

c)

eenmanszaak en vennootschap onder firma

d)

bij geen enkele rechtsvorm

14.

Bij welke van de onderstaande rechtsvorm(en) wordt er gestreefd naar het maken van winst?

a)

eenmanszaak

b)

vennootschap onder firma

c)

besloten vennootschap

d)

naamloze vennootschap

15.

Wie zijn de officiële eigenaren van een besloten vennootschap

a)

de directie

b)

de aandeelhouders

c)

de werknemers

d)

de overheid

16.

Een aandeel is:

a)

een eigendomsbewijs in een onderneming die een rechtspersoon is.

b)

een eigendomsbewijs in een onderneming die een natuurlijk persoon is.

c)

een eigendomsbewijs in een onderneming die zowel natuurlijk als rechtspersoon is.

d)

geen van bovenstaand.

17.

Enkel een natuurlijke persoon kan een éénmanszaak oprichten.

a)

Juist

b)

Fout

18.

Bij welke ondernemingsvorm hoort deze zin:

*Lisa en haar moeder zijn samen eigenaar van een nagelstudio. Aan het eind van het jaar verdelen ze de winst. Over deze winst betalen ze beiden inkomstenbelasting.

Welke ondernemingsvorm heeft de nagelstudio?

a)

Eenmanszaak

b)

Vennootschap Onder Firma (VOF)

c)

Besloten Vennootschap (BV)

d)

Naamloze Vennootschap (NV)

e)

ZZP'er

19.

Bij welke ondernemingsvorm hoort deze zin:

*Peter is directeur van zijn eigen onderneming. Zijn privégeld en het geld van de onderneming zijn totaal gescheiden. Als inkomen ontvangt Peter loon van zijn onderneming.

Welke ondernemingsvorm heeft de onderneming van Peter?

a)

Eenmanszaak

b)

Vennootschap Onder Firma (VOF)

c)

Besloten Vennootschap (BV)

d)

Naamloze Vennootschap (NV)

e)

Stichting

20.

Bij welke ondernemingsvorm hoort deze zin:

*Deze ondernemersvorm wordt geleid door een bestuur. Het inkomen komt vooral uit donaties en subsidies.

a)

Eenmanszaak

b)

Vennootschap Onder Firma (VOF)

c)

Besloten Vennootschap (BV)

d)

Naamloze Vennootschap (NV)

e)

Stichting

21.

welke vorm van Organisatiestructuur zien we hier ?

a)

Lijnorganisatie

b)

Lijnstaf-organisatie

22.

Wat klopt NIET over een staffunctie?

a)

Is bijvoorbeeld een secretaris of boekhouder

b)

Heeft de leiding over anderen

c)

Is een specialist binnen een bepaald gebied

d)

Geeft advies aan een leidinggevende

23.

Middle management neemt voornamelijk de volgende soort beslissingen:

a)

Strategische beslissingen

b)

Tactische (of organisatorische) beslissingen

c)

Operationele beslissingen

24.

Er is sprake van een organisatie wanneer wanneer:

a)

Er een samenwerkingsverband is en een gemeenschappelijk doel

b)

Er een cultuur, structuur en strategie is

c)

Mens en management samen wordt gebracht

d)

Men organiseert

25.

De volgende gegevens zijn bekend:

Nokia heeft met 3 miljoen mobieltjes een marktaandeel van 20%.

Samsung produceert 6 miljoen mobieltjes.

Bereken het marktaandeel van Samsung. Rond af op een geheel getal.

a)

4%

b)

91%

c)

40%

d)

38%

26.
De volgende gegevens zijn bekend:
Huidige verkoopprijs aandeel: €250
Nominale waarde aandeel: €200
Dividendpercentage: 5%
Hoeveel krijgt een aandeelhouder aan dividend als hij 5 aandelen bezit? 
a)
€12,50
b)
€10,00
c)
€62,50
d)
€50,00
27.

Totale omzet productsoort TV's is € 140 miljoen. Omzet Philips tv's is € 15 miljoen.

Wat is het marktaandeel van Philips op 1 decimaal?

(denk aan het %-teken)

(a)  

28.

In NL verkopen 500 bedrijven smartphone hoesjes. Bij elkaar verkopen ze in totaal 2.500.000 hoesjes in 2020. Cous verkoopt dat jaar 350.000 hoesjes. De gemiddelde verkoopprijs van een hoesje is € 8. Cous bv verkoopt ze voor € 9,50

vraag: bereken het marktaandeel van de AFZET van Cous bv.

a)

0,14%

b)

14%

c)

7,1%

d)

28%

29.

Wat is de juiste formule voor het berekenen van het marktaandeel van de afzet?

a)

(afzet producent merk X : totale marktafzet alle merken) x 100

b)

omzet producent merk X : totale marktomzet productsoort

c)

(marktaandeel merk X : marktaandeel grootste concurrent) x 100

d)

Ik krijg hier hoofdpijn van.

30.

In NL verkopen 500 bedrijven smartphone hoesjes. Bij elkaar verkopen ze in totaal 2.500.000 hoesjes in 2020. Cous verkoopt dat jaar 350.000 hoesjes. De gemiddelde verkoopprijs van een hoesje is € 8. Cous bv verkoopt ze voor € 9,50

vraag: bereken het marktaandeel van de OMZET van Cous bv. Rond je antwoord af op 1 decimaal en vergeet het %- teken niet!

(a)