Font size
S
M
L
XL
WorksheetsNederlands klas 4M H3 woordenschat en taalverzorging
Total questions: 18
Worksheet time: 9mins
Name
Class
Date
1.
Wat betekent het woord interpreteren?
(a)
2.
Wat betekent accepteren?
(a)
3.
Wat betekent het woord inhouden
(a)
4.
Wat betekent het woord vastleggen
(a)
5.
Wat betekent het woord verrichten
(a)
6.
Maak een samenstelling van de volgende woorden:
banaan + schil
(a)
7.
zon + cel
(a)
8.
reus + groot
(a)
9.
gemeente + huis
(a)
10.
rijst + pap
(a)
11.
stad + tuin
(a)
12.
bak+baard
(a)
13.
flier+fluiter
(a)
14.
huilen + balk
(a)
15.
Vul een juist woord in: Het paard (a) ik altijd rijd, staat nu in de gang
16.
Vul in: Mijn tante (a) ik op reis ga, kijkt nu naar Sorjonen op Netflix
17.
Vul in: De leraren geven een dag geen les, omdat ... een studiedag hebben
a)
hun
b)
zij
18.
Vul in: Het meisje van de overbuurman ... gisteren gevallen is, heeft een zere knie.
(a)
Reset
