wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bloed, bloedsomloop en bloedvaten 4BB

Total questions: 15

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.
Waaruit bestaat bloed?
a)
Witte bloedcellen, Rode bloedcellen, Bloedplaatjes en Bloedplasma
b)
Rode bloedcellen, Bloedplaatjes, Witte Bloedcellen en Water
c)
Opgeloste stoffen, Rode Bloedcellen en Witte Bloedcellen
d)
Rode bloedcellen, Witte bloedcellen en Bloedplaatjes
2.
Bij bloedarmoede heb je..
a)
een te kort aan witte bloedcellen
b)
een te kort aan bloedplaatjes
c)
een te kort aan rode bloedcellen
d)
een te kort aan bloedplasma
3.
Wat is etter of pus?
a)
Dode rode bloedcellen en kapotte bloedplaatjes
b)
Dode rode- en witte bloedcellen
c)
Dode witte bloedcellen en gedode bloedplaatjes
d)
Dode witte bloedcellen en gedode bacteriën
4.
Welke kenmerk hoort niet bij slagaders?
a)
Liggen diep in het lichaam
b)
Hoge bloed druk
c)
Dikke elastische wand
d)
Bevat veel kleppen
5.

Waar zijn witte bloedcellen voor nodig?

a)

Witte bloedcellen zijn om de afvalstoffen af te voeren

b)

Witte bloedcelen zijn nodig om ziekteverwekkers te bestrijden

c)

Witte bloedcellen zijn nodig om bloed te stollen

d)

Witte bloedcellen zijn nodig om zuurstof te vervoeren

6.
Wanneer spreken we van een dubbele bloedsomloop?
a)
Als het hart meerdere kamers bevat.
b)
Als het hart meerdere boezems bevat.
c)
Als het bloed  per omloop 2 keer door het hart stroomt.
d)
Als het bloed van zuurstofrijk naar zuurstofarm gaat.
7.
Welk type bloedvat kenmerkt zich door het hebben van veel kleppen?
a)
Kransslagaders
b)
Haarvaten
c)
Slagaders
d)
Aders
8.
Met welke nummer wordt  linkerkamer aangeven?
a)
7
b)
9
c)
10
d)
12
9.
De stoffen zuurstof, voedingsstoffen, koolstofdioxide zitten in?
a)
Witte bloedcellen
b)
Rode bloedcellen
c)
Bloedplaatjes 
d)
Bloedplasma
10.

Hoe worden de grote en de kleine bloedsomloop genoemd?

a)

algemene bloedsomloop

b)

menselijke bloedsomloop

c)

dubbele bloedsomloop

11.

Waar gaat de kleine bloedsomloop naar toe?

a)

de hersenen

b)

alle organen

c)

de longen

d)

de darmen

12.

Hoe heet het bloedvat van de longen naar het hart?

a)

holle ader

b)

longslagader

c)

aorta

d)

longader

13.

Wat is het grootste bloedvat van ons lichaam?

a)

aorta

b)

longslagader

c)

poortader

d)

borstbuis

14.

Wat is een belangrijk kenmerk van haarvaten?

a)

Haarvaten vervoeren het bloed naar het hart toe

b)

Haarvaten hebben dikke wanden

c)

Haarvaten hebben zeer dunne, halfdoorlatende wanden

d)

Haarvaten vervoeren het bloed van het hart af

15.
De bloedvaten met een rode kleur bevatten bloed met 
a)
veel zuurstof
b)
veel koolstofdioxide
c)
veel hormonen
d)
veel warmte