wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Staal spelling groep 6 blok 4

Total questions: 42

Worksheet time: 36mins

Name
Class
Date
1.

Welk woord is fout geschreven:

a)

kathedraal

b)

thee

c)

termostaat

d)

methode

2.

Welk woord is fout gespeld?

a)

thuis

b)

discotheek

c)

biblioteek

d)

theorie

3.

Welk woord is fout gespeld?

a)

thema

b)

apotheek

c)

maraton

d)

thermometer

4.

Welk rijtje werkwoorden klopt niet?

a)

rijden: ik rijd- ik reed- wij reden

b)

hangen: ik hang- ik hong- wij hongen

c)

breken: ik breek- ik brak- wij braken

d)

lopen: ik loop- ik liep- wij liepen

5.

Welk rijtje werkwoorden klopt niet?

a)

glijden: ik glijd- ik gleedt- wij gleden

b)

vangen: ik vang- ik ving- wij vingen

c)

worden: ik word- ik werd- wij werden

d)

vechten: ik vecht- ik vocht- wij vochten

6.

Wat is het voegwoord?


Mama vindt dat ik naar de kapper moet, want mijn haar wordt te lang.

(a)  

7.

Wat is het voegwoord?


Ik wil dat niet, omdat ik het wil laten groeien.

(a)  

8.

Wat is het voegwoord?


Ik wil het laten groeien, totdat ik een staart kan maken.

(a)  

9.

Wat is het voegwoord?


Misschien vindt Marco mij dan leuk, want hij houdt van paardenstaarten.

(a)  

10.

Wat is het voegwoord?


Ik weet dat, omdat Simone dat aan hem heeft gevraagd.

(a)  

11.

Wat is het voegwoord?


Het duurt dus nog lang, voordat hij misschien verliefd op me wordt!

(a)  

12.

Voor welk woord hoort een komma?


Mijn buurman is een kunstenaar daarom is hij goed in van alles verzinnen.

(a)  

13.

Voor welk woord hoort een komma?


Hij wil een tunnel maken maar niet voor auto's of zo!

(a)  

14.

Voor welk woord hoort een komma?


De tunnel wordt voor dieren zodat ze zich kunnen verstoppen.

(a)  

15.

Voor welk woord hoort een komma?


De braamstruiken achter op het landje zijn geschikt want niemand kan erin.

(a)  

16.

Voor welk woord hoort een komma?


Met snoeischaar en handschoenen gaan we aan de slag totdat we geen zin meer hebben.

(a)  

17.

Voor welk woord hoort een komma?


Het is hartstikke leuk maar morgen doe ik wel een lange broek aan!

(a)  

18.

Is het een bijvoeglijk naamwoord of een zelfstandig naamwoord?


Vanavond eten we pizza, want onze keuken wordt verbouwd.

a)

bijvoeglijk naamwoord

b)

zelfstandig naamwoord

19.

Is het een bijvoeglijk naamwoord of een zelfstandig naamwoord?


De keuken wordt prachtig, vooral de rode tegels.

a)

bijvoeglijk naamwoord

b)

zelfstandig naamwoord

20.

Is het een bijvoeglijk naamwoord of een zelfstandig naamwoord?


Er komt ook een kookeiland waar je omheen kunt lopen.

a)

bijvoeglijk naamwoord

b)

zelfstandig naamwoord

21.

Is het een bijvoeglijk naamwoord of een zelfstandig naamwoord?


Ik moest telkens flessen water vullen in de badkamer.

a)

bijvoeglijk naamwoord

b)

zelfstandig naamwoord

22.

Is het een bijvoeglijk naamwoord of een zelfstandig naamwoord?


De buurvrouw heeft ons uitgenodigd om morgen bij haar te komen eten.

a)

bijvoeglijk naamwoord

b)

zelfstandig naamwoord

23.

Kies het juiste werkwoord.


Ik .... het eten.

a)

bereid

b)

berijd

c)

bereidt

d)

berijdt

24.

Kies het juiste werkwoord.


Het recept .... wat ik moet doen.

a)

vermeld

b)

vermeldt

25.

Kies het juiste werkwoord.


De boerenkool .... in de pan.

a)

beland

b)

belandt

26.

Kies het juiste werkwoord.


Ik ..... dat het eten zo klaar is.

a)

vermoedt

b)

vermoed

27.

Kies het juiste werkwoord.


Maar dan .... ik mijn hand aan de hete pan.

a)

verbrand

b)

verbrandt

28.

Kies het juiste werkwoord.


Ik ..... mijn gevoel en zeg: "Au!"

a)

verwoordt

b)

verwoord

29.

Wat is het voorzetsel in de zin?


Woon jij in een streek waar ze carnaval vieren?

(a)  

30.

Wat is het voorzetsel in de zin?


Neemt iedereen dan ook vrij van werk?

(a)  

31.

Wat is het voorzetsel in de zin?


We gaan allemaal verkleed door het dorp.

(a)  

32.

Wat is het voorzetsel in de zin?


Met alle coronaregels zal carnaval dit jaar waarschijnlijk niet doorgaan.

(a)  

33.

Achter welk woord moet een dubbele punt?


Mijn tante zegt altijd Wat ben je gegroeid!

a)

tante

b)

zegt

c)

altijd

d)

Wat

34.

Achter welk woord moet een dubbele punt?


Soms vraagt ze Mag ik je rapport zien?

a)

Soms

b)

vraagt

c)

ze

d)

Mag

35.

Achter welk woord moet een dubbele punt?


Ik fluister tegen Mira Het is altijd hetzelfde.

a)

Ik

b)

fluister

c)

tegen

d)

Mira

36.

Achter welk woord moet een dubbele punt?


Mira lacht en zegt Wacht maar tot jij zo oud bent.

a)

Mira

b)

lacht

c)

zegt

d)

Wacht

37.

Achter welk woord moet een dubbele punt?


Ik antwoord haar verbaasd Nee, dat ga ik nooit zeggen!

a)

Ik

b)

haar

c)

verbaasd

d)

Nee

38.

Achter welk woord moet een dubbele punt?


Mira gelooft me niet en fluistert We zullen zien.

a)

Mira

b)

gelooft

c)

niet

d)

fluistert

39.

Welk woord is fout gespeld?

a)

privé

b)

sate

c)

paté

d)

oké

40.

Welk woord is fout gespeld?

a)

comité

b)

rosé

c)

paté

d)

cafe

41.

Wat is de persoonsvorm in deze zin?


Mijn tante werkt in de moestuin.

a)

tante

b)

werkt

c)

de

d)

tuin

42.

Wat is het onderwerp in deze zin?


De juf kijkt de toetsen na.

a)

De juf

b)

kijkt

c)

de toetsen

d)

na