Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Instroom werkwoorden hebben en zijn

Total questions: 42

Worksheet time: 33mins

Name
Class
Date
1.

Juliette ... 13 jaar oud !

a)

heb

b)

ben

c)

is

2.

We ... in augustus geboren

a)

ben

b)

zijn

c)

is

3.

Hij ... een rode boekentas.

a)

heeft

b)

heb

c)

hebt

d)

hebben

4.

De beste vriend van Ahmed ... Frank

a)

is

b)

heeft

c)

heb

d)

zijn

5.

Lucas ... een mooie jongen ;-) !

a)

heeft

b)

heb

c)

zijn

d)

is

6.

Sarah ... een gsm.

a)

heb

b)

heeft

c)

zijn

d)

is

7.

Farah ... een meisje.

a)

heb

b)

heeft

c)

zijn

d)

is

8.

We ... in de klas van Kamran.

a)

hebben

b)

heb

c)

zijn

d)

is

9.

Jullie leraar Nederlands ... Sam.

a)

heeft

b)

zijn

c)

is

d)

hebben

10.

Mieke ... de directrice van onze school.

a)

hebt

b)

is

c)

heeft

d)

zijn

11.

Ze ... een iPad !

a)

hebben

b)

heeft

c)

zijn

d)

is

12.

De meesters ... in hun kantoor.

a)

is

b)

hebben

c)

heeft

d)

zijn

13.

Ik ... geen schrift vandaag !

a)

heeft

b)

heb

c)

hebt

d)

hebben

14.

... je een groene balpen ?

a)

Hebt

b)

Heeft

c)

Heb

d)

Ben

15.

Hij ... 18 jaar oud. (zijn)

(a)  

16.

Piet en Jan (a)   mijn broers. (zijn)

17.

Marieke (a)   honger. (hebben)

18.

Deze oefeningen (a)   moeilijk. (zijn)

19.

Je (a)   in Namen geboren. (zijn)

20.

We ... nieuwe vrienden ontmoet. (hebben)

(a)  

21.

Jullie ... vandaag veel gewerkt. (hebben)

(a)  

22.

De juf ... blij dat we morgen naar school komen. (zijn)

(a)  

23.

... hij al een nieuwe gsm? (hebben)

(a)  

24.

Je ... een mooie broek aan. (hebben)

(a)  

25.

kies het juiste persoonlijk voornaamwoord die past bij de tekening.

a)

jij

b)

ik

c)

jullie

26.

kies het juiste persoonlijk voornaamwoord die past bij de tekening.

a)

jij

b)

ik

c)

jullie

27.

kies het juiste persoonlijk voornaamwoord die past bij de tekening.

a)

jij

b)

zij

c)

het

28.

Wie?

Zij heeft honger.

a)

een meisje

b)

meer mensen

29.

Wie?

Zij hebben dorst.

a)

een meisje

b)

meer mensen

30.

Wie?

Zij loopt naar huis.

a)

een meisje

b)

meer mensen

31.

Wie?

Zij lopen naar de bakker.

a)

een meisje

b)

meer mensen

32.

Vul in:

Dit is een jongen. ...... heet Karim.

a)

Hij

b)

Zij

33.

Vul in:

Dit is een meisje. ...... heet Aisha.

a)

Hij

b)

Zij

34.

Vul in:

Dit is een man. ...... heet Ahmed.

a)

Hij

b)

Zij

35.

Vul in:

Dit is een vrouw. ...... heet Anna.

a)

Hij

b)

Zij

36.

Vul in:

Ahmed leest een boek. .... leest een boek.

a)

Hij

b)

Zij

37.

Vul in:

Anna is lerares. .... is lerares.

a)

Hij

b)

Zij

38.

Wat is goed?

Aisha gaat naar school.

a)

Hij

b)

Zij

39.

Wat is goed?

Anna is getrouwd met Karim.

a)

Hij

b)

Zij

40.

Noteer het juiste persoonlijk voornaamwoord die past bij de tekening.

a)

wij

b)

jullie

c)

jij

d)

zij

41.

Noteer het juiste persoonlijk voornaamwoord die past bij de tekening.

a)

ik

b)

jij

c)

hij

d)

jullie

42.

Noteer het juiste persoonlijk voornaamwoord die past bij de tekening.

a)

wij

b)

zij

c)

jullie

d)

ik