wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

zakelijke e-mail K3A

Total questions: 43

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

bij een zakelijke e-mail gebruik je

a)

informeel taalgebruik

b)

lange zinnen

c)

moeilijke woorden

d)

formeel taalgebruik

2.

je kunt de inhoud van een zakelijke e-mail indelen in

a)

geadresseerde, afzender, aanhef

b)

inleiding, kern, slot

c)

drie alinea's

d)

verschillende categorieën

3.

bij een zakelijke e-mail

a)

vergeet je niet het onderwerp in te vullen

b)

schrijf je nooit de naam in de aanhef

c)

kort je meneer af als mr

d)

kort je mevrouw af als ms

4.

bij een zakelijke e-mail

a)

voorkom je signaalwoorden

b)

gebruik je alleen signaalwoorden bij de afsluiting

c)

gebruik je signaalwoorden om tekstverbanden aan te geven

d)

komen geen tekstverbanden voor

5.

Bij een zakelijke e-mail

a)

word je alleen beoordeeld op de inhoud van je mail

b)

moet je je aan alle regels van het schrijven van een mail houden

c)

tellen spelfouten niet mee in de beoordeling

d)

tellen interpunctiefouten niet mee in de beoordeling

6.

Een zakelijke brief sluit je af met:

a)

In afwachting van uw antwoord,

Voor- en Achternaam (met hoofdletters)

b)

Met vriendelijke groet,

Voor- en Achternaam (met hoofdletters)

7.

Welke aanhef is juist?

a)

hoi mevrouw De Boer,

b)

Beste mevrouw de Boer,

c)

Beste mevrouw De Boer,

d)

Beste Mevrouw De Boer,

8.

Achter de aanhef zet je altijd een

a)

punt

b)

komma

c)

niets

9.

Welk onderwerp is geschikt voor in de onderwerpregel?

a)

Ik heb een vraag.

b)

Vraagje over het huiswerk.

c)

Vraag over het huiswerk.

d)

Ik snap er niets van.

10.

Welk onderwerpen zijn niet geschikt voor in de onderwerpregel?

a)

Klacht

b)

Belachelijk

c)

Sollicitatie

d)

Onzin

e)

Vraag

11.

Een zakelijke e-mail begin je nooit met:

a)

Mijn

b)

Jij

c)

Ik

d)

Zij

12.

Als je veel tekst in een e-mail hebt, maak je alinea's.

a)

Nee, dit is niet waar.

b)

Ja, dit klopt.

13.

Na de , (komma) van de aanhef, begin je je eerste zin met een hoofdletter.

a)

Ja, natuurlijk!

b)

Nee, natuurlijk niet!

14.

Een nieuwe zin in een e-mail begint altijd met een hoofdletter.

a)

Ja, natuurlijk!

b)

Nee, natuurlijk niet!

15.

Welke afsluiting hoort bij een zakelijke e-mail?

a)

Groetjes,

b)

Groet,

c)

Vriendelijke groet,

d)

Met vriendelijke groet,

16.

Je kunt de inhoud van een zakelijke e-mail indelen in:

a)

geadresseerde, afzender en aanhef

b)

inleiding, kern en slot

c)

drie alinea's

d)

verschillende categorieën

17.

Bij een zakelijke e-mail gebruik je:

a)

informeel taalgebruik

b)

lange zinnen

c)

moeilijke woorden

d)

formeel taalgebruik

18.

Welke onderwerpen zijn niet geschikt voor in de onderwerpsregel?

a)

Klacht over product

b)

Belachelijke afhandeling

c)

Sollicitatie naar vakkenvuller

d)

Onzinnig telefoontje

e)

Vraag over product

19.

Achter de aanhef plaats je altijd een:

a)

punt en een witregel

b)

komma en een witregel

c)

punt

d)

komma

e)

witregel

20.

Welk onderwerp is geschikt voor in de onderwerpsregel?

a)

Ik heb een vraag.

b)

Vraagje over het huiswerk.

c)

Vraag over het huiswerk.

d)

Ik snap er niets van.

e)

Leeg

21.

Als je meerdere zinnen in een e-mail hebt, maak je alinea's.

a)

Ja, dit klopt.

b)

Nee, dit is niet waar.

22.

Bij een zakelijke e-mail:

a)

Mag je het onderwerp best weglaten.

b)

Schrijf je nooit de naam in de aanhef.

c)

Kort je meneer af als mr.

d)

Gebruik je geen afkortingen in de aanhef en in de groet.

23.

bij een zakelijke e-mail

a)

vergeet je niet het onderwerp in te vullen

b)

schrijf je nooit de naam in de aanhef

c)

kort je meneer af als mr

d)

kort je mevrouw af als ms

24.

Bij een zakelijke e-mail

a)

word je alleen beoordeeld op de inhoud van je mail

b)

moet je je aan alle regels van het schrijven van een mail houden

c)

tellen spelfouten niet mee in de beoordeling

d)

tellen interpunctiefouten niet mee in de beoordeling

25.

bij een zakelijke e-mail

a)

vergeet je niet het onderwerp in te vullen

b)

schrijf je nooit de naam in de aanhef

c)

kort je meneer af als mr

d)

kort je mevrouw af als ms

26.

Achter de aanhef zet je altijd een

a)

punt

b)

komma

c)

niets

27.
Welke slotgroet is erg gebruikelijk in een zakelijk bericht voor externe contacten?
a)
Mvg
b)
Groetjes
c)
Met vriendelijke groeten
d)
Hoogachtend
28.
Duid de juiste schrijfwijze aan.
a)
Email
b)
E-mail
29.
Is de volgende onderwerpsregel volgens jou correct en duidelijk geformuleerd?
Onderwerp: Annulering van bestelling nr. 25541
a)
Ja, het onderwerp is duidelijk.
b)
Nee, het onderwerp kan nog duidelijker.
30.
In zakelijke e-mails kan je best de ... gebruiken.
a)
U-vorm
b)
Je-vorm
31.
Indien je een mail schrijft, mag je de je-vorm en de u-vorm door elkaar gebruiken. Het hangt echter van de zin af welke vorm je zal gebruiken.
a)
Juist
b)
Fout
32.
Een e-mail is bij voorkeur ... .
a)
Kort en bondig
b)
Lang, met veel informatie
33.
In een zakelijke e-mail mag je emoticons gebruiken. Dit maakt het lezen van je e-mail wat aangenamer.
a)
Juist
b)
Fout
34.

Is dit een goede of slechte e-mail?

a)

goed

b)

slecht

35.

Is dit een goede of slechte e-mail?

a)

goed

b)

slecht

36.

Wat is formeel taalgebruik?

a)

Netjes, zakelijk, deftig

b)

Losser taalgebruik, maar wel correct taalgebruik

c)

Taalgebruik wat je gebruikt op straat

37.

Wat is een voorbeeld van formeel taalgebruik?

a)

Hoi

b)

Doei

c)

Beste

38.

Wat is de aanhef?

a)

Dit staat bovenaan je tekst en het is de naam aan wie de e-mail gericht is.

b)

Hiermee sluit je je e-mail af.

c)

Dit staat bij het onderwerp van je e-mail.

39.

Wat staat er bij de cc?

a)

E-mailadres van andere personen die de mail ook moeten krijgen

b)

E-mailadres van andere personen, zonder dat anderen het mogen zien.

c)

Hier schrijf je het e-mailadres van degene die de mail moet krijgen.

40.

Wat staat er bij de bcc?

a)

E-mailadres van andere personen die de mail ook moeten krijgen

b)

E-mailadres van andere personen, zonder dat anderen het mogen zien.

c)

Hier schrijf je het e-mailadres van degene die de mail moet krijgen.

41.

Wat staat er bij 'aan'?

a)

E-mailadres van andere personen die de mail ook moeten krijgen

b)

E-mailadres van andere personen, zonder dat anderen het mogen zien.

c)

Hier schrijf je het e-mailadres van degene die de mail moet krijgen.

42.

Bij welke soort taalgebruik hoort 'Geachte'?

a)

Formeel taalgebruik

b)

Informeel taalgebruik

c)

Straattaal

43.

Bij welke soort taalgebruik hoort 'tot snel'?

a)

Formeel taalgebruik

b)

Informeel taalgebruik

c)

Straattaal